JESENIK IN HET ADLERGEBERGTE
| Vanuit
Litomysl rijden we over een slechte weg naar het noorden. Na Sumperk
gaat de weg omhoog. Het wordt voor Clim een moeilijke rit: de weg is smal en
heeft geen uitwijkmogelijkheden noch vangrails. We gaan een pas omhoog tot over
de 1000 meter. Er is een druk vrachtverkeer en al die zware jongens rijden alsof
de duivel op hun hielen zit. Er wordt erg roekeloos ingehaald. Clim staat het
zweet op zijn voorhoofd van al dit onverantwoorde rijgedrag, veel genieten van
de soms magistrale panorama’s kan hij niet. Enfin, we komen er heelhuids vanaf.
Behalve bij het parkeren in de carport van het hotel: Clim schampt er een paal,
gevolg een kras aan de zijkant. |
 |
In Jesenik moeten
we even zoeken voor we het hotel vinden. Het is pension Laguna dat slechts 16
bedden telt. Deze keer treffen we er geen Nederlanders aan, die zijn elders
ondergebracht. Het overdekte terras werkt uitnodigend: Jos geniet van ijs,
terwijl Clim zijn eerste biertjes van die dag achterover slaat. Het eten is er
van uitstekende kwaliteit. Onze kamer is eenvoudig, maar verder in orde. Het
belangrijkste is vaak het sanitair en dat is prima verzorgd hier.
|
 |
We gaan in de
vooravond het stadje in. Het ligt op 600 meter hoogte en is in de winter een
geliefd oord voor sneeuw liefhebbers. ’s Zomers wordt er gewandeld. Tijdens de
stadswandeling vallen ons enkel een stadskasteeltje en het stadhuis op.
Verder
heeft Jesenik niet veel te bieden. Wel heeft het nog een spa, een kuuroord (zie
de foto hier links). Dat
ligt iets verder op een hoger gelegen bergflank. We rijden er eens doorheen,
maar het heeft niet echt veel op de kous, zeker niet vergeleken met Karlsbad of
Marienbad.
|
|
SUDETENDUITSERS
Na de oorlog zijn3
miljoen zogenaamd Sudetenduitsers uit Tsjecho-Slowakije verdreven. Eerst
werden ze afgezonderd door het dragen van een witte armband met een grote N
(van Nemetz = Duitser) erop. (Waar hebben ze dat van afgekeken? Hier is echt
sprake van een koekje van eigen deeg…) Niet veel later werden complete
families die al eeuwenlang in Bohemen en Moravië woonden met achterlating
van al hun bezittingen de grens met Duitsland overgezet. Duizenden werden er
zelfs in koelen bloede omgebracht. Deze uittocht van volksduitsers vond
trouwens in heel Oost-Europa plaats: meer dan 13 miljoen moesten huis en
haard verlaten en werden verdreven naar het westen. Tegenwoordig na de val
van het communisme trachtten nazaten van deze ballingen weer gecompenseerd
te worden voor hun verloren gegane bezittingen. Sommigen eisen zelfs hun
woning en land in de oorspronkelijke staat terug.
|

|