|

6. Donderdag, 16 mei 1996
|
Met de metro naar de Karlsplatz, eruit bij
Opera. Rondwandelen door de stad; iedereen heeft vrij vanwege Hemelvaart, dus
het is er weer eens druk! We bezoeken de: Kaisergruft (met enorme tombes van Habsburgse keizers
en familieleden), Kapuzinerkirche, de Markt met de Voorzienigheids bron. Dan een
korte wandeling naar de Graben met de ornamentrijke Pestsäule uit 1689 en nog
enkele Brunnen. Uitpuffen op bankje.
Vervolgens de Peterskirche (waar ook al weer een mis aan de
gang is). Clim koopt muntjes bij een handel, dat duurt een tijdje. We gaan door
naar de Hof- en de Schottenkirche. In de Freyungpassage, annex Palais Ferstel
(heel mooi, een soort Palazzo uit Venetië) laat Clim zijn paraplu liggen; hij
vindt ze terug. We eten een bordje met doorsneekost bij een restaurant op de Naschmarkt. Rusten
op een bankje in het park tegenover de Beurs.
|
 |
|
|
Pestzuil
|
Keizerscrypte
Laatste rustplaats van de Habsburgers
De
Keizerscrypte ligt order de Kapucijnerkerk. Sinds 1633 zijn vrijwel
alle regerende leden van de Habsburgers hier begraven. Veel lichamen
zijn echter niet compleet, want de traditie vereiste dat de harten
van de Habsburgers in de Augustijnerkerk werden begraven. In 1878
stopte men met dit gebruik, maar hij alle Habsburgers die voor die
tijd hier werden bijgezet, werd het hart verwijderd voordat de rest
van het lichaam naar de grafkelder ging. Er ligt slechts één
niet-Habsburger in de crypte, gravin Fuchs, een goede vriendin van
de machtige keizerin Maria Theresia.
De stijl van de
graven varieert sterk. Sommige zijn net zo weelderig als Wenen zelf,
maar andere zijn weer verrassend eenvoudig. Zo belichaamt het
dubbele praalgraf van Maria Theresia en Frans I als het ware de
pompeuze overdaad van de barok, terwijl het graf van hun zoon Jozef
II voor een andere familie lijkt te zijn ontworpen. Tot degenen die
ontbreken behoren keizer Karel I, die in 1918 aftrad en in
ballingschap stierf, en de onfortuinlijke Marie-Antoinette, dochter
van Maria Theresia en Frans I, die in Parijs werd begraven. In 1989
werd de crypte weer geopend voor de begrafenis van keizerin Zita, de
vrouw van Karel I.
De Weense
burgers uit het begin van de 20e eeuw wilden de Habsburgers
misschien graag kwijt, maar die van de 21e eeuw zijn trots op hun
erfgoed. De afgelopen jaren is de populariteit van keizerin
Elisabeth – Sisi – weer enorm toegenomen. Sisi was een
onconventionele keizerin die ongelukkig was door de vele slippertjes
van haar man Frans Jozef. Hij werd in Zwitserland vermoord door een
Italiaanse anarchist. Niet zelden laten moderne bewonderaars bloemen
achter op Sisi's graf in de Keizerscrypte. |
 |
 |
Wiener Oper
|
Balkon in Opera
|
In rap tempo om half drie te voet
naar de Oper, waar we van een mooie rondleiding genieten, zelfs met een blik achter
de coulissen. Daar komt meer bij kijken dan we dachten, met name in technisch
opzicht! We krijgen problemen met het fototoestel. De batterij is kennelijk
leeg. Om 16.00 uur duiken we de metro in, bij het Donau - kanal eruit; niks te zien
daar, dus weer de metro in tot de echte Donau (de Alte en Neue Donau). Modern
pretcentrum aan het water met restaurants e.d. Veel jeugd op rollerskates.
Zonnig weer, eindelijk weer eens. Wandeling over de brug. We bekijken de Kaiser Jubiläumskirche (ook:
Frans von Assisikirche) in een volksbuurt met Turkse kinderen en "annes" (Turks
voor moeders) en zo.
Staatsopera
Al 750 jaar het culturele hart van Wenen
"Als een
componist in woorden kon uitdrukken wat hij wilde zeggen,
zou hij het niet in muziek doen."
Gustav Mahler, componist
In 1857 maakte
keizer Frans Jozef ambitieuze nieuwe plannen voor Wenen bekend,
zoals boulevards en een aantal openbare gebouwen. Wenen had een
uitstekende reputatie op muziekgebied en daarom had de stad behoefte
aan een operagebouw dat kon wedijveren met dat van Londen en Milaan
– en met de opera die in Parijs was gepland. De bouw van de
Staatsopera begon in 1863 en was in 1869 voltooid. De opera stond
aan de imposante nieuwe boulevard die een ring rond het hart van
Wenen vormde. Nu is de opera een van vele prachtige, luxueuze
gebouwen aan deze Ringstrasse.
De Staatsopera
heette oorspronkelijk de Koninklijk - Keizerlijke Hofopera. De
architecten waren Eduard van der Nüll en August Sicard von
Sicardsburg; zij hadden de wedstrijd voor het beste ontwerp in 1858
gewonnen. Helaas zouden de architecten hun project nooit voltooid
zien, want beiden stierven in 1868; niet lang na vernietigende
kritiek op hun werk van het Weense publiek, dat niet gelukkig was
met het neorenaissancistische ontwerp.
De opening vond
plaats op 25 mei 1869 en de eerste opera die werd uitgevoerd was
Mozarts Don Giovanni. De prachtige colonnades langs het operagebouw
stroomden vol met elegant geklede Weners die een glimp wilden
opvangen van het interieur. De imposante foyer en de indrukwekkende
trap zijn adembenemend. Een salon met schitterende gobelins met
taferelen uit Mozarts De Toverfluit heette eerst de
gobelinzaal, maar werd later omgedoopt tot Gustav Mahlerzaal naar de
Boheems - Oostenrijkse componist. Er was ook een theesalon, waar
keizer Frans Jozef in de pauze zijn gasten ontving. De Staatsopera
raakte in de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd, maar werd
liefdevol gerestaureerd en op 5 november 1955 heropend met een
triomfantelijke uitvoering van Beethovens Fidelio. |
Om 18.00 uur terug in ons hotel. Om zeven uur eten
bij de Indiër, restaurant Bombay, ook al in onze straat. Jos eet zeer heet, "Vindaloo"‑varkensvlees.
Wandeling door de wijk Spittelberg (voetgangerszone, renovatiebuurt) en naar de
Hofburg, waar we door spelende honden worden belaagd. De paleizen zijn
allen geïllumineerd. Te voet via de Mariahilferstrasse naar onze vertrouwde Imbiss
voor biertjes.
7. Vrijdag, 17 mei 1996
We doen het 's morgens rustig aan, want we
moeten toch uitchecken. Dat gebeurt om 11.00 uur; we delen de eigenaar, een
gedistingeerde heer van Iraans ‑ Koerdische afkomst, mee dat we tevreden waren
over het gebodene. We laten de bagage achter, die zullen we later oppikken. We wandelen naar het Esterhazy ‑
Park, waar ook een enorme hoge bunker staat, een zgn. Flakturm. Het is nu een
aquarium, maar we bezoeken het niet. Via de Linker Wienzeile (kade van het
riviertje) komen we langs de huizen van Otto Wagner en de Naschmarkt, waar we
een enorme Diner ‑ kebab van Turkse makelij verorberen. Er is ook groente‑ en
fruitmarkt. Langs een Jugendstil ‑ tentoonstellingsgebouw en de bekende
Seccession (gebouw begin 20e eeuw) bereiken we de Ring.

 |
 |
Hundertwasserhaus
|
Secession
|
De rest van de middag, want dat is het inmiddels
al ruimschoots, verblijven we in het Kunsthistorisches Museum. Mooie Egyptische
afdeling. Iets minder vol dan zijn tegenhanger aan de overkant, het
Naturhistorisches Museum. Van binnen zo mogelijk nog indrukwekkender! Na de
kunst is het weer wandelen geblazen. Voor het stadhuis is iets te doen: wegraces
van electrocars en ‑fietsen, alles zelf gebouwd. Jos maakt praatje met
eigenzinnig, alternatief Wener type manskerel. Als het woord Holland is
gevallen, komen al gauw de 'Drogen' ter sprake; zo gaat dat nu eenmaal. Foto van
het Ridderbeeld dat op de raadhuistoren staat. Langs het grote Justizpalast
lopen we weer de volkswijk in. Lekkere pilsjes op een terras.
 |
Stadhuis
van
Wenen
|
 |
Ophalen bagage bij het pension en te voet naar
het station. Daar worst eten en buiten op een bankje wachten. Om half tien
vertrekt onze trein. We hebben een zogenaamde Hotelzug geboekt, erg duur maar
met alles erop en eraan. Medereiziger is een Nederlander die in de States woont,
hij is als Amerikaans economisch adviseur een tijdje in Slowakije geweest. Het
valt ons tegen dat we van de Schaffnerin niet op de gang mogen roken, wel met
een asbakje op het balkon; dit vanwege de Klima ‑ anlage. Voor het slapen gaan
wat pilsjes nuttigen in de restauratiewagon, alles design natuurlijk.
Prinsheerlijk geslapen.
8. Zaterdag, 18 mei 1996
Om
acht uur worden we gewekt en krijgen we een uitgebreid ontbijt geserveerd in een
aparte, super‑de‑luxe coupé. Echt privé, met douche en alles. Om negen uur moeten
we een uurtje wachten op aansluiting naar Venlo via Mönchengladbach. In de rokerscoupé komt een luidruchtige bende Schlachtenbummler
van de voetbalclub 1860 München zitten, met kratjes bier op hun schouders, dus
daar blijven we niet. Om tien uur zijn we in Venlo. Even na elven zijn we weer thuis
in Roermond.


|