|
|
OSNABRÜCKBRAMSCHE / OSNABRÜCK / KALKRIESE / TECKLENBURG / BAD IBURG / BAD ROTHENFELDE
BRAMSCHETegen vier uur komen we aan in Bramsche, een provinciestadje 15 km ten
noorden van de grotere stad Osnabrück, nog net gelegen in de deelstaat
Nedersaksen. We nemen onze intrek in de ruime kamer van het viersterrenhotel
Isinghof, een verbouwde historische herenboerderij. De gescheiden bedden staan
aangenaam ver van elkaar, alleen is er geen minibar. Clim geeft daarom zijn
Humira-medicijn af aan de receptie, die plaatst het in de koeling. Jos heeft de
schoollaptop meegenomen, maar tot zijn woede werkt het geval niet; het
toetsenbord blijkt verkeerd ingesteld te zijn. Bovendien krijgt hij ook geen
verbinding met internet. We drinken nog wat in de zowel door klanten als
personeel verlaten bar.
|
|
OSNABRÜCK
|
We bezoeken de grotere stad Osnabrück waar we de Volvo kwijt kunnen in een parkeergarage aan de rand van de binnenstad. Allereerst komen we uit op de Domplatz met een opvallend standbeeld van de lokale literator Möser, het Carolineum en het klassieke Gymnasium. Daarnaast ligt de Domkerk, die in onze ogen naast de mooie doopvont en de kansel niet echt bijzonder is. Tegen elke zuil in het middenschip hangt een beeld van een van de twaalf apostelen. We neuzen wat rond in het kloosterdomein met een goed verzorgde omgang met tuin. De Domschatz biedt de gouden en zilveren voorwerpen die getuigen van de rijkdom van de katholieke tijd in lang vervlogen tijden; ze worden tentoongesteld in een heus museum, het Forum geheten, waarin ook de voetbalsupporters van VFB Osnabrück een zaaltje hebben mogen inrichten.

Even
verderop ligt de Marienkirche, weer een evangelisch bedehuis met modernistische
elementen. Maar het is eerst tijd voor Kaffee mit Kuchen, die we verorberen in
een lunchroom die louter bevolkt wordt door van werk vrijgestelde vrouwen uit de
hogere klassen. De kerk ligt aan het zelfde plein als het Rathaus, dat
bekendheid verwierf doordat hier in 1648 de Westfälische Friede gesloten werd,
die maakte een einde aan de bloedige godsdienstoorlog die als Dreissigjährige
Krieg in de geschiedenisboeken vermeld staat en die de Duitstalige landen
langdurig ontwrichtte en ontvolkte. In de zusterstad Münster werd in hetzelfde
jaar de Vrede van Münster tussen het Spaanse Rijk (waar de zon nooit onderging…)
en de Verenigde Nederlanden gesloten. We glippen met een groep toeristen mee
naar binnen en luisteren naar de gids in de raadszaal met een portrettengalerij
van lelijke mannen in zeventiende-eeuwse kledij. We bekijken nog enkele kamers
met foto’s en dergelijke. Even terzijde van het plein ligt een monumentaal
fontein dat betrekking heeft op die Dertigjarige Oorlog en de Vrede van 1648.
Aan het plein liggen verder nog de Stadtwaage en de Bibliotheek - Museum van
Erich Maria Remarque, de beroemde schrijver van “Im Westen Nichts Neues” die in
de stad geboren is. Tegenwoordig is het een Friedeszentrum.
We slenteren door de Altstadt met historische panden richting Ring, bereiken
vervolgens de Heger Tor. Tegenover die poort ligt het modernistische Nussbaum -
museum van de hand van architect Liebeskind. Dat wordt net gerestaureerd, maar
in de naastgelegen villa kunnen we nog zaken bekijken van de Joodse schilder
Felix Nussbaum, die in 1944 omgekomen is; je mag één keer raden waar… . We
verbazen ons over de vele ruime kamers met het originele meubilair en de
uitgebreide kelder, waar nog restanten van geïmproviseerde schuilkelders te zien
zijn.
![]() |
![]() |
Terug de Altstadt in, waar de Sankt Katharinen - Kirche (of is het de Dominicanerkirche?) bezichtigen. Weer aangekomen aan de nu zuidelijke Ring, nemen we plaats op een bankje recht tegenover het grote gele renaissanceslot, dat we gezien onze fysieke toestand niet meer bezoeken. Het Schloss herbergt nu de nog jonge universiteit, er tegenover ligt het karakteristieke pand de Ledenhof. We vleien onze vermoeide ledematen neer op een terras en bekijken er de gedisciplineerde fietsers met hun rijwiel aan de hand: we zitten in een voetgangersgebied. Ook hier beheersen niet-westerse allochtonen (Turken dus) niet het straatbeeld zoals in vele andere grote Duitse steden. Een groep Schlachtenbummler trekt luidruchtig voorbij.
In de regen keren we terug naar het hotel. In de stad missen we een afslag,
waardoor we een alternatieve route moeten zoeken. Dat gaat mis, we komen terecht
op de uitvalsweg naar Bremen. Na een omweg van misschien wel 25 km kunnen we de
stad opnieuw binnenrijden, nu vanuit het zuiden. Extra lastig wordt het omdat
het ook nog eens spitsuur is. Enfin, we komen er uit en al zoevend over de
Autobahn bereiken we tegen half zes Bramsche.
Die avond is er geen buffet. We beperken ons tot een Grillpfanne die we bijna
niet opkrijgen. Clim ontmaskert ons aardige dienstertje als een Azubi
(stagiaire). Jos schrijft een lovende kritiek over deze Ann Kathrin op de
rekening.
Een regenachtige dag met slechts heel beperkt een zonnetje. Clim zet zijn Humira-spuit. Al vóór elf uur bereiken we via binnendoorweggetjes en parallel aan het Mittelland Kanal het museum van de Varus-Schlacht (9 na Christus) dat 15 kilometer oostelijk van Bramsche ligt. Vroeger lag hier een uitgestrekt moeras, maar tegenwoordig is het vooral weidegebied met verspreide boerderijen en kleine agrarische woonkernen. Het museum is betrekkelijk nieuw, want men weet nog niet zo lang dat die beroemde veldslag / hinderlaag hier heeft plaats-gevonden. Eeuwenlang heeft men die in de buurt van Detmold in het zuiden van het Teutoburgerwald gesitueerd, vandaar dat daar dan ook het reusachtig Hermanns-monument is neergepoot.
|
|
MUSEUM KALKRIESE |
|
De entree bedraagt 7 euro. We bekijken eerst de archeologische site, waar echter niet zo veel te zien is. We dienen er een pad bedekt met staalplaten te volgen, de grond is hier nog steeds zompig. Een aarden wal heeft men nagebouwd van waarachter de Germanen de Romeinse legioenen aanvielen. Binnen een omheining is de oorspronkelijke begroeiing bewaard gebleven. In tweeduizend jaar tijd is het landschap hier natuurlijk behoorlijk veranderd, met name door de activiteiten van de boeren met hun es-dorpen. De route wordt aangegeven met platen op de grond waarop teksten van historici zoals Tacitus gegraveerd zijn.
In een torenachtig gebouw met uitzicht op de Kalkrieser Berg (±150 meter, wow!) is het eigenlijke museum gevestigd. Op diverse etages is een aardige expositie met voornamelijk foto’s over nationalisme te zien. En binnen uiteraard veel informatie en voorwerpen van Romeinen en Germanen. Van de laatste weet men echter veel minder. Allerlei achtergrond wordt uit de doeken gedaan en archeologische vondsten geëxposeerd. Een topstuk vormt het Romeinse masker dat we al heel vaak langs de wegen op de totempalen hebben aangetroffen.
|
Kalkriese is een gehucht bij Bramsche (tevens gelegen in die gemeente) in Duitsland, waar naar grote waarschijnlijkheid de Varus-slag heeft plaatsgevonden. Nadat hier in 1987 Romeinse munten waren gevonden, besloot een Engelse amateurarcheoloog in 1989 de plek verder te onderzoeken. Al snel bleek uit de vondsten dat het een bijzondere plek moet zijn geweest. Bijzondere aandacht trokken de overblijfselen van een 400 meter lange aarden wal. Uit de vele munten met als overslag de letters VAR (= Varus) leidt men af dat Varus hier met zijn drie legioenen in een hinderlaag is gelokt en verpletterd. Sinds 2000 is op de plek een museum en kan men de opgravingen bekijken. In verslagen uit die tijd – de slag vond plaats in 9 na Chr. – wordt vermeld dat de slag plaatsvond in de buurt van de Teutburg. Als de jongste bevindingen kloppen zou het Wiehengebergte, de bergrug aan de voet waarvan Kalkriese ligt, eigenlijk het Teutoburgerwoud moeten heten. Het huidige Teutoburgerwoud heeft zijn naam te danken aan interpretaties uit de 19e eeuw, toen werd gesteld dat de slag in de buurt van Bielefeld of Detmold zou hebben plaatsgevonden. |

We drinken koffie en eten wat in het belendende restaurant: Clim buigt zich er over een Strammer Max, terwijl Jos Erbsensuppe mit Einlage slurpt. Op de terugweg slaan we een zijweg in op zoek naar het kasteel Altbärenaue, maar dat kunnen we gewoon niet vinden. (Later op Google Earth blijkt het daar vlakbij midden in het bos te liggen. Weer een afslag gemist of een richtingbord over het hoofd gezien?) In Malgarten, eigenlijk een stadsdeel van Bramsche vier kilometer noordelijker, willen we het klooster bezoeken, maar op het gehele ommuurde en omgrachte terrein is werkelijk geen kip te bekennen. Klooster dicht, Gaststätte dicht, museum dicht, kerk dicht; alleen het kerkhof is open. We slenteren er wat doelloos rond voor we naar Bramsche terugkeren.
|
|
|
| CHERUSKEN INFO De Cherusken waren een Germaanse stam in noordwest-Duitsland, aan de middenloop van de Wezer. De belangrijkste buurvolkeren waren de Chatten en de Chauken. Ze werden het eerst vermeld door Gaius Julius Caesar in zijn werk "De Bello Gallico", boek 6.10, waarin hij zijn wederwaardigheden van 53 v.Chr. beschreef. De Cherusken werden in 12 v.Chr. onderworpen door Nero Claudius Drusus tijdens zijn veldtochten ten oosten van de Rijn. Later verwierf de stam grote roem tijdens de Slag bij het Teutoburger Woud in 9 n.Chr. onder leiding van Arminius, wanneer de Cherusken in alliantie met aangrenzende Germaanse stammen, de Bructeren, Chatten en Marsen, drie Romeinse legioenen onder Publius Quinctilius Varus vernietigend versloegen. Na deze slag verliet Rome het streven om het Germaanse gebied tussen Rijn en Elbe in te lijven bij het Romeinse Rijk en trok het zich terug tot de Rijn - grens. De verovering werd te kostbaar geacht. Tacitus schreef in De origine et situ Germanorum dat de Cherusken nadien een lange periode van vrede hebben gekend, waarna ze met de Chatten in oorlog raakten en door dezen werden verslagen. De datering van de oorlog ligt tussen 51 n.Chr. en 98 n. Chr. |
We eten vanavond niet in het hotel. Jos heeft behoefte aan gewone kost. Een restaurant in de buurt heeft echter op woensdag Ruhetag, dus wordt het gewoon een vette hap: friet met kroketten bij Anna’s Grillstube. Die Anna blijkt trouwens een Poolse van origine te zijn. Jos kon het accent op grond van zijn ervaring met Oosteuropese NT 2’ers al snel correct voorspellen. Op tv worden we vergast op enkele voetbalwedstrijden: Schalke ’04 tegen Hapoel Tel Aviv (3-1) en FC Twente tegen Werder Bremen (1-1).
TECKLENBURG
Nog geen dertig kilometer van Bramsche ligt Tecklenburg, een plaatsje dat in
vrijwel alle reisgidsen geroemd wordt. Het valt ons echter bitter tegen. Het
Schloss waarvan we heel wat verwachten blijkt een ruïne te zijn; weliswaar met
een grote en gemoderniseerde Freilichtbühne, maar toch zeker niet datgene wat we
verwacht hebben. We dwalen er rond, bekijken nog even de Bismarckturm en rijden
verder richting Wiehengebirge. Achteraf blijkt dat we de binnenstad gemist
hebben, juist het aantrekkelijke aspect van het stadje.
|
|
|
| TECKLENBURG INFO Tecklenburg ist eine Stadt in Nordrhein-Westfalen mit etwa 9.600 Einwohnern. Sie liegt südwestlich von Osnabrück am Teutoburger Wald. Sehenswert ist der frühneuzeitliche Stadtkern mit vielen Fachwerkhäusern. Tecklenburg liegt im Tecklenburger Land und ist damit Namensgeber für eine Region mit elf Städten und Gemeinden im nördlichen Westfalen. Aufgrund der überdurchschnittlich gut erhaltenen mittelalterlichen Bausubstanz, die mit dem Stadtbild von Rothenburg ob der Tauber vergleichbar ist, wird Tecklenburg auch als westfälisches Rothenburg genannt. |
BAD IBURG
Daar stoppen we bij het stadje Bad Iburg aan de rand van het gebergte, dat
overigens niet hoger reikt dan zo’n driehonderd meter. We parkeren bij de
Teichsee Charlotte, een romantisch, kunstmatig aangelegd meertje met een rood
bruggetje en een armee aan eenden. We bezoeken er het hooggelegen Schloss annex
klooster met Clemens - Kirche. Er zijn nu overheidsinstellingen en particuliere
instituten in gevestigd. Alles is er hermetisch gesloten. Als we op de cour
rondlopen worden we door de Hausmeister gemaand te vertrekken, hij wil het hele
complex afsluiten. We drinken dure koffie in een typisch vrouwelijke lunchroom.
Aan het eind van de hoofdstraat met wat vakwerkhuizen ligt het stadhuis
(classicistisch) en het Uhren Museum. Daar lopen we geïnteresseerd rond en maken
er een praatje met een mevrouw die Clim een Stocknagel verkoopt. We worden
regelmatig opgeschrikt door klokken die de uren slaan.

| BAD IBURG INFO Bad Iburg ist eine Stadt und ein staatlich anerkanntes Kneipp-Heilbad. Bedeutendstes Bauwerk ist das über der Stadt thronende Schloss Iburg mit ehemaliger Benediktinerabtei, das über sieben Jahrhunderte die Residenz der Osnabrücker Bischöfe war. Bad Iburg gehörte zur Westfälischen Hanse . Die Iburg entstand 1070 auf einer Anhöhe als Burganlage mit Holzkapelle, das Benediktinerkloster in ihr wurde 1080 gegründet. Vom 11. bis Ende des 17. Jahrhunderts residierten die Bischöfe von Osnabrück in der Doppelanlage aus Schloss und Kloster. Kunstgeschichtlich bemerkenswert ist der Rittersaal aus dem 17. Jahrhundert wegen seiner Deckenmalerei in perspektivischer Scheinarchitektur. Iburg ist die älteste Ritterburg und neben der
Das
Uhrenmuseum
|

BAD ROTHENFELDE
Ons volgende doel is Bad Rothenfelde, een soortgelijk stadje 15 kilometer
verderop. Alles staat hier in het teken van kuren, een activiteit die in
Nederland nauwelijks bekend is, maar hier in Duitsland tot voor kort door de
Krankenkasse (ziekenfonds) bekostigd werd. We parkeren bij het Wellenbad en
wandelen het Kurpark door. We verbazen ons over het Gradierwerk dat zich hier
bevindt; pas in Bad Reichenhall hebben we dat voor het eerst waargenomen. We
blijven niet echt lang in het centrum vol fonteinen hangen. Clim rust uit op een
bankje, terwijl Jos een serie foto’s in het park maakt. Koffie in een
gemoedelijk hotelcafé waar we zonder problemen kunnen roken. Een Afghaanse
jongedame staat er achter de balie. Jos haalt er zijn e-mail op, in ons hotel
kan hij daar door strenge veiligheidsmaatregelen op de computer m.b.t. internet
niet aan.

| BAD ROTHENFELDE INFO Der Ort (7.500 Einwohner) hat einen etwa 18 Hektar großen Kurpark mit zwei Gradierwerken. 1777 errichtete man das erste Gradierwerk. 1824 folgte das zweite, mit seiner Länge von 412 Metern. Dieses Gradierwerk hat keine seitlichen Streben und ist somit das größte stützenfreie in Westeuropa. Ein Gradierwerk ist eine Anlage zur Salzgewinnung. Sie besteht aus einem Holzgerüst, das mit Reisigbündeln (vorwiegend Schwarzdorn) verfüllt ist. Das Verb „Gradieren“ bedeutet „einen Stoff in einem Medium Konzentrieren“. Im Falle eines Gradierwerks wird der Salzgehalt im Wasser erhöht, indem Sole durch das Reisig hindurchgeleitet wird, wobei auf natürliche Weise Wasser verdunstet. Viele Gradierwerke sind Teil eines Salzwerks, das aus einem Gradierwerk und einer Saline besteht. Häufig werden Gradierwerke fälschlicherweise als „Salinen“ bezeichnet. Bad Rothenfelde hat mehrere Kliniken von überörtlicher Bedeutung. 2002 hatte die Gemeinde etwa 1080 klinische Mitarbeiter und etwa 125 Ärzte. Um psychische Auffälligkeiten kümmerten sich etwa 20 Diplom-Psychologen. |
