|

Een term tijdens de middeleeuwen in gebruik op de Britse
eilanden en op het Europese continent in het gebied tussen Seine en Oostzee,
Noordzee en Donau, waarvan de zeer diverse betekenissen tot twee kunnen worden
herleid: 1. een recht dat groothandelaars verplicht waren te betalen om handel
te mogen drijven in een stad of in bepaalde gebieden; 2. een vereniging van
kooplieden van een stad of van een aantal steden die, om van de aan die
vereniging verleende voorrechten gebruik te mogen maken, het Hanzerecht hadden
betaald (in het Duitse Rijk werd de Hanza, het Hanzerecht, behoudens
vrijstelling, aan de koning betaald).

wapen Wismar |

wapen Lübeck |

wapen Schwerin |
1. Vlaanderen
In Vlaanderen en aangrenzende gebieden waren de hanzen oorspronkelijk
particuliere verenigingen van groothandelaars van een zelfde stad, die later
onder voogdij kwamen van de stadsbesturen. Zij werden opgericht met het oog op
de handel in bepaalde buitenlandse gebieden en men werd er lid van tegen
betaling van een hoog entreegeld. De Gentse kooplieden richtten een Hanze op in
de 12de eeuw voor hun handel op Rijnland. Ook in die eeuw ontstond de Hanze van
Sint-Omaars voor de handel op Engeland en Frankrijk. In andere Vlaamse steden
bestonden eveneens hanzen.
 |
 |
| Lübeck: Buddenbrook Haus |
Lübeck: Holsten Tor |
1. De Vlaamse Hanze van Londen
In het eerste kwart van de 13de eeuw verenigden een aantal Vlaamse stedelijke
hanzen zich in een interstedelijke Hanze, de zgn. Vlaamse Hanze van Londen. Gent
en Sint - Omaars maakten daarvan geen deel uit (hun afzonderlijke hanzen bleven
bestaan). De Vlaamse Hanze van Londen, onder leiding van Brugge en Ieper, was
bevoegd voor de handel op Engeland en Schotland. De teruggang van de actieve
Vlaamse handel op het eind van de 13de eeuw luidde ook het verval in van de
Vlaamse Hanze van Londen.
2. De Hanze der XVII steden
De Hanze, tot 1344 kortweg ‘de XVII steden’ geheten, was in oorsprong een
groepering van invloedrijke kooplieden van een aantal steden, die in het begin
van de 13de eeuw uitgroeide tot een vereniging van 17 steden in Vlaanderen en
Noord - Frankrijk, waarbij zich later nog een achttal andere voegde. Doel was
het handelsverkeer met de voor de handel met Italië hoogst belangrijke
jaarmarkten van Champagne te bevorderen en vooral de export van de producten van
de lakennijverheid in de hand te werken. Toen de markten van Champagne tegen het
eind van de 13de eeuw op hun retour raakten, verloor ook deze Hanze haar
betekenis. Een opvallend kenmerk van de Hanze in Vlaanderen is dat zij
uitsluitend een aangelegenheid van kooplieden was.
3. De Duitse Hanze
Deze wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde van koning Magnus van Zweden
(1343). De Duitse Hanze ontstond met Lübeck als centrum in de tweede helft van
de 12de eeuw als groepering van kooplieden uit Noordduitse steden, die in de
13de eeuw lokale hanzen gevormd hadden, en nam omstreeks het midden van de 14de
eeuw, daarin geholpen door het bestaan van verschillende politieke bonden van
Duitse steden, de vorm aan van een organisatorisch tamelijk losse, maar daarom
niet minder solidaire vereniging van steden, waarvan de kooplieden handel dreven
met elders gevestigde kooplieden en daarbij deel hadden aan de Hanzeprivileges
met andere woorden Hanzegerechtigd waren. De steden lagen in een gebied
dat zich uitstrekte tussen de Zuiderzee, de Finse Golf, de Baltische Zee en
Thüringen. In de bloeitijd (14de–15de eeuw) omvatte de Hanze meer dan 150
steden, waarvan Lübeck de invloedrijkste was. Het doel van de Hanze was haar
kooplieden in den vreemde te beschermen en haar handelsactiviteit uit te
breiden. Van het midden van de 13de eeuw af had zij vrijwel het handelsmonopolie
op de Oostzee en de Noordzee. Het handelsverkeer organiseerde zich rond een
grote as die Novgorod via Reval (Tallinn), Lübeck, Hamburg en Brugge met Londen
verbond. In de 14de eeuw werden de betrekkingen over land met Zuid - Duitsland
en Italië en over zee met de Atlantische kusten van Frankrijk, Spanje en
Portugal uitgebreid.
In de Nederlanden behoorden o.a. Groningen, Deventer,
Zwolle, Kampen, Staveren, Zutphen, Nijmegen, Arnhem, Harderwijk en Dinant tot de
Hanze. Het verval trad in tijdens de 15de eeuw, toen het aandeel van de
concurrenten, in het bijzonder de Hollanders en de Zuidduitsers, in het
groeiende handelsverkeer steeds groter werd en het handelsmonopolie van de Hanze
geleidelijk verdween. Bovendien werden de overzeese koloniën als leverancier van
grondstoffen en basisproducten en (veel) later als afzetgebied veel
belangrijker. De Noordeuropese landen hadden nu eenmaal weinig winstgevende
koloniën. Het einde van de Hanze mag men dateren in 1669, toen de laatste
bijeenkomst van nog slechts zes Hanzesteden plaatsvond. Lübeck, Hamburg en
Bremen voeren bij wijze van traditie nog steeds de naam Hanzestad.

MECKLENBURG - VORPOMMERN

Wie naar Mecklenburg - Vorpommern reist, kiest voor een streek die het moet hebben
van landschappelijke schoonheid.
De producten van de ijstijd liggen honderden meren sterk in de Mecklenburger
Seenplatte. De meeste van de huidige wateren ontstonden door het wegdooien van
'dood ijs', achtergebleven, vaak met grond overdekte restanten landijs. Het
resultaat van al die verschillende processen is een zeer bewogen reliëf. De
grootste hoogteverschillen komt u rond Feldberg tegen en in de drie
'Zwitserlanden' van het noorden, namelijk de Mecklenburger Schweiz tussen
Teterow en Malchin en de bij Brandenburg beschreven Ruppiner Schweiz en de
Märkische Schweiz. De kommen vulden zich met water, met het warmer worden van
het klimaat veroverden loofbossen het gebied. De Mülitz is na de Bodensee het
grootste meer van Duitsland.
Noordelijker lokt een ongerepte kust. Voor de watersportliefhebbers ligt hier
een waar paradijs. Waterwegen en sluizen, de Oostzee en vredige meren spiegelen
een fraaie flora waarin zich een veelvleugelige fauna ophoudt. Blauwe reigers,
aalscholvers, zee- en visarenden vliegen hoog boven elders met uitsterving
bedreigde diersoorten als otters en wasberen. U kunt er genieten van voettochten
rond een kristalhelder meer als de Schmale Luzin of van een trektocht door het
natuurgebied Hohe Burg und Schwarzer See bij Bützow.
De mens heeft het landschap van Mecklenburg - Vorpommern lange tijd links laten
liggen. Germanen passeerden het merengebied tijdens de Grote Volksverhuizing. De
Slavische Obodrieten volgden hen, maar bleven steken. Zij kozen strategische
plekken uit: op eilanden en aan de oevers van de meren. Archeologen sporen nu
nog steeds houtwallen op die de nederzettingen omgaven. Voorbeelden zijn te
vinden bij Wismar (Dorf Mecklenburg) en op het sloteiland In Schwerin. Bij het
naderen van de ge eeuw begon de oostelijke expansie van Duitse feodale heersers
vorm aan te nemen. In vier eeuwen tijd legden zij de Slavische stammen hun wil
op. Ze stichtten ook nieuwe steden, zoals Neubrandenburg. De uitleg van deze
stad kan model staan voor het uniforme patroon dat werd gebruikt: in de vorm van
een cirkel, met een hecht netwerk van haaks op elkaar staande straatjes, omgeven
door enorme stadsmuren.
Mecklenburg heeft vreemd genoeg nooit een typische plattelandscultuur gekend.
Bijna alle boeren in de 18e eeuw waren gebonden, bij na slaven die door de
edelen uitgemergeld werden. Hoe deze landjonkers leefden, is te zien in de oude
hoofdsteden van de voormalige hertogdommen Mecklenburg - Schwerin en Mecklenburg
- Gustrow. U ziet er verschillende 17c-118e-eeuwse sloten. Het Hanzeverbond
heeft sporen nagelaten langs de kust van Mecklenburg - Vorpommern. Wismar,
Rostock, Greifswald en Stralsund getuigen met hun architectuur van
baksteengotiek van de glorie die ze als handelssteden hadden. Het raadhuis in
Stralsund en de domkerk (het Munster) van Bad Doberan zijn de voornaamste
exponenten van een bouwtechniek, die bewijst dat met simpele middelen (baksteen)
buitengewoon fraaie resultaten te behalen zijn.


|