|
Bezochte plaatsen:

Om
half vijf komen we in Fritzlar aan, waar we eerst een rondje in de binnenstad
moeten rijden, omdat we het hotel aanvankelijk gewoon niet opmerken, wij
klunzen. Gelukkig heeft het hotel een eigen Parkplatz, hoewel die nogal beperkt
is voor onze relatief forse Volvo (spiksplinternieuw, pas ingeruild voor onze
oude, trouwe Ford Ka). Hilariteit als we merken dat het hotel een annex is van
het lokale bejaardenoord, in het Duits tegenwoordig heel netjes “Wohnstift”
geheten in plaats van het denigrerende (althans dat vinden ze) “Altersheim”. Bij
de receptie daarvan moeten we ons ook overdag inchecken. Sommigen van de
senioren zijn nog erg kras. Zo ziet (en hoort) Jos ’s avonds een hoogbejaarde
dame van stand op de piano sonates van Beethoven spelen. De kamer is ruim en erg
schoon, we hebben niet anders verwacht. Jos heeft dit hotel Kaiserpfalz via
internet gereserveerd, dat verloopt gladjes. We reserveren ook alvast een tafel
voor het avondeten en gaan het stadje verkennen.
Het centrum is verkeersluw gemaakt en bestaat dus vooral uit
voetgangerszones, en terecht. Vooral de markt is erg bezienswaardig met zijn
schitterende vakwerkhuizen die hier onaangetast door de oorlog zijn bewaard,
onder andere het grootste vakwerkhuis van de deelstaat Hessen. De romaanse kerk
is gesloten, het is vandaag Goede Vrijdag: zal dat ermee te maken hebben? Voor
de kerk staat het standbeeld van de heilige Bonifatius (die door de Friezen in
de 8e eeuw een kopje kleiner is gemaakt, bij Dokkum weten we nog van de lessen
vaderlandse geschiedenis op de lagere school). Deze christelijke missionaris uit
Ierland, want dat was hij, ging zo fanatiek te keer dat hij met een bijl
eigenhandig de heilige eik van de Saksische bewoners omhakte. Tenminste zo wil
de legende het. Verder bekijken we de stadswallen met een hoge weertoren die
tevens als gevangenis heeft gediend.
Slide show van Fritzlar en omgeving
Fritzlar Korbach Bad Wildungen Frankenberg
Ons diner bestaat uit Schwarzwalder Schnitzel, Balkan Grill, Kartoffelsuppe
voor Jos en erg veel en erg goede salade. We krijgen het niet op, ook de friet
niet. Vergeleken met Nederland liggen de prijzen in de Duitse horeca een stuk
lager en is de kwaliteit van het gebodene ook nog eens veel beter! We
vergelijken onze maaltijd met die van een week eerder in restaurant Union aan de
Markt in Roermond: daar kregen we nog niet eens de helft voor een prijs die wel
twee keer zo hoog lag!
De rest van de avond brengen we voor de tv door, we volgen er onder meer een
aflevering van Tatort.
Prima ontbijt, alles ‘drum und dran’ in buffetvorm. Gelukkig hoeven we niet
aan te schuiven bij de oudjes, die hebben een aparte Speisezimmer waar ze
urenlang bezig zijn met hun boterhammetjes op te peuzelen. Blijkbaar zijn we de
enige gasten, want we blijven de hele tijd alleen.
Die ochtend bekijken we eerst het stadje nog eens. De kerk blijkt nog steeds
gesloten. We raken in gesprek met een oudere man bij een braakliggend stuk
terrein met half vergane muren. Hij vertelt ons een en ander over de historie,
o.a. over het lot van Fritzlar als garnizoensstad in de laatste wereldoorlog.

We stappen in de auto en rijden naar Haina, een kleine 20 kilometer verderop.
Daar bevindt zich een vroeggotisch klooster uit de 12e eeuw. Het weer is
bewolkt, maar de verwachte regen blijft uit. Af en toe breekt zelfs een bleek
zonnetje door. Het hele complex is nauwgezet onderhouden, op zijn Duits dus. Het
wordt nog steeds gebruikt als psychiatrische inrichting in een gebouw uit de
19de eeuw. De behandeling van psychisch zieken stamt uit de zestiende eeuw en
was de eerste poging daartoe in Europa. De hoge kerk van de cisterciënzers is
sober ingericht en doet kil en koud aan. De kloosterhof doet, zonovergoten als
hij is, warm aan. We maken nog een praatje met de beheerster die aangeeft dat
het aantal bezoekers per dag erg uiteenloopt.
|
Haina
Haina heeft een grote bezienswaardigheid die het gehucht geheel
overschaduwt. Cisterciënzers bouwden hier in de 13e eeuw een
klooster dat het voor de wind ging. In ruim een eeuw tot 1328 werd
er een gotische Klosterkirche bijgebouwd die zich kan meten met
beroemde kathedralen. Ze is goed in de originele, kale staat bewaard
gebleven, wat een unieke kans biedt de sfeer van zo'n langgerekt
vroeggotisch bouwwerk te ervaren. Let op de betoverende lichtval
tussen de langgerekte series spitsbogen en pilaren. Het gotische
geheim zit grotendeels in de doorlopende lijnen en de ramen!
Tijdens de Reformatie veranderde landgraaf Philip de Grootmoedige
het klooster in een ziekenhuis voor de armen en zieken onder het
volk. Het werd een van de eerste psychiatrische ziekenhuizen van
Europa. Uit het grondbezit werd de stichting van de Marburger
universiteit gefinancierd. In de kerk worden enkele malen per jaar
klassieke concerten georganiseerd. De tijden van opening en
rondleidingen door kerk en kloostergebouwen zijn wat onzeker.
De golvende omgeving van Haina is een ideale streek om te wandelen
en fietsen. Onderkomens zijn er echter niet veel. Tussen de
traditionele vakwerkdorpjes springt de kerk van Mohnhausen in het
oog. In de omgeving van Dodenhausen vindt u pittige wandeldoelen in
de Joxhelmer Steine en de uitkijktoren op de Wüstegarten, tussen de
resten van een walburcht. In het Sneeuwwitje - dorp Bergfreiheit is
een dagelijks te bezoeken kopermijn
|
|

|
|
Door
een heuvelachtig landschap tuffen we door naar Frankenberg, een stadje met een
vesting die de grens van het rijk der Franken van onder meer Karel de Grote in
de 8e en 9e eeuw moest beschermen tegen de opdringerige Saksen van Wedekind (Wittekind
aufs Deutsch). Aan de rand van de Altstadt kunnen we de Volvo kwijt. In een
drukke winkelstraat nuttigen we koffie op een terras van een goed lopend
Eiscafé. Opvallend op deze zaterdag zijn de vele kinderen die met pa en ma
inkopen aan het doen zijn. Ook de vele rondslenterende pubers vallen ons op, met
name de meisjes die bijna allemaal iets te mollig zijn. Hun babyvet puilt tussen
broeksband en naveltruitje uit, bepaald onsmakelijk vinden we dat.
Het
zestiende-eeuwse stadhuis met zijn 12 torentjes is tamelijk uniek. Op de begane
grond huisvest het een markthal, die overigens niet in gebruik is, dit in
tegenstelling tot een bewering in een van onze reisgidsen. We lopen naar de iets
hoger gelegen Liebfrauen - kerk die uit zandstenen blokken in gele en oranje
tinten is opgetrokken. Van binnen is ze ‘schlicht und einfach’ ingericht, ze
blijkt dan ook tot een evangelische gemeente te behoren. Protestantse bedehuizen
zijn doorgaans heel wat minder uitbundig aangekleed dan katholieke, zeker omdat
beelden er over het algemeen taboe zijn. De meeste steden in deze streek zijn
protestant gebleven in de Dertigjarige Oorlog (1618 – 1648), die regelrecht een
godsdienstoorlog was. Alleen Fritzlar is destijds een katholieke / roomse
enclave gebleven. Vlakbij liggen ook nog de schamele overblijfselen van een
burcht. Via een trap lopen we naar beneden richting Altstadt, waar we nog een
blik werpen op een klooster dat momenteel in gebruik is genomen door de “Behörden”.
|
 |
| Frankenberg
Frankenberg is een stadje vol historie op een berg langs de Eder.
Sinds ongeveer het jaar 500 onderhielden de Franken hier een
versterking boven een doorwaadbare plaats waar twee belangrijke
handelswegen elkaar kruisten. Noordelijker in Hessen leefden de
Saksen. Pogingen om hen te kerstenen en te onderwerpen leidden tot
invallen over en weer. Karel Martel bouwde een permanent bezette
vesting op de berg, die na de onderwerping van de Saksen weer
verviel. De 'Frankenberg' lag er enige eeuwen waarschijnlijk geheel
onbewoond bij, tot de landgraaf van Thüringen er in 1233 uit
machtspolitiek een burcht en een stad stichtte. Het op handel
afgestemde stadsplan is nog goed herkenbaar. Nog in dezelfde eeuw
begon boven op de berg de bouw van de gotische Liebfrauenkirche met
sierlijke plafondschilderingen en glas in lood.
Frankenberg viel aan enkele grote branden ten prooi. Het enige huis
dat die overleefde, is het in 1240 gebouwde Steinhaus aan de
Pferdemarkt, nu in gebruik als bibliotheek. Het symbool van de
welvarende eeuwen daarna is het opvallende Rathaus met de tien
torens, begin 16e eeuw gebouwd. Op de begane grond daarvan wordt nog
elke zaterdagochtend markt gehouden (klopt niet meer). Een ander
fraai monument staat in de benedenstad.
|

Het
volgende stadje dat we bezoeken is Korbach. We moeten daarvoor 30 km naar het
noorden via de westzijde van de Eder Stausee. Het hele centrum van deze jonge
Kreisstadt (de stad zelf stamt trouwens uit de 11e eeuw ) is min of meer in
gevarieerd vakwerk gebouwd. We kijken er onze ogen uit en vinden het alleszins
de moeite waard. Al die gebouwen zijn in perfecte staat gehandhaafd, onder meer
het stadhuis dat aan een pleintje met een zuil ligt. Tussen al dat fraaie
vakwerk staat dan plotseling een barokhuis te pronken. De Sankt Kilian - kerk is
eveneens een bezoek waard met zijn mooie orgel. Bij een oorlogsmonument rusten
we even uit.
| Korbach
Korbach is heel veel stad voor een plaats met een kleine 17.000
inwoners. Sinds de bestuurlijke samenvoeging van de districten
Waldeck en Frankenberg is Korbach de Kreisstad, de
districtshoofdstad. De geschiedenis rechtvaardigt dit.
In 1188 verwierf het plaatsje stadsrechten. Uit de Late
Middeleeuwen, de welvarende tijd dat Korbach deelnam aan het
Hanzeverbond, stammen de twee grote gotische hallenkerken St. Kilian,
met een beeldenrijk zuidportaal, en St. Nikolai, eveneens gotische,
stenen pakhuizen en de dubbele stadsmuur die voor driekwart nog
overeind staat. In de oude verdedigingstoren van het wolweversgilde
bevindt zich een restaurant.
In Korbach staan nog vrij veel oude huizen in steen- of vakwerk. De
meeste verkeren in uitstekende staat. Zoals op meer plaatsen in het
Waldecker Land zijn de vakwerkhuizen kleurrijker dan in het wat
strengere Sauerland. Het houtwerk is meestal donkerrood, -blauw,
-groen of -bruin.
Het Alte Rathaus uit 1377 is een opvallende verschijning. Het heeft
een trapgevel, bekroond door een fraaie spitse toren. Op de ene hoek
van de gevel is een Roland ingebouwd, het symbool in Duitse steden
dat ze ooit een eigen rechtspraak voerden, onafhankelijk van
kerkelijke heersers. Aan de andere hoek zit een verschrikking vast,
die geen enkel oordeel zou doorstaan. Het lijkt een misplaatste
parkeergarage, maar in de jaren '70 van de 20e eeuw heette deze
uitbreiding van het raadhuis waarschijnlijk functioneel. U vindt er
nu in ieder geval het toeristeninformatiebureau. Het Museum Korbach
is gehuisvest in een geslaagde combinatie van eeuwenoude en moderne
architectuur aan de voet van de St. Kilianskirche. Belangrijk deel
van de collectie is de afdeling goud-, ijzer- en kopermijnbouw.
|

We besluiten nog het slot Waldeck mee te pikken. Dat ligt ten noorden van de
Edersee aan het oostelijke uiteinde. We parkeren op een pleintje en gaan te voet
naar het kasteel om er van het panorama over het stuwmeer en het Sauerland te
genieten. Jammer genoeg is het een beetje heiig, zodat het uitzicht niet
briljant genoemd kan worden. We bestellen koffie (Clim wenst er Kuchen bij, of
is het Kirsch Torte?) en krijgen ongevraagd twee Kännchen geserveerd; de
rekening liegt er niet om, meer dan € 10!
| Waldeck
Waldeck ligt hoog boven de Edersee. Een nuttige attractie is
daarom de kabelbaan, die grappige kleine cabines van de oever naar
de top van de Schlossberg schuift. Fietsers kunnen hun voertuig
zelfs in een aparte kooi meenemen. Het terras bij het Schloss
Waldeck biedt uitzicht op het stuwmeer. Behalve een Burgmuseum bevat
het slot een zeer diepe waterput en een mooi maar prijzig
hotelrestaurant.
Het centrum van het kleine stadje heeft nog een aangename,
middeleeuwse uitstraling. Van het vliegveldje zijn rondvluchten in
motor- of zweefvliegtuig mogelijk boven deze schitterende omgeving.
Bij de Ederoever is een promenade met een antroposofisch verantwoord
speelparcours.
|
Stuwmeer van de Eder
(Waldeck)
Het stuwmeer dat
wereldbekend werd na een aanval met stuiterbommen
Het
indammen van de rivier de Eder in het noorden van Hessen begon
in 1908 en werd voltooid in 1914; zo ont stond
het stuwmeer van de Eder. Het doel was het opwekken van
hydro-elektrische energie en tevens het reguleren van de
waterstroom, zodat de verderop gelegen rivier de Weser beter
bevaarbaar werd.
In de nacht
van 16 mei 1943 zette een RAF Lancaster - bommenwerper van
Squadron 617 de aanval in op drie grote stuwdammen, in de Eder,
de Mohne en de Sorpe. In de dammen van de Eder en de Mohne
werden grote bressen geslagen. De aanval maakte geschiedenis
vanwege de bijzondere bommen die gebruikt werden (zogenaamde
stuiterbommen, speciaal voor dit doel vervaardigd) en vanwege de
vliegkunst en stoutmoedigheid van de bemanning. De explosies van
de bommen sloegen een bres van 70 meter breed en 22 meter diep
in de dam van de Eder, waardoor een vloedgolf ontstond met
golven van 6 tot 8 meter hoog, die door de Edervallei spoelde
tot 30 km stroomafwaarts. Deze richtte grote vernielingen aan en
veroorzaakte veel doden, onder wie zevenhonderd Oekraïense
krijgsgevangenen in hun werkkamp. Hoewel de bres in de dam zeer
groot was, kon deze binnen enkele maanden worden hersteld, zodat
er opnieuw energie kon worden opgewekt.
Tegenwoordig is het Eder - meer een belangrijke toeristische
bestemming. In het omringende bos wordt gewandeld en gekampeerd.
In de zomer, als het water laag staat, komen de dorpen Asel,
Bringhausen en Berich aan het licht, die onder water kwamen to
staan tijdens de aanleg van het stuwmeer. Ze worden nog steeds
bezocht door de nakomelingen van de dorpelingen.
De nazi's
stelden alles in het werk om de beschadigde dam in het Eder”-
meer
zo snel mogelijk te herstellen. |

We rijden naar het meer, waar een gloednieuwe kronkelweg ons naar de Staudamm
uit 1903 voert. We lopen de dam op en af. In de oorlog is die twee keer door
Britse jachtbommenwerpers verwoest. Er staat nu een monument voor de
dwangarbeiders (vooral Russische krijgsgevangenen) die de zaak weer moesten
repareren. Velen van hun kwamen tijdens de herstelwerkzaamheden door ontberingen
en ongelukken om. De oorlogsindustrie van Kassel en Dortmund was in hoge mate
afhankelijk van de energie die deze dam met zijn elektriciteitscentrale (witte
steenkool) leverde. Aan de overkant van de dam is een ware kermis voor de
toeristen opgezet. Er is verder niet echt veel te zien, dus keren we terug naar
ons hotel. Onderweg passeren we enkele Feriendörfer en kleine Ortschaften vol
goedkope, maar sfeervolle pensions en hotelletjes.
|
Edersee
Edersee heet het op één na grootste stuwmeer van Duitsland te
zijn. Over 27 km kronkelt het meer zich door het dal van de Eder. De
huurmogelijkheden voor watersport zijn prima. Zwemmen, roeien,
kanoën, surfen, zeilen, waterskiën, duiken (de verzonken dorpen
mogen bezocht worden) en vissen trekken jaarlijks vele toeristen
aan, ook uit Nederland.
Zeven campings, een kampeerveldje voor jongeren, drie jeugdherbergen
en speciale plaatsen voor kampeerwagens liggen dicht bij het water.
Natuurlijk zijn er ook goede overnachtingsmogelijkheden in hotels en
pensions. De westpunt is een vogelreservaat. Rond het meer ligt een
goed net aan fietspaden.
|


|