|



Vrijdag, 30 juli
ROUTE: Totvazsony - Tihany veerboot - Siófok - Dombóvár - Komló -
Pécsvarad
Aantal kilometer: 169
Hotel: István Király
Onderweg: Snelle veerboot en goedkoop - stop in Dombovar, geen terrasjes -
door Mecsek - bergen rondom Komló - mooi landschap - zoeken naar hotel
Bijzonderheden: Bij ontbijt kennismaking met ander Hollands paar; ze zijn
met de motor hier. Clim noemt ze de Rotterdammers of “motormuizen”. Ze volgen
dezelfde route als ons. Veer bij Tihany naar andere kant, daar autobaan op
zonder vignet, Clim in paniek. Vervolgens landelijke wegen. Vergeefs terrasje
zoeken in Dombovar. Binnenweg door bergen gekozen. Via de industriestad Komló
naar 'ons' dorp. Het hotel is een historisch monument, vroeger bekend klooster geweest. Koffie
en pils op terras binnenhof. Archeologische opgravingen! Museum van Sint Istvan
(rond 1000 na Chr.) bezocht: crypte, beelden en maquettes. In andere ruimte
moderne kunst van marmerhouwer. Te voet naar dorp. Biertjes en ijsje op terras
aan hoofdstraat, aardig dienstertje. Dreigende luchten, onweer nadert.
Avondeten in hotel, duurste schotel gekozen met 5 soorten gepaneerd vlees (ongeveer 8
euro). Gepaneerde gerechten zijn hier de
specialiteit. De kamer is verder in orde, maar wel een beetje basic.
 |
 |
Gangen van ruwe steenblokken
|
Soort conferentiezaal van monniken
|

Dag 4-5
Kasteelhotel István király ** Pécsvárad
Kasteelhotel István Király is gelegen in het zuiden van Hongarije op ca. 15 km
ten oosten van de bekende stad Pécs. Dit hotel is ideaal gelegen om deze mooie
stad te bekijken , maar ook het Mecsek gebergte met zijn uitgestrekte bossen en
heldere meertjes. De geschiedenis van het gebouw waarin het hotel is gevestigd
gaat terug tot de 10e eeuw. Het museum naast het hotel geeft u hier inzicht over
. U verblijft hier 2 nachten. Afstand vanaf Kasteelhotel Cseri : ca. 180 km .
|
 |
|
Pécs is de op vier na grootste stad van Hongarije. De stad ligt in het
zuidwesten van het land, in de beschutting van het Mecsek - gebergte, even
ver van de Donau als van de Drau. Het is de hoofdstad van het comitaat
Baranya en telt 157.300 inwoners. Als zuidelijkste grote stad van Hongarije
wordt de stad gekenmerkt door een mediterraan aandoende atmosfeer. Bovendien
herbergt de stad de opvallendste Turkse bouwwerken van Hongarije, die in het
land verder niet bijzonder talrijk zijn.
Pécs is een universiteitsstad en heeft mijnbouw (uranium, steenkool),
keramische industrie (de porseleinfabriek Zsolnay), lederwaren- en
voedingsmiddelenindustrie. De streek ten zuiden van de stad produceert wijn.
De kunstenaar Viktor Vasarely werd in Pécs geboren.
Geschiedenis
Pécs bestond al in de Romeinse tijd, toen zich hier de nederzetting Sopianae
bevond op een eerder door Keltische stammen bewoonde plaats. Na de komst van
de Hongaren in de tiende eeuw, stichtte koning Stefan de Heilige hier in
1009 een bisdom. De stad stond destijds in het Latijn bekend als Quinque
Ecclesiae, naar de vroegchristelijke kerken die hier al stonden, en waarvan
de traditionele Duitse naam Fünfkirchen is afgeleid. De opvolger van Pécs’
eerste bisschop legde de basis van de nog steeds bestaande kathedraal.
Pécs beleefde zijn bloeitijd in de veertiende en vijftiende eeuw. In 1367
kreeg Pécs als vijfde stad in Europa een universiteit, gesticht door koning
Lodewijk de Grote. De stad werd een centrum van het humanisme en kreeg in
1440 als eerste stad in Hongarije een openbare bibliotheek. Van 1543 tot
1686 maakten de Turken in Pécs de dienst uit. Zij lieten de stad onder meer
een prominente moskee na.
Na de verdrijving van de Turken werd het ontvolkte Pécs voor een groot deel
bevolkt door Servische en Duitse nieuwkomers en ontstond een barokstad op de
puinhopen. Keizerin Maria - Theresia gaf Pécs in 1780 de rang van Vrije
Koninklijke Stad. In de negentiende eeuw kwam de industrie op gang
(steenkoolwinning, porseleinfabriek Zsolnay) en kreeg Pécs een
spoorweg verbinding met Boedapest. Aan het eind van de negentiende eeuw was
de bevolking weer overwegend Hongaars. Uit de periode na de Tweede
Wereldoorlog dateert de uraniumwinning bij de stad.

Stadsbeeld
Middelpunt van de stad is het aflopende Széchenyi - plein rond de voormalige
moskee, het grootste Turkse bouwwerk in Hongarije. Aan de rand van de
binnenstad bevindt zich een kleinere moskee met een twaalfkante minaret. De
Turken lieten elders in de stad nog een grafkapel en een fontein na en,
minder zichtbaar, een stelsel van waterbuizen.
In de noordwesthoek van de binnenstad bevindt zich het Domplein met de
domkerk, waarvan de oudste elementen uit de elfde eeuw dateren en waarvan de
vier even hoge hoektorens het meest in het oog springen. Het is een van de
twee voornaamste kerken in romaanse stijl in Hongarije (de andere staat in
het dorp Ják). Curieus is dat de hoofdfaçade de zuidelijke is en niet de
westelijke. Het interieur is nauwelijks origineel. Aan het Domplein staat
ook het bisschoppelijk paleis en onder het plein bevindt zich een 4e -eeuwse
grafkamer.
Pécs heeft veel musea, gewijd aan Viktor Vasarely, aan de Zsolnay - fabriek,
aan de Turkse tijd en aan de geschiedenis van de stad en van Hongarije.
Pécs ligt aan de voet van de heuvels en is goed te bekijken vanaf de 194 m
hoge televisietoren, een van de symbolen van de stad, die zich op een van de
heuvels bevindt.
|

Zaterdag, 31 juli
ROUTE: Pécsvarad - Pécs - Mecsek gebergte - Komló - Pécsvarad
Aantal kilometer: 124
Hotel: Istvan Kiraly
Onderweg: Bezichtiging binnenstad Pécs - ritje door bergen
Bijzonderheden: Bij ontbijt spiegeleieren gevraagd, verder kregen we niets; valt
wel iets tegen. 10.30 uur naar Pécs. Botsing op kruispunt gezien. Parkeren
overdekte garage, d.w.z. op dak modern winkelcentrum met echte Formule 1 -
raceauto’s. Architectonisch mooie binnenstad, vooral barok. Via synagoge en
diverse kerken naar kathedraal. Onder de indruk, gerenoveerd in 19de eeuw.
Binnen geen centimeter onbedekt (vgl. met Kevelaer!) Heel grote crypte, wel
nogal leeg. Ook sacristie en schatkamer. Wijn drinken in kelder van
aartsbisschop, hoort bij entreekaartje. (Clim nipt alleen maar.) Bezichtiging
archeologische opgravingen, kerkjes en crypten van vroege christenen uit 4de
eeuw. Unesco - werk trouwens. Moskee tot parochiekerk omgebouwd, heel speciaal.
Onderweg veel Hollandse toeristen ontmoet. Schitterend Hotel Palatina, art deco
en zo. Niet duur ook nog eens: € 80 per kamer. Wandeling langs stadsmuur. Jos
pint HUF 50.000. Koffie op terras bij hoofdplein. Bij een Interspar bier en
wasmiddel inkopen.
|
|
 |
 |
Széchenyi - plein
|
Omgebouwde moskee
|
 |
 |
Negentiende-eeuwse dom
|
Moderne architectuur
|
Half vier: autorit door de bergen. Aanvankelijk raken we verdwaald in buitenwijken,
er staan hier hoertjes langs de weg. Mooie omgeving, hier en daar toeristisch, bijv. in Örfü
en Abaliget. Tegen zes uur hotel. Moeten wachten op eten (koks zijn bij een
bruiloft bezig!), daarom stappen we boos op en zoeken met de onze auto een restaurant in
het dorp op. Lekker gespijsd in een soort herberg bij uitvalsweg: pörkölt en kotelet. Terug
bij hotel: auto parkeren op gras, geen plaats vanwege bruiloftsgasten. Tot diep
in de nacht feestgedruis te horen.


|