|



Zondag, 8 augustus
ROUTE: Ötteveny - Györ - Tata - Komarnom - Esztergom - grens
Hongarije / SLOWAKIJE -
Novy Zamsky - Nitra
Aantal kilometer: 240
Hotel: Alexander’s Hotel (Nitra)
Onderweg: autobaan Tata. Omweg. Bezoek kathedraal Esztergom. Grens passeren.
Vlak land.
Bijzonderheden: Afscheid van de Rotterdammers (de zgn. “motormuizen”). Jos
betaalt met VISA (Eurocard weigert). V 10.30 uur, autobaan tot Tata. Via omweg
naar Komarom langs de Donau naar Esztergom. Parkeren in zijstraatje. We bekijken majestueuze
basiliek / kathedraal die van historisch belang is, hij torent boven de Donau uit.
Er ligt een enorme crypte onder met tal van Hongaarse
koningen. Veel bekijks daar. Vieze melkkoffie op terras. Betere koffie in biertuin
(Sörkert) bij grens. We moeten rijden, dus we drinken geen alcohol, dat is
overdag taboe verklaard. Jos wisselt contant € 100 in voor Slowaakse kronen. Een stalen
brug leidt ons over de Donau, waarna we voor het eerst Slowaakse bodem betreden.
Via Novy Zamsky (industriestad zo te zien) naar Nitra. Aankomst om 16.30 uur. Hotel Alexander’s,
super-de-luxe onderkomen, viersterren, ligt aan de voet van de burchtheuvel en
is pas 3 weken in
bedrijf. Jos regelt er de zaken in zijn schamele Russisch met een oude receptioniste.
We hebben bewondering
voor de geavanceerde douchecabine. Is dit hotel in handen van Slowaakse maffia
en een witwasserij van zwart geld? Bier
op terras tegenover hotel. Exclusief diner in ons hotelrestaurant. Op tv Dr.
Zhivago, voor de zoveelste keer bekeken. Een kamerboy komt om half elf
onaangekondigd en zonder te kloppen met nieuwe gasten binnenvallen, Clim
is hierover des duivels.
ESZTERGOM
Esztergom het ‘net om de hoek’ gelegen stadje waar de Donau een aanloop
lijkt te nemen alvorens in een vrijwel rechte lijn zuidwaarts te stromen.
Ook dit is een plek van strategische waarde; vanaf de burchtheuvel kan men
zowel de rivier als het tegen over gelegen Slowaakse laagland overzien. Geen
wonder dat de Magyaren na hun besluit af te zien van rooftochten en
huurlingschap op deze plek zowel hun koninklijke residentie als hun
bisschopzetel vestigden. Van de koninklijke residentie rest niet meer dan
een zeer bezienswaardige ruïne De aartsbisschoppelijke kerk staat nog fier
overeind. En wat voor een kerk: een welhaast overdreven groot voortbrengsel
van de classicistische bouwkunst, alles overheersend, van verre zichtbaar en
zowel geprezen als vergruisd door de architectuurcritici.
Kerk en burchtruïne nemen maar een deel van het plateau in dat in de
Middeleeuwen plaats bood aan de gehele clerus en hofhouding. Grootvorst Géza
moet het zijn geweest die de heuvel, waar al eerder Keltische nederzetting
en een Romeinse castrum lagen, als verblijfplaats koos.
Esztergom (zowel deze naam als de Duitse versie Gran zijn een
verbastering van het Romeinse Istrigonium) werd daarmee de eerste hoofdstad
van de jonge staat Hongarije. Overigens moeten we ons afvragen of
‘hoofdstad’ wel de juiste benaming is; in die tijd waren vorsten bijna
voortdurend op reis door hun land, al was het maar om hun onderdanen te
laten zien dat zij nog springlevend waren en de touwtjes vast in handen
hadden.
Géza liet zich op latere leeftijd tot christen dopen en zijn zoon István
werd rond het jaar 1000 de eerste christenkoning. Hij is het geweest die het
aartsbisdom stichtte en binnen de citadel een kathedraal liet bouwen.
|


|