|

In de ochtenduren staat een bezoek aan de historische Unesco - stad
Quedlinburg op het programma. Het heenritje door flarden mist en nevelbanken
duurt nog geen dertig minuten, het ligt dan ook maar dertig kilometer van
Wernigerode af op voormalig DDR - gebied. Dit wereldcultuurerfgoed van de
mensheid bevalt ons goed. De vakwerkhuizen staan er goed in het gelid en zijn
netjes afgewerkt. We parkeren gratis aan de rand van de binnenstad. De
slotburcht is ons eerste doel. Die is imposant gelegen op een hoge rots die het
stadje domineert. We hebben er een mooi uitzicht over de rode pannendaken. De
Schatzkammer is zijn naam waard. Het museum richt zich vooral op de
boerenoorlogen en de 30-jarige Oorlog uit de vijftiende en zestiende eeuw (wat
weten wij als Nederlanders daar weinig van!).
Er lopen veel toeristen rond, het stadje heeft inmiddels een zekere populariteit
verworven. We spotten er naast Nederlanders ook veel Denen. Jos ontdekt op het
marktplein een fotozaak waar men handig een nieuwe batterij in zijn camera zet.
We lunchen ergens en eten goedkoop gehakt met brood en Sülze (een soort
hoofdkaas). Daarna bekijken we nog een kerk en het stadhuis. Veel gebouwen zijn
er ooit afgebrand (alles van hout!), maar dat is er niet aan af te zien: met
Duitse Gründlichkeit zijn ze als nieuw herbouwd.
Het blijft schitterend herfstweer. Het is opnieuw meer dan twintig graden en we
genieten volop van de kleurenpracht en de uitbundige tinten die het najaar ons
biedt. Op ons gemak rijden we door naar Blankenburg, waar we in een café bij een
plein eten. Jos bestelt er Baumeister Schnitzel (een soort cordon bleu), terwijl
Clim zich bij zijn vertrouwde steak houdt. Pilsjes bij onze stamkroeg, waar nu
een invalster de scepter achter de bar zwaait. Jos moet er heel lang op zijn
cappuccino wachten, dergelijke bestellingen zijn ze hier niet echt gewend. Het
is al “Bier her!” wat de klok slaat...
Quedlinburg
Quedlinburg is sinds de 15e eeuw gespaard gebleven voor verwoesting
door brand of oorlog. Bovendien is het oude centrum al in de jaren
'60 tot beschermd stadsgezicht uitgeroepen, zodat er weinig huizen
vervangen zijn door nieuwbouw. Zodoende komt u ogen te kort wanneer
u door de smalle, kronkelige straatjes langs de vakwerkhuizen
wandelt sommige klein en scheef, andere statig en rijkversierd. Het
oudste huis van Quedlinburg (rond 1300) staat in de Wordgasse 3 en
herbergt een museum over de geschiedenis van de vakwerkbouw.
Om de burcht van Quedlinburg te bereiken, moet u de Schlossberg
beklimmen. Als u via de Hohe Strasse omhoog wandelt, komt u langs de
Finkenherd, een rij vakwerkhuisjes uit de 17e eeuw die, althans
volgens de legende, de plek aanduiden waar zich de Vogelherd van de
enthousiaste vogelvanger Heinrich I bevond. Hij zou hier ook gezeten
hebben, toen hem in 919 de Duitse kroon werd aangeboden. Op de plek
van het Schloss stond zijn burcht, maar de huidige gebouwen dateren
van de 16e tot de 18e eeuw. Als u het Schlossmuseum bezoekt, komt u
alles over de burchtgeschiedenis te weten en ziet u de
Raubgrafenkasten waarin de beruchte Regensteiner graaf Albrecht lI
een aantal maanden gevangen werd gezet. Op de Schlossberg bevindt
zich eveneens de Romaanse stiftskerk St. Servatius met de graven van
Heinrich 1 en zijn vrouw Mathilda. In de Schlosskrug kunt u na
afloop iets eten; het terras biedt een schitterend uitzicht over de
rode pannendaken en spitse kerktorens van Quedlinburg.
Voor de Münzenberg moet u opnieuw klimmen, maar ook hier loont het
de moeite. In 986 stichtte Mathilda er een vrouwenklooster dat
echter in de Boerenoorlog werd verwoest. Dakloze werklieden, zoals
ketellappers, kwakzalvers, muizenvallenhandelaren en muzikanten
gebruikten vervolgens de stenen van de ruïne om er kleine huisjes
van te bouwen. |

 |