|
|
TRIER
Het Kockelsberg Hotel
|
![]() |
![]() |

Porta Nigra (Trier)Een indrukwekkend Romeins bouwwerk aan de rand van het rijk
De Porta Nigra (zwarte poort) was een van de vier poortgebouwen die tussen 180 en 200 n.Chr. werden gebouwd om de stad te verdedigen. De Porta Nigra lag aan de noordzijde en was gebouwd van grijze zandsteen. In de loop van de middeleeuwen kregen de stenen een zwarte kleur, vandaar de benaming Porta Nigra. Bij Trier lag een belangrijke oversteekplaats van de Moezel. De poortgebouwen dienden om deze strategische plek te beschermen. De Porta Nigra is ruim 30 meter hoog en wordt geflankeerd door twee torens van elk vier verdiepingen. Er zijn twee grote doorgangen voor wagens, elk 7 meter hoog. De grote stenen blokken zijn niet gemetseld, maar met elkaar verbonden met ijzeren krammen en staven. Hoewel de andere drie poorten van Trier in de middeleeuwen afgebroken zijn om als bouwmateriaal te dienen, bleef de Porta Nigra dit lot bespaard, omdat een Griekse monnik als kluizenaar in dit gebouw woonde. Na zijn dood werd te zijner ere een kerk gebouwd in het poortgebouw, waarbij de binnenplaats als schip diende. Hoewel er een paar aanpassingen werden gemaakt, bleef de oorspronkelijke Romeinse structuur grotendeels intact. In 1802 viel Trier in Franse handen. Napoleon liet de kerk verwijderen en de Porta Nigra weer in Romeinse stijl herstellen. Hoewel het gebouw enigszins is aangetast door de tand des tijds (en door plunderaars), ziet het er nog steeds indrukwekkend uit: het is een van de grootste Romeinse bouwwerken ten noorden van de Alpen en een herinnering aan de verstrekkende macht van het oude Rome.
"[..] een uniek
gebouw, geheel anders dan andere Romeinse Stadspoorten." |
|
|
|
NB Jos bezoekt Trier in 2011 vanuit de stad
Luxemburg nog eens, nu vooral om veel foto's te maken.
Zie hieronder een kort verslag en een Fotocollage.
Het regent als ik om kwart over tien naar Trier vertrek. Ik kom langs het dorpje Oetrange - Schrassig van ome Sef en tante Bet. Om 11.10 uur kom ik in Trier aan. Daar bekijk ik in het compacte centrum eerst de herenhuizen uit eind 19de / begin 20e eeuw langs de allee die naar de Porta Nigra leidt. De Romeinse poort heeft veel belangstelling van kijkers uit de hele wereld. Ik schuil voor de regen in de binnenhof van het klooster annex restaurant van het Stadtmuseum Simeonstift. Vervolgens wandel ik tegen de regen beschut onder luifels en markiezen door richting Markt, langs het Drei Königehaus en andere historische panden. Een toeristentreintje kruist herhaaldelijk mijn pad. Achter de panden ligt het St. Gandolf -kerkje dat door redemptoristen bestierd wordt, dat is sfeervol en is nog niet door de toeristen -hordes ontdekt. Bij het Diocesaan Museum moet ik weer eens schuilen. Ik neem de tijd om de Dom te bekijken, het beeldhouwwerk heeft mijn interesse, alsmede ook de kruisgang van het klooster. De beroemde crypte en de schatkamer bezoek ik maar niet. De Liebfraukirche next door is nog steeds gesloten, al jaren zo blijkt, tot 2012. Mooi romaans portaal, dat is alles wat je ervan kunt zien.

De bakstenen Konstantin Basilica heb ik al eens eerder bezocht, maar ik vind hem nog steeds erg imposant voor een gebouw uit de derde eeuw, er huist nu een evangelische gemeente in. Ernaast ligt de Roter Turm, eveneens een opvallend gebouw waarvan ik echter de functie niet weet. Tweede koffie van de dag bij een Italo. Het Kurfürstliches Palais met zijn tuinen en parken en museum is dan niet ver meer, evenals de ruïnes van de Kaiserthermen. Daar verwijl ik even in de entreehal van het museum, maar ik vind het zonde van de tijd om er binnen te gaan en kies voor een andere weg terug naar het station.

De bakstenen Konstantin Basilica heb ik al eens eerder bezocht, maar ik vind hem nog steeds erg imposant voor een gebouw uit de derde eeuw, er huist nu een evangelische gemeente in. Ernaast ligt de Roter Turm, eveneens een opvallend gebouw waarvan ik echter de functie niet weet. Tweede koffie van de dag bij een Italo. Het Kurfürstliches Palais met zijn tuinen en parken en museum is dan niet ver meer, evenals de ruïnes van de Kaiserthermen. Daar verwijl ik even in de entreehal van het museum, maar ik vind het zonde van de tijd om er binnen te gaan en kies voor een andere weg terug naar het station.
Die voert me langs de andere Thermen aan de Viehmarktplatz die volledig overdekt zijn door een glazen constructie, er zit zelfs een restaurant in! Ik zoek vergeefs naar het Karl Marx - Haus, loop nog twee kerken binnen (de St. Paulus en de St. Antoniuskerk) en kom weer uit op de Hauptmarkt. Dan gaat het weer regenen. Ik duik het restaurant van Nordsee binnen en bestel een visschotel met Bratkartoffel met dille en peterselie: lekker.
Om half zes vertrekt mijn trein naar Luxemburg, onderweg lees ik in de thriller “Levenslijn” van Harlen Coben.

INFO TRIER (DUITS)
Die Stadt Trier wurde vor 2000 Jahren von Kaiser Augustus gegründet. Sie gilt als Deutschlands älteste Stadt und ist seit 1986 Weltkulturerbe der UNESCO.
Im Norden des riesigen Römischen Reiches gelegen, entwickelte sie sich - dank ihrer günstigen Verkehrslage - rasch zu einem wichtigen Handels- und Verwaltungszentrum. Mit 70.000 Einwohnern war Trier für ein Jahrhundert die größte Stadt nördlich der Alpen. Als wirtschaftliches Zentrum kam sie zu Reichtum und Macht, doch ihre politische Bedeutung verlor sie bereits Ende des 4. Jahrhunderts.
Viele großartige Bauten waren zuvor entstanden und lassen sich noch heute in Trier entdecken: Die Porta Nigra, das Stadttor, ist das besterhaltene antike Denkmal Deutschlands. Aus der kaiserlichen Palasthalle wurde die Basilika. Thermen, Tempelanlagen und das Amphitheater erinnern an die einstige Pracht römischen Stadtlebens.
Trotz Eroberung, Kriegen und Zerstörung blieb Trier über die Jahrhunderte hinweg ein wichtiges religiöses Zentrum. Kirchen und Abteien, aber auch stattliche Bürgerhäuser und Adelspaläste zeugen davon. Der Dom 'St. Peter' ist Deutschlands ältester Kirchenbau.
Die Römerzeit, das Mittelalter, die Neuzeit: alle Epochen haben in der Stadt ihre Spuren hinterlassen, haben aufeinander aufgebaut ohne die Vergangenheit zu leugnen. Beständigkeit und Wandel, diese Werte zeigen sich in Trier nicht als Gegensätze, sondern als Symbiose in einer lebendigen Stadt.
Daten & Fakten
Kulturdenkmal:
älteste Stadt Deutschlands mit 400-jähriger römischer Geschichte
UNESCO-Ernennung: 1986
um 16. v. Chr. Gründung der Stadt Augusta Treverorum
1./2. Jh. Amphitheater mit 20.000 Sitzplätzen; Barbarathermen (42.000 qm), Stadtmauer mit der Porta Nigra (Nordtor)
um 286 "Kaiserthermen", drittgrößte Thermen des Römischen Reiches
293-395 Kaisersitz für das Weströmische Reich
1034-42 Umbau der Porta Nigra zur Simeonskirche
1190 Stadtrechtskodifizierung
13. Jh. romanisch-gotische Kathedrale und frühgotische Liebrauenkirche
1972 Denkschrift "Rettet das römische Trier"
1996 einstweiliges Grabungsschutzgebiet rund um das Amphitheater