|
AHRTAL
De Ahr heeft zijn oorsprong midden in de Eifel te Blankenheim op 462 meter
hoogte en mondt na een parcours van 90 kilometer bij Kripp in de Rijn uit. Het
riviertje heeft een vrij sterk verval en toont ook in andere opzichten (zoals
onder andere de sterk wisselende hoeveelheid water en puin) duidelijk her
karakter van een bergriviertje. In het vroege voorjaar is her
overstromingsgevaar her grootst. De Ahr stroomt vanaf Blankenheim eerst in
zuidoostelijke richting, wendt zich dan bij Ahrdorf naar her noordoosten en
blijft in grote trekken deze richting volgen tot bij Ahrweiler, waarna hii zich
oostwaarts naar de Rijn toe spoedt. Belangrijker dan deze drie trajecten met
verschillende stroomrichting, zijn de drie stukken waarin men her dal naar
landschapskarakter verdeelt.
Het boven-Ahrtal is verreweg het grootste van deze drie delen. Men verstaat hier
namelijk het rivierdal van de oorsprong van de Ahr tot bij Kreuzberg onder. De
dalen hier zijn karakteristiek voor de Eifel: dichtbeboste berghellingen sluiten
de met frisgroene weiden bedekte dalen in. Bij Kreuzberg wordt het dal echter
nauwer.
De rivier heeft zich daar met talrijke bochten diep ingesneden in her
leisteenplateau. Langs de oevers zijn de wanden hier en daar bijna loodrecht en
vaak rotsachtig. Maar op plekken die door de zon worden bereikt en waar her op
deze steile hellingen maar enigszins mogelijk is (bijvoorbeeld door de aanleg
van terrassen) wordt wijn verbouwd. Aan dat indrukwekkende landschap ontleent de
Ahr voor een groot deel zijn toeristische vermaardheid. Dit midden-Ahrtal van
Kreuzberg tot Walporzheim wordt dan ook het drukst bezocht, tezamen met het
beneden Ahrtal van Walporzheim tot de plaats waar de rivier in de Rijn uitmondt.
Het dal verbreedt zich na Walporzheim geleidelijk, her landschap wordt
lieflijker en zelfs gaandeweg parkachtig met vooral veel fruitbomen. Aan de
zuidzijde blijven de zwaar beboste bergen zich nog enkele honderden meters boven
het dal verheffen, al zijn zij niet meer zo steil. Aan de noordzijde zijn de
bergen lager, maar hier bevindt zich toch ook de top die het beeld van het
beneden-Ahrtal in sterke mate beheerst: de Landskrone (273 m), een imposante
basaltkegel. De naar de zon gekeerde hellingen op deze noordelijke oever worden
voor een deel ingenomen door wijngaarden. Uit één en ander blijkt welk een grote
rol de wijnbouw vooral in her midden- en beneden-Ahrtal speelt. In talrijke
Weinstuben, met name in en om Altenahr, wordt de toerist de gelegenheid geboden
te genieten van de rode Ahrwijnen, waarvan de Walporzheimerwijn als de beste te
boek staat. De wijnbouw vormt de belangrijkste bron van inkomsten voor de
bewoners, tezamen met her vreemdelingenverkeer, dat overigens door de vele
wijnfeesten nog eens extra gestimuleerd wordt een bezoek aan dit dal te brengen.
We zetten de belangrijkste toeristencentra op een rijtje. In het romantische
midden-Ahrtal zijn dat de levendige wijndorpen Altenahr en Ahrweiler, dat met
zijn muren, poorten en vakwerkhuizen in sterke mate een middeleeuws karakter
wist te bewaren. Ook mooi is Bad Neuenahr, een elegante kuuroord met mooie
bouwwerken, parken en plantsoenen. Van de vele andere kleinere verblijfplaatsjes
noemen wij in het midden Ahrtal het fraai gelegen Kreuzberg en het wijndorp
Mayschoss, en in het beneden-Ahrtal her kleine badplaatsje Bodendorf met een
openluchtthermaalbad. Tot de bekendste punten van her Ahrtal behoren voorts de
grillige rotsformatie Bunte Kuh bij WaIporzheim en de Lochmiihle bij Mayschoss.
Talrijk zijn natuurlijk ook de uitzichtpunten op de omringende hoogten. Tot de
mooiste worden gerekend de Steinerberg (531 m), die na een flinke klim vanuit
Altenahr, Mayschoss, Rech en Ahrweiler bereikt kan worden, en de Landskrone (273
m), die meestal vanuit Heppingen beklommen wordt. Deze laatste hoogte wordt,
evenals zovele andere en vooral die in het midden-Ahrtal, door een
schilderachtige burchtruïne bekroond.
Door her gehele Ahrtal voert een verkeersweg en tot aan Kreuzberg loopt een
spoorlijn vlak langs de rivier. De weg is zeer druk, vooral tijdens de weekends,
temeer omdat bij Dümpelfeld de belangrijkste toegangsweg ligt naar de bekende
Nürburgring.
Het Ahrtal is één van de mooiste en drukst bezochte zijdalen van de Rijn. De Ahr
heeft zijn oorsprong midden in de Eifel te Blankenheim op 462 meter hoogte en
mondt na een parcours van 90 kilometer bij Kripp in de Rijn uit. Het riviertje
heeft een vrij sterk verval en toont ook in andere opzichten (zoals onder andere
de sterk wisselende hoeveelheid water en puin) duidelijk her karakter van een
bergriviertje. In het vroege voorjaar is her overstromingsgevaar her grootst. De
Ahr stroomt vanaf Blankenheim eerst in zuidoostelijke richting, wendt zich dan
bij Ahrdorf naar her noordoosten en blijft in grote trekken deze richting volgen
tot bij Ahrweiler, waarna hii zich oostwaarts naar de Rijn toe spoedt.
Belangrijker dan deze drie trajecten met verschillende stroomrichting, zijn de
drie stukken waarin men her dal naar landschapskarakter verdeelt.
Het boven-Ahrtal is verreweg het grootste van deze drie delen. Men verstaat hier
namelijk het rivierdal van de oorsprong van de Ahr tot bij Kreuzberg onder. De
dalen hier zijn karakteristiek voor de Eifel: dichtbeboste berghellingen sluiten
de met frisgroene weiden bedekte dalen in. Bij Kreuzberg wordt het dal echter
nauwer.
De rivier heeft zich daar met talrijke bochten diep ingesneden in her
leisteenplateau. Langs de oevers zijn de wanden hier en daar bijna loodrecht en
vaak rotsachtig. Maar op plekken die door de zon worden bereikt en waar her op
deze steile hellingen maar enigszins mogelijk is (bijvoorbeeld door de aanleg
van terrassen) wordt wijn verbouwd. Aan dat indrukwekkende landschap ontleent de
Ahr voor een groot deel zijn toeristische vermaardheid. Dit midden-Ahrtal van
Kreuzberg tot Walporzheim wordt dan ook het drukst bezocht, tezamen met het
beneden Ahrtal van Walporzheim tot de plaats waar de rivier in de Rijn uitmondt.
Het dal verbreedt zich na Walporzheim geleidelijk, her landschap wordt
lieflijker en zelfs gaandeweg parkachtig met vooral veel fruitbomen. Aan de
zuidzijde blijven de zwaar beboste bergen zich nog enkele honderden meters boven
het dal verheffen, al zijn zij niet meer zo steil. Aan de noordzijde zijn de
bergen lager, maar hier bevindt zich toch ook de top die het beeld van het
beneden-Ahrtal in sterke mate beheerst: de Landskrone (273 m), een imposante
basaltkegel. De naar de zon gekeerde hellingen op deze noordelijke oever worden
voor een deel ingenomen door wijngaarden. Uit één en ander blijkt welk een grote
rol de wijnbouw vooral in her midden- en beneden-Ahrtal speelt. In talrijke
Weinstuben, met name in en om Altenahr, wordt de toerist de gelegenheid geboden
te genieten van de rode Ahrwijnen, waarvan de Walporzheimerwijn als de beste te
boek staat. De wijnbouw vormt de belangrijkste bron van inkomsten voor de
bewoners, tezamen met her vreemdelingenverkeer, dat overigens door de vele
wijnfeesten nog eens extra gestimuleerd wordt een bezoek aan dit dal te brengen.
We zetten de belangrijkste toeristencentra op een rijtje. In het romantische
midden-Ahrtal zijn dat de levendige wijndorpen Altenahr en Ahrweiler, dat met
zijn muren, poorten en vakwerkhuizen in sterke mate een middeleeuws karakter
wist te bewaren. Ook mooi is Bad Neuenahr, een elegante kuuroord met mooie
bouwwerken, parken en plantsoenen. Van de vele andere kleinere verblijfplaatsjes
noemen wij in het midden Ahrtal het fraai gelegen Kreuzberg en het wijndorp
Mayschoss, en in het beneden-Ahrtal her kleine badplaatsje Bodendorf met een
openluchtthermaalbad. Tot de bekendste punten van her Ahrtal behoren voorts de
grillige rotsformatie Bunte Kuh bij WaIporzheim en de Lochmiihle bij Mayschoss.
Talrijk zijn natuurlijk ook de uitzichtpunten op de omringende hoogten. Tot de
mooiste worden gerekend de Steinerberg (531 m), die na een flinke klim vanuit
Altenahr, Mayschoss, Rech en Ahrweiler bereikt kan worden, en de Landskrone (273
m), die meestal vanuit Heppingen beklommen wordt. Deze laatste hoogte wordt,
evenals zovele andere en vooral die in het midden-Ahrtal, door een
schilderachtige burchtruine bekroond.
Door her gehele Ahrtal voert een verkeersweg en tot aan Kreuzberg loopt een
spoorlijn vlak langs de rivier. De weg is zeer druk, vooral tijdens de weekends,
temeer omdat bij Dümpelfeld de belangrijkste toegangsweg ligt naar de bekende
Nürburgring.

AHRWEILER
(104 m; 10.000 inw.) biedt een zeer pittoreske aanblik. Niet alleen door zijn
ligging, maar al evenzeer door zijn oud stedenschoon. Het stadje heeft een lange
historie. In 1248 kreeg het reeds stadsrechten van bisschop Konrad von
Hochstaden. Hoewel het in 1689 op tien huizen na geheel door Franse troepen werd
platgebrand, heeft her nog altijd een middeleeuws aanzien. Er is nog een oude
ommuring met torens en twee stadspoorten uit de 13e eeuw. In sommige nauwe
steegjes en straatjes met hun vele vakwerkhuizen waant u zich in de gildetijd,
ware het met dat deze illusie wordt verstoord door de grote drommen eigentijdse
toeristen, die in de vakantieperiodes Ahrweiler overstromen. Om het
parkeerprobleem op te lossen heeft men midden in het plaatsje, bij de kerk en
restaurant alte Post, een grote ondergrondse parkeergarage gebouwd. Een
wandering rond de stadsmuur is alleszins de moeite waard. Besteed ook een deel
van uw tijd en aandacht aan de St. Laurentiuskirche die van 1269 dateert. Her
interieur bezit 14e- en 15e-eeuwse muurschilderingen, een barokke orgelkast, een
smeedijzeren communiebank uit 1779 en de grafsteen van een zekere Coen Blankkart
uit 1561. Bij de kerk behoren een parochiehuis uit 1773 in rococostijl en een
tiendschuur (Zehntscheune) uit 1742. Er is ook een cultuurhistorisch museum (Ahrgau
Museum, Altenbaustrasse), dat ondergebracht is in een witte toren van drie
verdiepingen met een barokke overlapping. Aan het marktplein (Marktplatz) staat
Hotel Zum Stern, dat dateert van 1423 en het oudste hotel van her Ahrtal is. Een
mooi vakwerkhuis is Gasthaus Deutscher Hof uit de 16e en 17e eeuw.
Buiten het stadje ligt het 17e-eeuwse klooster Kalvarienberg, dat bereikbaar is
via de 'Kruisweg' met Kruiswegstaties. Deze weg loopt vanaf de zuidelijke poort
(Ahrtor) naar boven. De kloosterkerk dateert van 1664. Ondanks de drukte zult u
na uw bezoek nog volmondig kunnen instemmen met de woorden van Heinrich von
IGeist:'Mit alten Mauern, Zinnen und Türmen geschmückt, von Wein umrankt, ist es
die erste, artigste kleine altdeutsche Stadt, die ich je gesehen habe'. Niet
alleen de muren, kantelen en torens, maar ook de eindeloze rijen wijnstokken op
de berghellingen zijn er nog. Vooral de tot de gemeente Ahrweiler behorende
plaatsjes Bachem, Walporzheim en Marienthal zijn bekend om hun vurige rode wijn.
Wie wijn wil proeven, meet bij de plaatselijke VVV (Kurund Verkehrsverein,
Marktplatz 21) vragen naar de 'Weinproben'.
BITBURG
In de keltische tijd Beda genoemd ligt in de zuidelijke Eifel, diep in het
westen van Duitsland. Het heeft een zeer afwisselende geschiedenis. Nadat rond
400 na Christus de Romeinse overheersing ten einde was en vanaf de achste eeuw
Frankische koningen de nederzetting regeerden, kreeg Bitburg anno 1262 zijn
stadsrechten. In de vroege middeleeuwen hoorde Bitburg bij het graafschap
Luxemburg(sinds 1354 een hertogdom), totdat dat in 1443 ingelijfd werd bij
Bourgondië.
In 1792 kwam de stad onder Frans bestuur. In het jaar 1815 werd zij bij de
Pruisische Rijnprovincie gevoegd. Sinds die tijd is Bitburg "Kreisstadt". Eind
1944 werd Bitburg door een luchtaanval en artillerievuur voor 85% verwoest en
officieel tot "dode stad" verklaard.
Een moderne stad die door haar Bitburger bier en het internationale
folklorefestival tot ver buiten haar grenzen bekend is.
Tegenwoordig presenteert Bitburg zich met een modern uiterlijk. De stad in de
Eifel heeft 14000 inwoners, daarbij komen dan nog 5000 leden van de Amerikaanse
strijdmacht. De stad wordt steeds meer internationaal bekend, wat vooral te
danken is aan de Bitburger Brouwerij, die met haar slogan "Bitte ein Bit"
wereldfaam verworven heeft. Eveneens is het "Europese Folklorefestival", dat
ieder jaar in het tweede weekend van Juli plaatsvindt, tot ver over de Duitse
grenzen bekend. Het heeft zich in de loop der jaren tot het grootste
folklorefestival in Duitsland ontwikkeld. Dit festival maakt Bitburg voor een
paar dagen tot een trefpunt van internationale verbroedering.
BRÜHL
Aan de rand van het bos- en merenrijke Erholungspark Ville ten zuidwesten van
Keulen ligt her plaatsje Brühl met her bekende Schloss Augustusburg.
Dit in het midden van de 18e eeuw in opdracht van de Keulse hisschop en
keurvorst Clemens August gebouwde lustslot is het belangrijkste,barokke kasteel
van het Rijnland. De bouwmeester was de in Parijs opgeleide Zuid-Nederiandse
architect De Cuvilliés en de invloed van de Franse barok is inderdaad aan her
gebouw af te zien. Her trappenhuis bij de ingang maakt direct al een
overweldigende indruk door het grote aantal ornamenten. Het eveneens in opdracht
van Clemens August door De Cuvilliés gebouwde jachtslot Falkenlust is met de
Augustusburg verbonden door een statige allee. Hier vindt u onder andere een
treffend portret van de keurvorst, die zijn politieke zaken verwaarloosde voor
de kunst en de jacht.
Het pretpark Phantasialand ligt in het zuiden van Brühl. De belangrijkste
attracties zijn een wildwaterbaan, een achtbaan, een dolfijnenshow en een
westernstadje.
COCHEM
Wie kent Cochem niet, één van de drukste toeristenplaatsen aan de oever van de
Moezel.
(96-380 m; 7000 inw.) is een gezellig en karakteristiek Moezelstadje met alle
kenmerken die daar zoal bij horen, waaron. der steile wijnbergen, beboste
heuvels, middeleeuwse burchten en in het stadje zelf een marktplein en
pittoreske straatjes en steegjes uit de oude tijd, met vakwerkhuizen,
stadspoorten en delen van de middeleeuwse muur. Bij de brug ligt langs de Moezel
een brede promenade met plantsoenen, winkels en hotels. Cochem was
oorspronkelijk een Keltische nederzetting, die de Romeinen in een vesting
veranderden. Daarna behoorde her met de in omstreeks 1020 gebouwde burcht aan de
paltsgraven van de Rijn. Van 1151-1294 vervulde de burcht de functie van
Reichsburg. Koning Adolf von Nassau verpandde de vesting en de plaats vervolgens
aan de aartsbisschop van Trier. Beide werden in het ongeluksjaar 1689 door de
Fransen verwoest. Sindsdien zijn zowel Cochem als het kasteel weer opgebouwd. De
burcht en het museum dat er gevestigd is, zijn te bezichtigen van Goede Vrijdag
tot 1 november. U ziet onder andere schilderijen van Rubens en Titiaan.
Uiteraard is er ook een café.
Er is nog een burcht, namelijk die van Winneburg, drie kilometer dieper in het
kloofdal van de Endertbach. Deze werd omstreeks 1200 gebouwd en is evenals de
Reichsburg in 1689 verwoest en in de periode 1869-1877 weer opgebouwd. Op weg
naar de burcht komt u door het Stadtwald, een groot bos met veel banken. Dan is
er ook nog een stoeltjeslift, die van de Endertstrasse naar Pinnerkreuz voert.
Noordelijk van Cochem ligt het Klottener Wildpark, dat weliswaar dichter bij
Cochem ligt dan bij Klotten, maar bij Klotten wordt beschreven.
De zogenaamde Cochemer Krampen ten zuiden van de stad is een gebied waar veel
wijndorpjes liggen.De spoorlijn snijdt hier enkele bochten van de rivier af door
middel van de 4216 meter lange KaiserWilhelm Tunnel.De tunnel werd in 1877
aangelegd en is nu nog de langste van Duitsland.

EIFELGEBIRGE
Deelstaat: Rijnland-Palts. Fremdenverkehrsverband Rheinland-ptalz, Hochaus,
5400 Koblenz tel.: (0261) 35025. In het tertiaire en quartaire tijdperk zijn op
deze hoogvlakte meer dan 200 vulkanen ontstaan en de uitbarstingen van millennia
geleden zijn op verschillende plaatsen nog te zien in de vorm van hoog op elkaar
gestapelde brokken lava, zo o.a. aan het Laacher Meer, om de Nurburgring en in
de omgeving van Daun en Manderscheidt.
Van vulkanische oorsprong zijn ook de voor de Eifel karakteristieke Maare, die
niet anders dan kratermeren zijn. Het mooiste voorbeeld van een 'Maar' is de 52
m diepe Laacher See die door meer dan \/eertis dode Vulkanen omringd is. Ook
heel mooi zijn de Maaren bij Daun, het Gemundener Maar en het droefgeestige
Totenmaar.
In de laatste decennia zijn er in het noordwestelijk deel van de Eifel
verschillende grote stuwdammen aangelegd waardoor het landschap in deze streek
volledige verandering heeft ondergaan. Het 23 m lange merencomplex dat door de
Ruhr en Urftstuwdammen is ontstaan (met een zeldzame flora en fauna) trekt thans
vele natuurliefhebbers en vakantiegangers.
De Eifel heeft echter vele gezichten: er zijn ook de dichte bossen en eenzame
heidevelden, er is de Schnee-Eifel waar de naam zegt het al wintersport beoefend
wordt en er zijn de vele riviertjes die door lieflijke dalen stromen. Tenslotte
kan ook de kunstliefhebber ruimschoots aan zijn trekken komen: er zijn kastelen,
burchten, oude kerken en kloosters (Maria Laach en Prum).
Daun in het hart van de vulkanische Eifel is een bekend kuuroord met minerale
bronnen, evenals het 13deeeuwse vestingstadje Munstereifel. In Kommern is een
interessant openlucht museum, Monschau het oude stadje dat geklemd ligt in het
nauwe Ruhrdal en Adenau, vooral bekend als de belangrijkste oprit naar de
Nurburgring.
De Niirburgring, aangelegd in 1925-27 is de mooiste autoracebaan van Duitsland.
Hij bestaat Uit de 22,8 km lange noordbocht en de kleinere 7,7 km lange
zuidbocht die beide gescheiden gereden kunnen worden; start en eindpunt liggen
tussen beide in. De 8 km brede Ring heeft uiteraard eenrichtingverkeer en er
komen geen zijwegen op uit; het traject bevat 172 bochten en stijgingen van 17%
(bij de 'Karusseil' is zelfs een extra steil stuk van 27%) Een ronde op de
Nurburgring hetgeen tegen betaling mogelijk is niet alleen een sportieve maar
ook een landschappelijke belevenis en bij een normale snelheid ongevaarlijk.
Ongeveer 250 miljoen jaar geleden werd dit gebied door enorme druk van onder
door aardverschuivingen etc. opgedrukt. De bergen die er onstonden waren hoger
dan de Alpen nu. Door de druk en de warmte die hierbij vrijkwam ontstond uit de
klei en leem leisteen en uit de kalk de kalksteen. Door erosie zijn echter de
toppen eraf gesleten wat als resultaat een zgn. rompvlakte van een paar honderd
meter hoogte opleverde.
Aan het begin van het Tertiair, ongeveer 60 miljoen jaar geleden, deden zich
hier de eerste vulkanische verschijnselen voor zodat dit weer tot ophoging
leidde. In deze tijd hebben zich, door aardplooïng, ook Alpen gevormd.
De vulkanen doofden echter weer zodat de erosie zijn gang weer kon gaan waaruit
de afgeronde basaltkernen zijn overgebleven, dit zijn wel de hoogste toppen van
de Eifel.
VULKAN EIFEL
De Eifel is ontstaan ongeveer 400 miljoen jaren geleden. In die tijd was dit nog
allemaal zee. Hierin bezonken klei en slib en dit samen vormde in de loop der
tijden de leisteen en de zandsteen. Ongeveer 60 miljoen jaren geleden begonnen
de eerste vulkanen hun gloeiende magma naar buiten te spuwen.De jongste vulkaan
is de Mosenberg bij Manderscheid die ongeveer 10.000 jaar oud is. Hij is 517 mtr
hoog en bezit het enige kratermeer dat in Duitsland te vinden is.
De Maare zijn meren die ontstaan zijn op plaatsen waar grote vulkanische
gasontploffingen hebben plaatsgevonden. Zo'n gasontploffing sloeg een groot rond
gat, maar liet geen magma ontsnappen. De grootste Maar is de Laacher See die
rond 9500 jaar voor Christus is ontstaan door een enorme explosie die een
asregen veroorzaakte die 150 km. verder nog neerdaalde.
GEROLSTEIN
ook bekend van zijn bronwater. In het dorp staat nog een mineraalwaterbron
voor de inwoners. Bij het opmaken van het contract met de fabriek hebben de
mensen van Gerolstein dit opgeëist. Hier kunt u gratis mineraalwater vullen.
Het oude stadje Gerolstein (400-620 m; 7100 inw.) is gebouwd op de beide oevers
van de Kyll. Het strekt zich uit in het tamelijk brede dal van de rivier en is
door zijn beschutte ligging een aangenaam plaatsje om te verblijven. De omgeving
is bijzonder interessant vanwege zijn vulkanische verschijnselen. Bekend zijn de
koolzuurhoudende bronnen, onder andere de Gerolsteiner Sprudel, de Florabrunnen,
de Hansa en Charlotte Quellen en de Schlossbrunnen. Boven Gerolstein verheft
zich de Schlossberg met de ruine van de Löwenburg (436 m). Deze burcht,
oorspronkelijk Gerardstein genaamd, werd in de 13e eeuw door de graven van
Blankenheim gebouwd, maar is in 1691 door beschieting verwoest.
Het stadje wordt aan twee kanten ingesloten door de steil omhoogrijzende
dolomietachtige rotsen van de oeroude koraalriffen van de Munterley (482 meter
met prachtig uitzicht), de Auberg (463 m) en de Hustley (487 m;
natuurreservaat). De koraalriffen zijn 360 miljoen jaar oude overblijfselen uit
de devoonzee. Reeds in het Stenen Tijdperk waren er in dit gebied
nederzettingen. Men heeft daarvan aanwijzingen gevonden in de grot Buchenloch.
Deze grot is gelegen in de kalksteenrotsen van de Munterley. Later vestigden de
holbewoners zich meer in het dal, maar trokken zich in tijden van gevaar terug
in de Dietzenley. Stenen resten van een Keltische muur, de zogenaamde ringwal,
zijn in het landschap nog goed zichtbaar.
Weer later vestigden zich hier de Romeinen. Ook aan hen herinneren nog tal van
vondsten, zoals de blootgelegde resten van tempels en boerderijen. Een sprekend
voorbeeld zijn de bijzonder mooie mozaiekvloeren van de gedeeltelijk uitgegraven
Romeinse Villa Sarabodis (Sarresdorf), in,de nabijheid van de evangelische
Erlöserkirche. Tevens is er een klein museum voor de interessante vondsten
ingericht, met een getrouw model van de Romeinse badinrichting die hier vroeger
heeft gestaan.
Een der oudste gebouwen van Gerolstein dateert van 1544-1545 en staat aan de
Sarresd6rfer Strasse. Hier is nu het Kreisheimatinuseum in ondergebracht. U kunt
er een collectie kunst uit de Eifel zien en er is aandacht besteed aan de
vroegere wooncultuur.

KYLLBURG
Het is een Kneippkurort en bezit een minerale bron, de Lindenquelle. Het
centrum van her kuuroord is her grote Kurhotel Eifeler Hof. Dit hotel biedt
zowel vanaf de voorzijde als vanaf de achterzijde een schitterend uitzicht op
her Kylldal. Aan de overzijde van de Hochstrasse, waaraan dit hotel ligt,
bevindt zich de tuin. In deze Kurgarten kunt u iets gebruiken. Ook is daar het
drinkpaviljoen, waar de bron wordt afgetapt. Tegen een kleine vergoeding kunt u
op bepaalde uren van de dag heerlijk mineraalwater uit kleine glaasjes drinken.
Het verlengde van de Hochstrasse is de Stiftstrasse, die op de Stiftsberg
eindigt op een plein met oude linden. Daar staat een voormalig klooster met de
Stiftskirche St. Maria. Deze kerk uit 1276 is een gotisch gebouw met als
afsluiting van her koor drie fraaie gebrandschilderde ramen en 14eeeuwse
koorbanken. Ook de kruisgang uit de 14e eeuw en het statige Kapitelhaus, nu
sacristie, zijn de moeite waard. Aan de weg naar het gebouw staat links nog een
uitzichttoren, afkomstig van een vroegere burcht uit 1239. Vanuit de Hochstrasse
kunt u vervolgens verschillende andere wegen inslaan, die door mooi gebied
voeren.
Wij noemen hier allereerst de Malbergerstrasse, die langs de Kyll stroom
afwaarts naar Malberg leidt (I km). Malberg is een typisch Eifeldorp. Voordat u
het plaatsje binnenkomt, ziet u links het 18e-eeuwse slot met een kapel, gebouwd
door de Keulse bisschop Werner von Veyder. Interessant is ook een oud kasteel
uit 1010, dat in de 15e eeuw de tegenwoordige vorm heeft gekregen. Her hele
complex heeft indrukwekkende afnemingen en wordt als toeristenverblijf
geëxploiteerd.
De Matienstrasse voert van de Hochstrasse noordwaarts. Rechts van de straat ligt
even boven Kyllburg de Evangelische Kirche. War hoger voert aan uw rechterhand
een smalle zijweg naar de Mariensäule, een 20 meter hoge uitzichttoren met
bovenop een Mariabeeld dat 's avonds verlicht wordt. U hebt hier een mooi
uitzicht op Kyllburg en Malberg.
In de naaste omgeving ligt een aantrekkelijk heidelandschap met een bron.
Vroeger bestond het grootste gedeelte van de Eifel uit heide, maar die is nu
zeer zeldzaam geworden.
De Bahnhofstrasse voert, zoals de naam al aanduidt, naar het buiten her stadje
gelegen station. De spoorweg gaat onder her dorp door, loopt dan stroomopwaarts
langs de rechter Kylloever, kruist de Kyll en verdwijnt vervolgens in een tweede
lange tunnel. Een derde tunnel bevindt zich aan de andere zijde van het station
en loopt onder de Strenger Hals door, een berg waar de Kyll met een wijde bocht
omheen stroomt.
Vanaf het zuidelijke einde van de Hochstrasse voert een kort straatje naar de
markt, waar geregeld vee en pluimvee worden verhandeld. Hier bevindt zich de
hoofdingang van de Hahn-Anlagen en begint het zigzagpad naar de
voetgangersbruggetjes over de spoorlijn en de Kyll. Aan de overzijde kunt u
linksaf naar her zwembad lopen en rechtsaf voert een weg door de weiden naar
Malberg.
Vanaf her zuidelijke einde van de Hochstrasse voert de Mühlengasse naar beneden
langs de grote meelfabriek, oorspronkelijk een watermolen aan de Kyll, in de
richting van her station. In de omgeving van de Bahnhofstrasse bevinden zich nog
enkele grote hotels. Kort voor de spoorwegovergang leidt een brug over de Kyll
naar de Oberkailer Strasse, die in de richting van St. Thomas loopt (zie
hieronder).
Het zuidelijke gedeelte van het schiereiland waarop het stadje ligt, wordt
ingenomen door de Hahn, een bos waarin gemakkelijk te belopen wandelwegen zijn
aangelegd, voorzien van vele rustpunten. Aan de overzijde van de Kyll (dus in de
buitenbocht) loopt het Ringpfad om het hele stadje heen. Langs her pad staan
talrijke banken en hebt u even zoveel uitzichten.Het dal wordt geheel ingesloten
door steile, zwaar beboste hellingen.
MARIA LAACH
Het klooster is een benedictijner abdij, gesticht in 1093 door paltsgraaf
Heinrich II. In het jaar 1802 werd het klooster opgeheven door de Fransen.
Daarna is het een paar jaar in bezit geweest van de jezuïeten, waarna het in
1892 opnieuw door de benedictijnen in gebruik werd genomen. In 1930 werd hier
een Internationale benedictijner academie geopend. De kerk, die in 1156 gewijd
werd, is een Romaanse kruisbasiliek met een dubbel koor, twee dwarsschepen en
zes torens. Deze kerk werd in 1230 voltooid door de bouw van het sierlijke
voorportaal, het zogenaamde Paradijs. Van buiten is de kerk onveranderd gebleven
en is daarmee qua stijl één van de zuiverste Rijnlands-Romaanse kerkgebouwen uit
de Middeleeuwen. In de kerk, waarvan het gewelf uit de 12e eeuw stamt, bevindt
zich in het westelijke koor het vroeg-gotische graf van paltsgraaf Heinrich 11
met een beschilderd houten beeld dat hem in al zijn glorie weergeeft. Het in
zijn soort unieke, 6,40 meter hoge baldakijn uit de tweede helft van de 13e eeuw
staat sinds 1947 weer op zijn oorspronkelijke plaats in het oostelijke koor.
Hier zijn ook enkele mozaïeken te bezichtigen, die door kunstenaars van de
kloosterorde sinds 1911 zijn gemaakt. In de voorhal valt tussen de vele
beeldhouwwerken vooral een duiveltje op, dat de zonden van de binnenkomers
opschrijft. De voorhal, bijgenaamd 'Das Paradies', is rijk bewerkt en is een
symbolische uitbeelding van de Hof van Eden. Het oudste deel van de kerk is de
crypte. Deze ruimte kan alleen groepsgewijs en onder leiding worden bezichtigd.
Iedere dag is er een gezongen mis Om 8.15 uur. Voor de tijden van de diensten op
zaterdag en zondag moet u zich wenden tot het klooster of afgaan op het zware
klokgebeier dat tot ver in de omtrek te horen is.
MAYEN
Het Maifeld is een streek met agrarische dorpen, dat zich uitstrekt van Mayen
tot aan de oevers van de Moezel. De noordgrens van dit kleine gebied wordt
gevormd door het aardige dal van de rivier de Nettebach, waaraan Mayen ligt. De
Nettebach die ten noordwesten van de stad ontspringt, stroomt tussen de beboste
Eifelbergen door, waar hij een fraai dal heeft gevormd. Twee van die Eifelbergen
zijn de opvallende Hochsimmer (588 m) en de wat bescheidener Scheidkopf (527 m).
Van beide toppen kunt u genieten van weidse uitzichten. Aan de vorm van de
toppen en de aanwezigheid van vulkanische gesteenten is af te leiden dat het
hier een vulkanisch gebied betreft. In de omgeving van Mayen zijn dan ook veel
basalt- en lavagroeven. Deze lieflijke streek, waartoe ook het dal van de
Nitzbach behoort, is uitermate geschikt voor het maken van wandelingen en
uitstapjes. Als stad had Mayen in de Middeleeuwen een stadsmuur die nog in vrij
goede staat verkeert. Dat geldt in het bijzonder voor de stadspoorten Brückentor
en Obertor en de vestingtorens Vogelsturm en Mühlenturm. De gotische
Clementskirche uit de 15e eeuw heeft een kromme, spiraalvormige torenspits, die
het visitekaartje van Mayen is geworden. De andere toren resteert nog van de
oude Romaanse kerk, die hier ooit stond. Het raadhuis stamt uit de 18e eeuw, is
in barokstijl opgetrokken en wordt gesierd met een mooi uurwerk en een
stadswapen.
Het meest dominerende bouwwerk is echter de Genovevaburcht uit 1280. Opvallend
zijn de vier prachtige hoektorens, waarvan de Goloturm 32 meter hoog is. In deze
burcht bevindt zich de bibliotheek van de Eifelverein met maar liefst 5000
boekwerken. Ook is er het Eifelmuseum gevestigd, dat een overzicht geeft van de
geologische en mineralogische ontwikkeling van de Eifel. Het museum laat ook
zien hoe de stenen al vroeg in groeven werden geëxploiteerd en in kleine
bedrijfjes werden verwerkt. Er is een interessante collectie voorwerpen die
herinnert aan de vroegste geschiedenis van het gebied. Verder zijn er tien
volledig ingerichte stijlkamers en handwerkateliers uit de 18e en 19e eeuw te
zien.

PRÜM
Waar zich het Prümtal vernauwt, krijgt her landschappelijk gezien een
romantisch karakter. Her stadje wordt beheerst door en is ontstaan uit de aan de
Prüm gelegen voormalige benedictijnenabdij. Deze abdij werd in 721 door Bertrada
von Mürlenbach gesticht, onder Pepijn in 752 belangrijk vergroot en door Karel
de Grote voltooid en ingewijd. Aan de abdij was een school verbonden, waar in de
Middeleeuwen wetenschappen werden gestudeerd. Daar de abdij de gunst van de
keizer genoot, was zij weldra de belangrijkste in het hele rijk. In de 9e eeuw
was de rechtsgeleerde en geschiedschrijver Regino hier abt. Daarna bereikte de
abdij in de 12e en 13e eeuw haar grootste bloei. Tot 1576 was hij zelfstandig,
daarna waren de aartsbisschoppen van Trier de abten van Prüm. Omstreeks deze
tijd liet keurvorst Franz Georg von Schönborn een aanvang maken met de bouw van
de kloostergebouwen naar een ontwerp van Balthasar Neumann. In 1803 werd de
abdij door de Fransen voor wereldlijke doeleinden gebruikt. Sinds 1912 zijn de
gebouwen in gebruik als school en Amtsgericht (kantongerecht).Bij de abdij staat
de Salvatorbasiliek met twee torens, die in barokstijl door de bouwmeester
Johann Georg Judas in de 18e eeuw werd gebouwd. Bezienswaardig in her interieur
is de sarcofaag van keizer Lotharius I, overladen in 855. Het rijkbesneden
koorgestoelte uit 1770 toont voorstellingen uit het leven van Benedictus. De
kansel is in renaissancestijl.In het nieuwe raadhuis van Prüm (Neue Rathaus,
Tiergartenstrasse 54) is een cultuurhistorisch museum ondergebracht. Dit
Heimatmuseum geeft een overzicht van de geschiedenis van de stad en haar
omgeving.
TRIER
De plaats ligt in een verwijding van het Moezeldal, op 130 m hoogte, en wordt
omringd door de uitlopers van de Eifel en de Hunsrück. Samen met haar
voorstadjes telt Trier zo'n 100.000 inwoners. Bedenk daarbij dat de stad ten
tijde van de Romeinse overheersing met veel kleiner was en al 80.000 inwoners
telde. Overigens slonk dat aantal danig terug tot 10.000 in de 15e eeuw. Het
aantrekkelijke centrum van de stad met de oudste bouwwerken en bezienswaardige
musea vindt u op de rechteroever van de Moezel. Of Trier werkelijk al 2000 jaar
voor Christus bestond, zoals op een huis te lezen staat, valt te betwijfelen.
Maar ongetwijfeld is Trier de oudste stad van Duitsland. Volgens de Romeinen
werd Trier omstreeks 15 voor Christus gesticht door keizer Augustus onder de
naam Augusta Treverorum (genoemd naar de Keltische bewoners van de streek, de
Treveren). Als handelsstad en bestuurscentrum kwam het in de late keizertijd tot
grote bloei en rijkdom. Uit deze Romeinse glansperiode rest ons nu een
respectabel aantal monumenten, meet dan waar ook benoorden de Alpen.
Toch moet u hier niet een soort Pompei verwachten. Dwalen door echte Romeinse
straten kunt u hier met en om het idee te hebben 2000 jaar terug te zijn in de
tijd - in de dagen van her oude Rome - meet u heel veel inlevingsvermogen
hebben. Zo ziet u nu op de plek waar her amfitheater stond, nauwelijks veel meer
dan de heuvel waartegen dit theater eens gebouwd werd. Niet dat die oude
Romeinen en Treveren op de grond zaten te kijken naar de gladiatorengevechten,
maar de stenen tribunes zijn allemaal weggehaald door latere stadbewoners, die
met de stenen hun huizen bouwden. Zo verging het ook al die andere Romeinse
bouwwerken, hier en elders. De meeste Romeinse gebouwen,hebben de ondergang van
her rijk nog wel overleefd, werden wellicht ruines bij de invallen van de
barbaren, maar verdwenen pas tijdens de Middeleeuwen. De Romeinse ruines werden
eenvoudigweg gebruikt als steengroeven, voor de wederopbouw van de middeleeuwse
stad en vooral van de christelijke kerken. Van de eens zo machtige Keizerthermen
en Barbarathermen ziet u nu voornamelijk nog de fundamenten. Andere Romeinse
bouwwerken zijn vrijwel onherkenbaar, doordat ze in de loop der eeuwen zijn
aangepast aan de eisen van de tijd. De dubbele kathedraal onder de huidige Dom
is daarvan een goed voorbeeld. Beter bewaard gebleven is de Basilica. En het
meest authentiek is nu nog de stadspoort Porta Nigra, Triers voornaamste
bezienswaardigheid.
Bezienswaardigheden
Bij deze Porta Nigra, nr. 1 op de plattegrond in deze gids, begint bij voorkeur
de speurtocht langs Triers bezienswaardigheden. Ook omdat hier in de nabijheid
Triers voornaamste hotels te vinden zijn.
Kijkt u alleen maar een dagje rond en kunt u dichtbij de Porta Nigra geen
parkeerplaats vinden? Rijd dan nog even door richting station en volg rechts de
Ostallee om een plek te zoeken bij her Landesmuseum, nr. 14 op de plattegrond.
Vanaf het museum loopt u dan naar nr. 27, om vervolgens te eindigen met de
nummers 1 t/m 13.
De VVV aan de Simeonstrasse (zie nr. 2 op de plattegrond) verzorgt diverse
stadswandelingen. Al wandelend maakt u kennis met de meeste bijzonderheden van
de stad. Wie op eigen gelegenheid Trier wil verkennen, kan met onderstaande
beschrijvingen en plattegrond gemakkelijk uit de voeten.
Porta Nigra
De Porta Nigra is de noordelijke stadspoort, die omstreeks 180 na Christus werd
gebouwd als onderdeel van de Romeinse stadsmuur. Die muur was ooit 6,5 kilometer
lang, drie meter dik en 7,5 meter hoog. De naam 'zwarte poort' werd in later
eeuwen gegeven vanwege de zwarte kleur van het verweerde zandsteen.
Ziet u de vensterloze benedenverdieping van de oostelijke toren? Daar liet zich
in 1028 een Grieks-Syrische monnik insluiten, die er zevenjaar later stierf.
Deze Simeon, een vertrouweling van de toenmalige aartsbisschop Poppo van Trier,
werd later heilig verklaard. Als eerbewijs aan de overledene liet Poppo de Porta
Nigra verbouwen tot een dubbele kerk. Daaraan dankt de Romeinse poort haar
behoud.
Dit bouwwerk was als Romeinse stadspoort eeuwenlang nauwelijks herkenbaar. De
poorten tussen de beide torens waren opgevuld met aarde. De straat liep van de
stadszijde schuin omhoog naar de eerste verdieping, waar de onderste kerk was.
Deze gold als parochiekerk voor het gewone Volk. De kerk er boven, nu de tweede
verdieping en iets dichter bij de hemel, behoorde aan het klooster dat ernaast
gebouwd was. Niettemin bleef de Porta Nigra in de volksmond een bouwwerk van de
duivel om dat het geheel zonder cement of mortel was gebouwd, de gebruikelijke
bouwwijze van de Romeinen. Het is inderdaad opmerkelijk dat het bouwwerk stand
hield, terwijl vrijwel alle ijzeren klammen en het lood, waarmee de Romeinen de
stenen samenvoegden, in de loop der tijden werden gestolen. Op last van Napoleon
moest in 1804 van de Porta Nigra vrijwel alles verwijderd worden dat met
behoorde tot de oorspronkelijke Romeinse bouw. De oude poort werd in haar oude
glorie hersteld en kreeg de oorspronkelijke afmetingen: 36 meter breed, 30 meter
hoog en 21 meter diep. In 1876 werd de doorgang van de poort blootgelegd,
waarbij de oorspronkelijke Romeinse straat te voorschijn kwam.

De poort mag alleen nog door voetgangers gebruikt worden. Het rijdend verkeer -
voor zover toegestaan - wordt er aan de oostzijde langs geleid.
Simeonstift
Aan de westkant van de Porta Nigra ziet u het Simeonstift, of althans dat wat
rest van het vroegere klooster. Het werd in de lle eeuw, tegelijk met de
verbouwing van de Porta Nigra, als dubbele kerk gebouwd. Van het sticht is
slechts de romaanse kruisgang behouden gebleven. In de oostelijke vleugel aan de
Simeonstrasse vindt u de NW, het Verkehrsamt. Op de binnenhof is in de zomer een
gezellig terras. Van de binnenhof komt u via een trap in de noordelijke en
westelijke vleugel, waar nu het stedelijk museum gevestigd is. Doorgaans kunt u
er wisselende exposities van eigentijdse kunst bewonderen, naast een vaste
collectie kunstwerken waarin de gotiek en de romantiek de overhand hebben.
Schilderijen en maquettes geven een verhelderende kijk op de stad.
Dreikönigenhaus
Op weg naar de Hauptmarkt vindt u op de Simeonstrasse 19 her Dreikönigenhaus. De
fraaie gevel stamt uit omstreeks 1230 en is gebouwd in de overgangsstijl van
romaans naar gotiek. U ziet de oorspronkelijke kleuren in een reconstructie.
Zoals één derde van Triers bouwwerken moest ook dit 13e-eeuwse woonhuis na de
Tweede Wereldoorlog opnieuw worden opgetrokken (in 1973). In de Middeleeuwen had
u hier alleen maar naar binnen kunnen gaan via een trap die naar de eerste
verdieping leidde, en die in tijden van gevaar snel naar binnen kon worden
gehaald. Nu kunt u gewoon gelijkvloers blijven om binnen te komen, althans
tijdens de winkeluren en als u trek heeft in Kaffee und Kuchen (taartjes
uitkiezen aan de toonbank, koffie bestellen bij de serveerster).
Hauptmarkt
Dit is her nog enigszins middeleeuws aandoende driehoekige marktplein van Trier.
In her midden staat het Marktkreuz, symbool van de verlening van her marktrecht
in 958. Op het plein staat ook de Petrusbrunnen, een fontein van de Trierse
beeldhouwer Hans Ruprecht Hofftnann uit 1595, met een beeld van de heilige
Petrus, schutspatroon van de stad. Rondom -ziet u fotogenieke gevels, zoals aan
de oostzijde de oude Löwenapotheke.
Marktkirche St. Gangolf
Deze kerk staat halfverscholen achter een rij huizen aan de zuidzijde van de
hoofdmarkt. Ze dateert van de 13e en 14e eeuw. Her rococoportaal stamt uit 1722.
Steipe
Op de zuidwestelijke hoek van de inarkt bevindt zich een op stutten' (Steipen)
staand feestgebouw van de St. Jakob-broederschap uit de 15e eeuw. Het is in 1944
verwoest en volgens oude tekeningen herbouwd, compleet met de vier figuren van
schutspatronen en de twee ridders Roland. Naast de Steipe, al half in de
Dietrichstrasse, ziet u het Rote Haus, een barok huis uit 1684, met op de gevel
het merkwaardige opschrift: 'Ante Romam Treviris stetit annis milletrecentis,
perstet et aeterna pace fruatur, amen' (eerder dan Rome stond Trier eenduizend
en driehonderd jaar, moge het voortbestaan en zich verheugen in eeuwige vrede,
amen). Als we dit mogen geloven dan is Trier nu met zo'n tweeduizend maar zelfs
vierduizend jaar oud.
Frankenturm
Dit bouwwerk is niet zo oud, maar toch oud genoeg om er even 100 meter de
Dietrichstrasse voor in te lopen. Her gebouw is geen toren maar een versterkt
stenen woonhuis uit de lle eeuw in romaanse Stijl. Het is genoemd naar een rijke
bewoner uit de 14e eeuw, Franko von Senheim. Loop nu weer terug naar de markt en
ga verder oostwaarts door de Sternstrasse (met de Aires Regierungsgebaude, het
voormalige Domkapittei in barokstijl uit 1705) naar de Domfreihof.
Dom St. Peter
Deze machtige romaanse kerk staat op het Domfreihof. Rechts is de gotische
Liebfrauenkirche er aan vastgeplakt. Maar eerst wijden we onze aandacht aan de
Dom, één van de oudste kerken van Duitsland.Al meer dan 1650 jaar is deze plek
gewijd aan de christelijke eredienst. De kerk werd gebouwd op de fundamenten van
een dubbele kerk uit de tijd van de Romeinse keizer Constantijn (omstreeks 326).
Zoals opgravingen in de laatste jaren bewezen hebben, was deze dubbele kerk op
haar beurt gebouwd op de overblijfselen van een Romeins paleis. In 1946 vond men
hier resten van schilderingen uit een pronkzaal van dit paleis. Als u links van
de Dom eerst even de Windstrasse inloopt, kunt u aan de noordelijke buitenmuur
nog de verschillende bouwperioden onderscheiden:

Trier nu en in vroeger eeuwen
Mijmeren over het Romeinse verleden van Trier kunt u het beste in het
Landesmuseum (I 4). Hier, in het Simeonstift, worden we herinnerd aan de eeuwen
nadien. Overigens behield Trier als Romeinse stad ook tijdens de Middeleeuwen de
titel van 'civitas'.
In de 5e eeuw kwam er door het binnendringen van de Ripuarische Franken
aanvankelijk een eind aan het vroegchristelijke aartsbisdom. Maar in de 6e eeuw
was er opnieuw een bisschop, die onder Karel de Grote werd bekleed met de rang
van aartsbisschop (hoofd van de kerkprovincie), In de I3e eeuw werd de
aartsbisschop van Trier ook nog geestelijk keurvorst, dat wil zeggen één van de
zes of zeven Duitsers die de keizer aanwezen. (Trier en de rest van het
aartsbisdom behoorden sinds 923 tot het Duitse Rijk). De aartsbisschop van Trier
had dus een enorme wereldlijke macht, waartegen in de loop der eeuwen menigmaal
is geprotesteerd door de burgers van Trier en ook door de burgers van Koblenz,
de stad waar de aartsbisschoppen vaak jarenlang resideerden.
Van de I4e tot de I6e eeuw beleefde Trier opnieuw een grote bloeitijd. Zo werd
in 1473 een universiteit gesticht, die overigens in 1798 werd opgeheven door de
Fransen. Deze laatsten hadden de stad in 1794 veroverd en tot hoofdstad van het
Saarland gemaakt. In 1803 verloor de aartsbisschop niet alleen zijn
keurvorstelijke waardigheid, maar ook zijn wereldlijke macht, Tijdens het
Congres van Wenen werd het aartsbisschoppelijk gebied in 1815 bij Pruisen
gevoegd. Pas na 1870 leefde de stad weer enigszins op door de vestiging van een
grensgarnizoen. Tijdens de beide wereldoorlogen kwam dit Trier echter met ten
goede. Eind 1944 werd ruim éénderde deel van de stad verwoest. De afloop van de
beide wereldoorlogen leidde tot de stationering van Amerikaanse en Franse
troepen in de stad: van 1918 tot 1930 en na 1945. het westelijk front met apsis
en twee ronde torens (voltooid in 1078), de romaanse kern van rode zandsteen,
een 30 meter hoge vierkante hal die in 383 onder keizer Gratianus werd gebouwd
en na de zoveelste brand in 1016 werd herbouwd, vervolgens her oostkoor uit de
12e eeuw met twee rechthoekige torens uit de 14e eeuw, en ten slotte de barokke
schatkamet, die toegevoegd werd in 1702.
Dicht bij de westelijlijke hoofdingang ziet u een zandstenen Madonna van
Nicolaas Gerhaert van Leyden, die als één der grootste beeldhouwers van de
laatgotiek wordt gezien en omstreeks 1462 werkzaam was in Trier.
In de kerk, die gesloten is tussen 12.00 en 14.00 uur, ziet u vooral barok en
versieringen van even na 1700 toen er weer een brand had gewoed. Het interieur
heeft een bijzondere aantrekkingskracht, juist door die combinatie van de
romaanse bouwvormen en de barokke inrichting. De preekstoel is een meesterwerk
in renaissancestijl uit 1572. In het zuidelijk zijschip is een portaal met
prachtige plastieken uit 1170. Eveneens aan de zuidzijde, naast de deur van de
sacristie, is de toegang tot de kruisgang uit 1220-1230. Hier bent u terug in de
Middeleeuwen en blikt u, onder de bogen door op de Dom en de aangrenzende
Liebfrauenkirche.
In deze hoek vindt u ook de Domschatz, de schatkamer. Op twee verdiepingen zijn
de kostbaarheden tentoongesteld. Zo is er een Romeinse drinkschaal uit de 3e
eeuw en kunt u er het Egbert-Schrein of Andreas draagaltaar uit de 10e eeuw
bewonderen. Het Ottoonse goudsmeedwerk van dit draagaltaar is van bijzonder hoge
kwaliteit. Let u eens op de fijne details. Ook prachtige middeleeuwse
handschriften en miniaturen, zoals de Codex van de heilige Simeon uit de lle
eeuw, zijn hier ondergebracht.
De Heilige Rock Christi, het naadloze opperkleed van Christus, is de beroemdste
relikwie en vindt u in een aparte kapel. In deze Heiligtumskammer, die te
bereiken is via de zwartmarmeren pelgrimstrap, kunt u het gewaad bezichtigen.
Hier ziet u ook de beelden van keizer Constantijn en zijn moeder Helena, die de
paleisgrond omstreeks 326 afstond voor de bouw van de eerste christelijke kerk
van de stad.

Liebfrauenkirche
Hoewel sommigen beweren dat de Kerk van St. Elisabeth in Marburg an der Lahn
misschien nog iets ouder is, is de Liebfrauenkirche die samen met de Dom één
complex vormt, waarschijnlijk de oudste gotische kerk van Duitsland. Ze is
gebouwd op de zuidelijke fundamenten van de oorspronkelijke dubbelkerk uit de
Romeinse tijd. Aartsbisschop Theodorich begon in 1235 met de bouw, die in 1260
werd voltooid onder zijn opvolger Arnold von Isenburg. Aangrenzend is het met
wapenschilden opgesmukte Bisschoppelijk paleis uit 1786.
Palais Kesselstatt
Dit paleis met zijn fraaie gevel is gebouwd in de jaren 1740 tot 1745. Vanhier
gaat u nu naar keuze 'voorlangs' onder de poort door, of nog eens 'achterlangs'
door de Windstrasse, achter de Dom langs en door de Banthustrasse naar het
bissclioppelijk museum.
Bischöfliches Dom- und Diözesanmuseum
Het museum bevat behalve kerkelijke kunst onder andere ook vondsten uit de
Romeinse tijd, zoals een schildering uit de pronkzaal van het keizerlijk paleis,
die is opgegraven onder de Dom en de Liebfrauenkirche, met afbeeldingen van
Romeinse keizerinnen.
Basilica van keizer Constantijn
Omstreeks 310 werd dit complex gebouwd als Aula Regia of aula Palatina, de
troonzaal van her keizerlijk paleis. De Frankische koningen gebruikten het
complex ook als Palatiu, ook wel palts ofpfalz genoemd. De aartsbisschoppen, die
er later in trekken, noemden her gebouw Palast. Dat het gebouwencomplex later
bekend werd onder de naam 'Basilica van keizer Constantijn', is dan ook met
juist en zelfs misleidend. Men kan her bouwwerk beter aanduiden met de Romeinse
naam Aula Palatina of in het Duits met het woord 'Palastaula'. Sinds 1846 is het
complex aan de Konstantinplatz in gebruik als evangelische kerk.
De grote apsis aan de noordzijde en de gehele westzijde zijn tot aan de dakrand
nog overblijfselen van her oorspronkelijke Romeinse inetselwerk. Hopelijk loopt
u de trappen met voor niets af en kunt u naar binnen om een kijkje te nemen in
deze strenge, maar imposante ruimte, die 67 meter lang, 27 meter breed en 30
meter hoog is en 2,70 meter dikke buitenmuren heeft. Daarmee is dit de grootste,
met door zuilen verdeelde ruimte uit de Oudheid die behouden is gebleven.
Weliswaar brandde her gebouw tijdens de Tweede Wereldoorlog uit, maar het werd
in 1956 herbouwd volgens de antieke plannen. Her interieur meet in de
keizerlijke tijd heel wat overdadiger zijn geweest en was destijds zelfs
voorzien van vloer- en muurverwarming! In 1610 werd het bouwwerk als westvleugel
toegevoegd aan het Kurfürstlicher Palast.
Kurfürster Palast
Her keurvorstelijk paleis bestaat uit de noord- en oostvleugel, her
Petrusportaal en de rode toren die uit de 17e eeuw (renaissance) stammen, en de
verbouwde zuidvleugel uit de jaren 1757-1761 (barok). Binnen vindt u een fraaie
trap in rococostijl. Rococo-beelden van Ferdinand Dietz vindt u ook in de
paleistuin aan de zuidzijde. Via de paleistuin en een poortje in de middeleeuwse
stadsmuur komt u bij het Rheinisches Landesuseum.
Rheinisches Landesmuseum
(niet gratis) Dit museum (Ostallee 44) bezit een overstelpende hoeveelheid
vondsten die archeologen in Trier en wijde omgeving hebben opgegraven. De
vondsten dateren van de Steentijd tot de Middeleeuwen, maar de meeste zijn toch
van Romeinse herkomst. Onder die laatste zijn mozaieken, fresco's en het
beroemde 'wijnschip van Neumagen'. Er staat een kopie van de Igeler Zuil op de
binnenplaats met betere reliéfs dan het origineel. Voorts is er een serie
grafreliéfs uit Neumagen, die vooral veel laat zien over het leven van de
Romeinen. Op de voorstellingen zijn de overledenen afgebeeld in hun dagelijkse
leven, zoals gebruikelijk was. Vaak zijn de overledenen als helden weergegeven,
en zien we ze als trotse striders en krijgers afgebeeld.
Kaiserthermen
De keizerlijke baden werden gebouwd in de 4 eeuw en worden nu nog gebruikt voor
openluchtvoorstellingen. Romeinse thermen zijn echter geen theater, maar zijn
eerder te vergelijken met onze hedendaagse sauna. Beurtelings baadde men er in
zeer koude en zeer hete vertrekken en tot besluit nam men een duik in een koel
zwembad. Massage en gymnastiek completeerden de lichamelijke behandeling. Maar
minstens zo belangrijk waren de thermen als ontmoetingsplaats. Zelfs een
welvoorziene bibliotheek ontbrak met. Slaven en vrijgelatenen deden ondertussen
her kneed- en schoonmaakwerk. Overigens zijn deze keizerthermen, die twee eeuwen
later gebouwd zijn dan de Barbarathermen (zie nr. 22), nooit als badgelegenheid
in gebruik genomen. Zelfs met door de Romeinse keizer voor wie ze werden
gebouwd. Wel werden ze na de Romeinse tijd gebruikt als burcht van de Frankische
gouwgraaf en later als bolwerk in de middeleeuwse stadsmuur.
Waarschijnlijk doet u er verstandig aan om een morgen of middag uit te trekke
voorde nrs. 16 en 17.Maar als u denkt genoeg energie over te hebben, dan
vervolgt u gewoon de aangegeven route. Wandel een eindje terug in de richting
van her Landesmuseum en ga via de tunnel onder de Ostallee door en volg de
bordjes Olewig/Amfitheater,
Amfitheater
In de Olewiger Strasse vindt u het oudste Romeinse bouwweek van Trier. Het is
omstreeks 100 na Christus opgetrokken uit kalksteen, maar door de middeleeuwers
helaas gebruikt als steengroeve. Zij haalden daar her materiaal vandaan voor de
bouw van hun eigen huizen, waardoor er nu nog maar weinig van over is. Al kunt u
nog wel zien hoe het er ongeveer uit moet hebben gezien. Her oostelijke gedeelte
is uil de bergwand gehouwen, het westelijke kunstmatig opgehoogd. De arena was
75 meter lang en 50 meter breed. Circa 25.000 Romeinen en Treveren keken hier
naar de gladiatorengevechten. In de 3e eeuw werd her amfi theater opgenomen in
de verdedigingsmuur van de stad. De noordelijke toegangspoort was toen tevens de
stadspoort. U heeft overigens ook zicht op het amfitheater door verder
heuvelopwaarts de Sickingenstrasse in te wandelen.

Weinlehrpfad Petrisberg
Vlak bij de bierbrouwerij Löwenbrau bovenaan de Sickingenstrasse (270 m), kunt u
over een lengte van drie kilometer op 39 plaatsen veel leren over de wijnbouw.
Het wijnleerpad eindigt in de Brettenbach, een zijstraat van de Olewiger
Strasse. U bent dan inmiddels in het wijndorp Olewig, waar u op tal van plaatsen
wijn kunt proeven. U bent met verplicht om na het drinken van diverse wijnen een
paar flessen te kopen, maar het wordt eigenlijk tech wel verwacht. Een
instructieve folder over het Weinlehrpfad en de proeverijen is verkrijgbaar bij
de VVV (nr. 2).
Via de Olewiger Strasse of via de straten bezijden de bierbrouwij, wandelt u
terug naar de Ostallee. Tussen de Kaiserthermen en het Landesmuseum gaat u via
een poortje door de oude stadsmuur, langs de vijver en over het parkeerterrein
rechtsafde Weberbach in.
Stadsbibliotheek
In een modern gebouw op Weberbach 25 is de stadsbibliotheek gehuisvest. In de
Schatzkammer bevindt zich de oude Jezuietenbibliotheek. Sinds 1803 is de
bibliotheek uitgebreid met de boekencollecties uit de toen op veel plaatsen
opgeheven kloosters, waaronder 2500 incunabelen (wiegendrukken uit de begintijd
van de boekdrukkunst) en 4000 oude handschriften. Onder die handschriften
bevindt zich de Ada-Codex uit omstreeks 700. Volgens de overlevering is deze
geschonken aan het klooster St. Maximim door de zuster van Karel de Grote, Ada.
Ook de Codex Egberti, een omstreeks 990 op her eiland Reichenau vervaardigd
evangelieboek, is er tentoongesteld. Her is een meesterwerk van Ottoonse
miniatuurkunst.
Jesuitenkirche of Dreifaltigkeitskirche
Deze kerk is in de 13e eeuw gebouwd in gotische stijl. Vlakbij staat de Alte
Universität uit 1614 en 1775. In het koor van de jesuitenkirche ziet u
onderandere de mooie 15eeeuwse grafsteen van Elisabeth von Görlitz.
St. Antoniuskirche
Via de judemerstrasse en HeinzTietjen Weg bereikt u de rooms-katholieke
Antoniuskerk aan de Viehmarkt. De kerk heeft twee schepen en een toren en is
gebouwd tussen 1458 en 1514.
Augustinerhof
Langs de zijvleugel van het Stadttheater (links) loopt u naar het stadhuis in
her voormalige augustijnerklooster (rechts). Recht voor u staat de synagoge uit
1957. U gaat verder via een parkeerterrein en de Lorenz-Keliner-Strasse, waarna
u de brede boulevard oversteekt.
Barbarathermen
De thermen zijn de overblijfselen van een tegen het eind van de 2e eeuw gebouwd
paleis met een breedte van 172 meter breed en een lengte van 240 meter. Het
omvatte drie hoofdzalen, waarin een warm, een lauw-warm en een koud bad waren
ondergebracht. Bovendien waren er nog twee grote verwarmde zwembaden. De steden
in de Oudheid waren stoffig en vuil, een reden te meet om zich regelmatig op te
frissen. Bovendien was het badhuis de plaats om sociale contacten te
onderhouden. Kunt u het zich voorstellen? Moeilijk waarschijnlijk, nu u hier
alleen nog maar de fundamenten ziet. Tot de 17e eeuw zijn de thermen nog als
burcht in gebruik geweest. Daarna werd het een steengroeve voor de bouw van het
jezuietencollege.
Römerbrücke
Als u de Südallee/Kaiserstrasse uitloopt en rechtsafgaat langs de Moezel komt u
bij de Romeinse brug. Van de huidige brug stammen op twee na alle basaltpijlers
nog uit de 4e eeuw. De tweede en de zevende moesten na oorlogsgeweld in 1689
worden vernieuwd. De eerste brug op deze plek is echter nog gebouwd onder keizer
Augustus.
Zollkran
In 1777 werd deze kraan gebouwd naar voorbeeld van de 400 meter verder gelegen
Alter Kran.
Alter Kran 25
De oude kraan is gebouwd in 1413. Het hijsmechanisme stamt uit de 17e eeuw. Met
zulke hijskranen zijn eeuwenlang de scheepsladingen overgetakeld. Aan de
landzijde ziet u hier de barokgevel van het St. Irminencomplex uit 1726, dat nu
een ziekenhuis is. Het werd in de 7e eeuw gesticht als klooster voor adellijke
dames. Als u de straat Krahnenufer oversteekt, kunt u als voetganger via trapjes
naar de Kranenstrasse en zo weer naar het geboorte huis van een beroemd man.
Karl Marx Haus
Het geboortehuis van de geestelijke vader van de sociaal-democratie en het
communisme staat in de Brückenstrasse op nummer 10. Hij was de zoon van een
jurist, die omwille van zijn positie overgegaan was naar het lutherse geloof.
Alle voorvaderen waren namelijk rabbijn. U vindt hier jeugdherinneringen, boeken
en biografische documenten van Karl Marx (1818-1883) die in Londen gestorven is.
St. Georgsbrunnen op de Kornmarkt
Deze fontein stamt uit 1750. Ertegenover ligt het hoofdpostkantoor Hauptpostamt.
U wandelt nu verder door de winkelstraat en via de u inmiddels al bekende markt
terug naar uw uitgangspunt. De laatste twee bezienswaardigheden (28 en 29)
liggen nogal ver van de wandelroute.
St. Paulin
Deze kerk ligt ten noordoosten van de Porta Nigra, helemaal buiten de
wandelroute. Barokliefhebbers zullen deze extra wandering zeker over hebben voor
een bezichtiging van één van de belangrijkste barokbouwwerken van her Rijnland.
De kerk werd in de jaren 1732-1754 gebouwd naar plannen van Balthasar Neumann.
Het interieur van de kerk is versierd met rococostucwerk en plafondschilderingen
van her martelaarschap van de heilig Paulinus.
St.Matthias
In Trier-Zuid,te bereiken via de Saarstrasse (buitendeplattegrond) ligt de St.
Matthias. Deze benedictijnenabdij bestaat uit een abdijkerk en bij behorende
abdijgebouwen en stamt in de huidige vorm grotendeels oil de 16e t/m 18e eeuw.
De kerk bezit een gotisch koor met glasschilderingen uit 1518 en barok,portalen
uit de 17e eeuw. Bij een verbouwing van de oorspronkelijke kerk in 1127 werd her
graf gevonden van de apostel Matthias, die volgens de bijbel de plaats innam van
Judas (Handelingen 1:21-26) en volgens de apocriefe Acta Andreae et Matthiae
predikte onder de kannibalen. Als dat inderdaad waar zou zijn dan bevindt zich
hier in Trier her enige apostelgraf benoorden de Alpen. In het kruisingspunt van
schip en zijbeuken vindt u de reliekschrijn van de heilige Matthias, waarheen
jaarlijks bedevaarten worden gehouden. In de crypte vindt u de graven van de
eerste drie bisschoppen van Trier: Eucharius, Valerius en Maternus.
Bahnhof
Het centraal station is te vinden ten noordoosten van het oude centrum aan het
einde van de Bahnhofstrasse in het verlengde van de Theodor Heuss Allee.
Weisshaus
Dit restaurant met terras biedt een mooi uitzicht op Trier en het Moezeldal. Van
Pasen tot eind oktober is het te bereiken per kabelbaan vanaf Stadthafen
Zurlauben. In het Weisshauswald bevindt zich een wildpark.


|