|
Dom Sankt Pauli
Het bouwen van de Dom duurde in de dertiende eeuw veertig jaar, maar er is
dan ook iets moois tot stand gebracht, dankzij het gebruik van lichte zandsteen,
prachtige glas-in-lood ramen en koperen daken. Het interieur is rijk versierd
met beelden en andere details, zoals de astronomische klok uit de Middeleeuwen,
met een kalender die tot 2071 loopt. Eenmaal buiten loopt u direct de Domplatz
op, waar elke woensdag en zaterdag een gezellige markt gehouden wordt.
UITGEBREIDE INFO
Het westkoor van de in 1090 door bisschop Erpho gewijde dom werd het
uitgangspunt van de huidige: op de fundamenten van de dom van Erpho liet
bisschop Hermann II aan het eind van de 12de eeuw de tot op heden bestaande kerk
bouwen, die een van de belangrijkste architectonische scheppingen van Duitsland
is. Bij nieuwbouw in de 13de eeuw werd gebruik gemaakt van de bestaande
plattegrond en fundamenten. Latere vergrotingen en toevoegingen en ook de
wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog bleven in de stijl van het oorspronkelijke
geheel en deden raan geen afbreuk. Bouwstijl en bouwbeschrijving. Het meer dan
100 m lange bouwwerk wordt beheerst door de twee torens met de tot de hoogte van
het middenschip ongelede onderbouw. Deze soberheid kenmerkt het hele westfront
dat slechts door 16 ronde vensters wordt doorbroken. Voor de westbouw is het
romaans-gotische `paradijs' gesitueerd. Een reeks beelden verfraait de façade
van de machtige dom.
Interieur en inrichting.
Men betreedt de dom door het oude westkoor met aan
beide zijden arcadengangen. Bij de wederopbouw van de tijdens de oorlog
verwoeste kerk, werd de nieuwe indeling aangepast aan de tegenwoordige functie
van bisschoppelijke kerk. Belangrijkste schatten zijn de 10 apostelbeelden in
het paradijs, 'de indrukwekkendste en grootste middeleeuwse beeldencyclus van
Westfalen'. Een rankenfries onder de voeten van de apostelen toont musicerende
figuurtjes, jachtscènes, taferelen van landarbeid en wijnbouw, dieren en
fabelwezens. Verder is de kerk rijk aan altaren (zoals het Stephanusaltaar),
beelden, grafmonumenten en epitafen. De belangrijkste daarvan zijn het marmeren
pronkepitaaf voor vorstbisschop C. von Galen (1678) en het marmeren epitaaf
voor vorstbisschop F.Ch. von Plettenberg (1706). Beide zijn werken van leden
van de beroemde beeldhouwersfamilie Gröninger.
In de kooromgang bevindt zich het
beroemde astronomische uurwerk uit 1542 dat getuigt van de grote
technisch-wetenschappelijke interesse van de vorstbisschoppen. In een nieuwbouw
aan de noordvleugel van de kruisgang is de domschat ondergebracht. Het
waardevolste stuk is hier de reliekbuste van de heilige Paulus, gedreven in goud
(over een houten kern), 22,8 cm hoog en geheel bezet met kleurige stenen, parels
en allerfijnste filigraanwerk. Beelden uit de dom en uit het voormalige
diocesaanmuseum zijn opgesteld in de noordvleugel van de kruisgang, het
lapidarium. Hier bevindt zich het belangrijkste werk de Intocht van Christus in
Jeruzalem, een beeldengroep van H. Brabender (1545), een van de beste
laatgotische beeldhouwers. Opmerkelijk is ook de kapittelzaal met een
lambrisering (voltooid in 1558).

UIT ONS VERSLAG
INDRUKWEKKENDE SCHATZKAMMER
De Dom is enorm ruim, maar wat donker. Opvallend is wel de combinatie van
laatromaanse en gotische stijl. Interessant is de astronomische klok en de vele
beelden aan de muren. Voor de Schatzkammer wordt entree geheven en terecht. Het
is een waar museum van vooral kerkelijke kunst, verdeeld over drie etages:
liturgie, relikwieën en religieuze kunstwerken. Een gedeelte van het
kloostergebouw is ook nog opengesteld. Na nog een kerk (Liebfrauenkirche
Überwasser) en het Schloss uit 1767 (dat tegenwoordig de hoofdzetel van de
universiteit herbergt) benen we in de motregen terug naar onze auto. Na
anderhalf uur zijn we terug in Isselburg. ‘s Avonds eten we weer eens chique in
ons hotel.
DE WEDERDOPERS
In de 16de eeuw, tijdens de beginperiode van de Reformatie, was Münster enige
tijd het toneel van een merkwaardige, theocratische dictatuur. De uit Haarlem
afkomstige wederdoper Jan Matthijs vestigde hier in 1533 een `Godsrijk', het
Nieuwe Jeruzalem, waar veel Nederlandse wederdopers op af kwamen, onder anderen
de dweepzieke fanaat Jan Beukelszoon van Leiden, die in 1534 als `koning van
Sion' het bewind in handen nam. Een jaar lang zuchtte de stad onder het
tirannieke schrikbewind, intussen het beleg van de bisschop van Münster het
hoofd biedend. In 1535 werd zij uiteindelijk ingenomen. De vergelding was weinig
zachtzinnig: er volgde een bloedbad en de bisschop ontnam de stad al haar
privileges. Jan Beukelszoon en zijn kompanen werden op gruwelijke wijze
terechtgesteld. Hun lijken werden in ijzeren kooien aan de toren van de
Lambertikerk gehangen.

|