|
Cisterciënzer Abdij
I.
Rheingau
De Rheingau is een landschappelijk kleinood in een gebied waar de
Rijn zijn noord-zuidrichting verlaat en bij Mainz en Wiesbaden tot Rüdesheim
naar het westen afbuigt. Hier werd ongeveer 800 jaar geleden ook het klooster
Eberbach gebouwd, liggen leuke stadjes zoals Rüdesheim en Wiesbaden en kan men
een van de beste wijnen van de wereld proeven.
Klooster Eberbach
Het door de Heilige Bernhard in de 12e eeuw opgerichte klooster ligt in het hart
van de Rheingau en is het enige, volledig in alle essentiële bouwlichamen
behouden gebleven abdijcomplex in Duitsland. In het klooster Eberbach kan men
niet alleen onder begeleiding van een ervaren gids het klooster bezichtigen met
informatie over “architectuur”, abten, edelen en aartsbisschoppen” of “de
cisterciënzers en hun boeken” – maar ook deelnemen aan een wijnrondleiding met
wijnproeve.
II.
Voormalig cisterciënzerklooster
In het hart van de Rheingau, in de afzondering van het Taunusgebergte, zijn de
12de-14deeeuwse kloostergebouwen bewaard gebleven. Het complex behoort tot de
fraaiste cisterciënzerbouwwerken in Duitsland. De cisterciënzers die in hun
eigen levensonderhoud voorzagen, hebben de wijnbouw in dit gebied op een hoog
peil gebracht en het klooster kunsthistorische betekenis gegeven. Aangezien in
de bloeiperiode ongeveer 300 monniken en lekenbroeders in het klooster woonden,
kreeg het complex al snel het karakter van een zelfstandige gemeente. Na de
secularisatie in 1803 was het klooster bijna 100 jaar lang in gebruik als
gevangenis en krankzinnigengesticht (1813-1912), daarna als militair
revalidatiecentrum (1912-1918). Tegenwoordig worden de gebouwen door het bestuur
van de staatswijngoederen beheerd en als bedrijfsgebouwen benut.
Bouwstijl en bouwbeschrijving.
De kloostergebouwen zijn omgeven door een ca.
1100 m lange en 5 m hoge muur, die, op poorten en toegangen na, uit de 12de/13de
eeuw dateert. Centraal staat daarbinnen, tussen de overige gebouwen, de kerk.
Deze werd in 1186 gewijd; met de bouw was in 1145 begonnen. In het interieur van
de drieschepige basilica krijgt het ideaal van het middeleeuwse monnikendom
indrukwekkend gestalte. De sobere, strenge ruimte met haar uitgewogen
proporties, behoort tot de schitterendste voortbrengselen van romaanse
architectuur in Duitsland. Van de oorspronkelijke inrichting is nauwelijks iets
over. Des te meer springen de grafmonumenten in het oog, waarvan dat van de
domcantor Eberhard von Oberstein uit Mainz (1331) in het oostelijke einde van
het zuidelijke kapellenschip, een van de fraaiste is. De grafmonumenten in de
eerste zuidkapel van Wigand von Hynsperg (1511) en Adam von Allendorf (l518)
en diens vrouw, zijn werken van de beroemde Middelrijnlandse beeldhouwer H.
Backoffen en diens medewerkers en vertonen deels gotische, deels
renaissancistische ornamentiek. Aan de noordzijde van de kerk sluiten de
claustrale gebouwen aan, die gesitueerd zijn om de kruisgang met tuin. De enige
representatieve ruimte in dit volgens de regels van de cisterciënzers Spartaans
gehouden sobere complex is het refectorium met een prachtig stucplafond uit 1738
in barokstijl. Westelijk van de claustrale gebouwen staat het l2de / 13de-eeuwse
gebouw dat aan de lekenbroeders onderdak bood.
III.
Eberbach
Deze topattractie is bereikbaar door vanuit Hattenheim in noordelijke richting
het Rheingaugebergte in te rijden. Het klooster vormde in 1986 het decor voor de
binnenopnamen van de film 'De Naam van de Roos'. Het werd in de 12e tot 14e eeuw
gebouwd voor cisterciënzer monniken die de wijnbouw in het gebied wisten te
ontwikkelen. In de bloeitijd woonden er behalve de gewone monniken maar liefst
300 lekenbroeders. De bouw van de romaanse kloosterkerk begon in 1145.
Drieëndertig jaar later kon deze simpele driebeukige basilica, zoals alle kerken
van deze orde, worden gewijd aan Maria. In het interieur vallen de door Hans
Backoffen gehouwen grafbeelden op van Wigand von Hynsperg (gestorven in 1511) en
Adam von Allendorf (gestorven in 1518). De rond een kruisgang aangelegde
kloostergebouwen sluiten aan de noordzijde bij de kerk aan. Ook dat gedeelte
weerspiegelt met zijn sobere uiterlijk de levensstijl van de orde. De rond 1250
gebouwde slaapzaal (dormitorium) is een lange, tweebeukige ruimte. De
kruisribgewelven steunen op ronde zuilen met sierlijke gotische
bladwerkkapitelen. De eetzaal (refectorium) ten noorden van de kruisgang is met
zijn barokke plafond uit 1738 één van de weinige versierde ruimtes. Links van de
kruisgang bevinden zich de vertrekken van de lekenbroeders. Ze hadden minder
geestelijke verplichtingen dan de monniken en werden min of meer als werkvolk in
huis gehaald.
Na de secularisatie in 1803 was het klooster achtereenvolgens
gevangenis, gekkenhuis en militair revalidatiecentrum. Het is tegenwoordig een
wijnkelder voor de staatswijngaarden in de omgeving. Naast een bezoek aan het
historische gedeelte kunt u in het dagelijks geopende complex wijn proeven en
kopen. 's Zomers vinden in de kloosterkerk concerten plaats.
NB In en rondom dit klooster werden de opnamen
gemaakt voor de film "De Naam van de Roos", waarin Sean Connery de hoofdrol
speelt.
Geen verslag voorhanden.

|