|
Reichsabtei

Corvey was een vorstelijke abdij of rijksabdij, nabij het Duitse Höxter, in
Noord-Rijnland-Westfalen. Eertijds was het een benedictijnenabdij die als een
van de belangrijkste Karolingische kloosters gold, met een belangrijke
bibliotheek. Het klooster werd in 822 gesticht, in de nabijheid van de rivier de
Weser, door monniken van Corbie onder bescherming van Lodewijk de Vrome, de zoon
van Karel de Grote. Gedurende de 9e en de 10e eeuw was dit een van de meest
betekenisvolle cultuurcentra in Noord - Europa.
Het klooster werd vernield in de Dertigjarige Oorlog, en nadien in barokke stijl
weer opgebouwd in zijn huidige vorm. Het abdijvorstendom Corvey werd in 1792 tot
prinsbisdom verheven en in 1803 geseculariseerd.

MEER INFO
MIDDELEEUWEN
Het klooster werd in 822 gesticht, in de nabijheid van de rivier de Wezer,
door monniken van de abdij van Corbie onder bescherming van Lodewijk de Vrome,
de zoon van Karel de Grote. Gedurende de 9e en de 10e eeuw was dit een van de
meest betekenisvolle cultuurcentra in Noord-Europa. In deze tijd ook schreef
Widukind van Corvey zijn Res gestae Saxonicae (Saksengeschiedenis). In de
bibliotheek van het klooster bevonden zich onder meer de eerste vijf boeken van
de Annales van Tacitus. Vanuit Corvey kwam een stroom missionarissen die actief
waren in Noord-Europa. De belangrijkste van hen was de heilige Ansgar, de
“apostel van Scandinavië”. Een belangrijke bron voor de geschiedenis van de
middeleeuwen zijn de Annalen van Corvey (Annales Corbenjenses). De Annalen waren
in de negentiende eeuw aangevuld met de vervalste Chronicon Corbejense. Na de
vijftiende eeuw verdween de invloed van de School van Corvey.
Met de bouw van de uit drie schepen bestaande basilica werd in 830 begonnen en
werd in 844 gewijd. Uit deze tijd stammen ook de kelders van het westwerk. De
daar aanwezige fresco’s uit de negende eeuw hebben voorstellingen uit de antieke
oudheid van de Odyssee. De aan de westelijke zijde staande beeldbepalene torens
komen eveneens uit de negende eeuw (gebouwd 873-885) en zijn de oudste nog
bestaande middeleeuwse gebouwen in Westfalen.
Onder abt Wibald van Stablo (Stavelot) (1146-1158) werd het westwerk in de
huidge vorm uitgebouwd en verkreeg het klooster de rijksvrijheid, ook wel ‘’Reichsunmittalbarkeit’’
genoemd. Hij was er ook in geslaagd een klein territorium van 5 km² te vormen,
welke ook ‘’unmittelbar’’ was en grensde aan het prinsbisdom van Paderborn en
tot welk bisdom het ook hoorde in het geestelijke.
Bij het klooster bevinden zich de resten van de stad Corvey, die rondom het van
Corvey afhankelijk stift Niggenkerken lagen. De stad werd door de abten als
tegenhanger van het nabijgelegen Höxter gesticht. De nederzetting ging ten onder
na een gezamenlijke aanval van de bisschop van Paderborn en de burgers van
Höxter in 1267 en de laatste resten werden in de zestiende eeuw verlaten. In de
buurt van het klooster bevindt zich ook de ruïne van de afhankelijk proosdij tom
Roden.

NIEUWE TIJD
Het klooster werd vernield in de Dertigjarige Oorlog (1618-1648), en nadien
in barokke stijl weer opgebouwd in zijn huidige vorm. Het uit ca. 12.000
bewoners bestaande abdijgebied had een inkomen van ongeveer 100.000 daalders en
probeerde telkens in een afhankelijke relatie met de bisschop van Paderborn te
komen. Een reden hiervoor was de bedreiging van het uitsterven van het convent.
In 1786 telde het klooster nog slechts 13 leden en een vereiste was dat nieuwe
leden van adellijke afkomst moesten zijn. Uit de adel kwamen nauwelijks nog
nieuwe geestelijken. En zo probeerde men de ondergang te voorkomen door de
verheffing tot een bisdom.
Na verschillende verdragen te hebben gesloten met naburige vorsten en de
bisschop van Paderborn werd de abdij in 1779 verheven tot ‘’exemten
Territorialabtei’’. In aanwezigheid van de abt besloot het klooster, dat de
kerkdienst, die steeds een benedictijns karakter had gedragen, ook na de
Secularisatie van de abdij niet verzaakt mocht worden, zodat de strenge
kloosterlijke dagindeling behouden bleef. Voor het in stand houden van de
kerkdienst werden alumni van het in 1786 geopende priesterseminarie
aangetrokken, omdat de meeste monniken te oud waren om de gehele dienst voor te
gaan. Tegelijk werd het aantal toekomstige domheren beperkt tot twaalf en hun
toeslag op 500 daalders bepaald. De Vita communis werd gemoderniseerd en de
kloostertucht opgeheven.
In 1788 richtte de abdij haar aanvraag voor secularisatie aan de Paus, die het
klooster in 1792 ophief en het stiftsgebied tot een prinsbisdom verhief,
bestaande uit 10 parochies. De kloosterlingen werden verheven tot domheren. De
abt Theodor von Brabeck werd prins-bisschop. Hij werd in 1794 opgevolgd door
Ferdinand von Lüninck. Het bisdom Corvey werd na de dood van Ferdinand von
Lüninck in 1825 opgeheven.
In artikel 12 van de Reichsdeputationshauptschluss van 25-2-1803 wordt het
bisdom Corvey aan de vorst van Nassau-Dillenburg (= de prins van Oranje)
toegekend. Als vorstendom wordt Corvey dan deel van het vorstendom
Nassau-Oranje-Fulda. De prins verliest zijn bezittingen na de Pruisiche
nederlagen in 1806 en 1807. Op 7-12-1807 wordt Corvey bij het koninkrijk
Westphalen gevoegd. Na de nederlagen van Napoleon kent het Congres van Wenen het
voormalige bisdom in 1815 toe aan het koninkrijk Pruisen.
In 1820 wordt uit de domeinen van het voormalige prins-bisdom een gemediatiseerd
vorstendom gevormd voor landgraf Victor Amadeus van Hessen-Rothenburg als
schadeloosstelling voor het verlies van zijn rechten in het nedergraafschap
Katzenelnbogen, de heerlijkheid Plesse en het ambt Neuengleichen. De landgraaf
van Hessen-Rotenburg heeft de abdijgebouwen laten ombouwen tot een paleis. In
1834 vererfde de bezittingen aan de vorst van Hohenlohe-Schillingsfürst, die in
1840 ook de titel hertog van Ratibor verwierf.

Cultureel erfgoed
De beroemde abdijbibliotheek is sinds lange tijd niet meer aanwezig en
verspreid, maar de prinselijke bibliotheek, een aristocratische
familiebibliotheek en bestaande uit ca. 67.000 boeken (voornamelijk in het
Duits, Frans en Engels) en rond 1834 afgesloten, is nog steeds aanwezig in het
paleis. In de collectie bevindt zich een grote hoeveelheid negentiende eeuwse
Engelse romans, sommige zelfs uniek omdat het in Engeland niet de gewoonte was
deze boeken te kopen, maar te lenen uit openbare bibiotheken.
UIT ONS VERSLAG
Vlakbij het aardige stadje Höxter ligt een van de oudste kloostercomplexen
van Duitsland. Van hieruit werd een groot gedeelte van het heidense Saksiche
Noord - Duitsland, een gedeelte van Polen en Scandinavië door moedige
missionarissen gekerstend. We bezichtigen en het slot met zijn verschillende
stijlkamers, de manuscripten in de bibliotheek. Het is niet alleen een
kloostervestiging, maar het complex behelst ook nog een hoeve met uitgestrekte
landerijen. De in barokstijl uitgevoerde kerk is niet zo groot, maar maakt dit
gebrek aan omvang goed door verfijnd beeldhouwwerk van onder andere preekstoel,
kerkbanken en orgel. Ook de opvallend rijk geornamenteerde altaren mogen er
zijn. Schuin boven de kerk ligt nog een oudere kerk die uit de negende eeuw
stamt. Die is kaal en sober, maar zeker historisch gezien belangrijker.

|