|
DAG 5
's Morgens geklooi met het Duitse koppel. Clim moet wel een uur wachten, omdat
das Mädel zonodig haar haar wenst te föhnen. Om 11 uur kunnen we pas op weg gaan
naar het stadspark. We gaan met de bus. Als we er aankomen stoten we op een
ontspoorde locomotief die een schutting heeft geramd. Robbert maakt een er een
mooie foto van, maar al gauw worden we er weggejaagd.
Het Vidam - Lunapark is dicht. Er ligt nog een kuuroord uit de vorige eeuw
(althans het gebouw) in de buurt. We gaan er binnen en bekijken de zaak. Daarna
bezoeken we de dierentuin. We maken een eendenparing mee, vermaken ons bijzonder
met de slingeraapjes, observeren gieren die dode konijnen verscheuren, etcetera. Jos
maakt hier erg veel (slechte) foto's. Het weer is gelukkig weer zonnig en
aangenaam. Aan een kraampje eten we broodjes en drinken we cola. Clim legt
contact met een bruine beer.
Na de Zoo volgt het Heldenplein. Clim en Robbert lezen elkaar voor over de daar
te bezichtigen helden en koningen die in natuursteen zijn uitgehouwen. Het is
een groot monumentaal plein met veel standbeelden op rij en een centrale zuil
waarop een vredesengel is geplaatst. De beeldengalerijen worden aan de zijkant
bekroond met een strijdwagen. Via een drooggelegde vijver bereiken we vervolgens
het Hünyadi Slot. Dit is een kasteel dat gebouwd in alle mogelijke bouwstijlen
die in Hongarije ooit zijn aangewend.
Met de oudste métrolijn die het Europese continent rijk is (slechts enkele
meters onder de grond, begin 1900 aangelegd) gaan we naar Vorosmarty Tér, waar
we koffie drinken op het terras van het vermaarde Jugendstil café Gerbeau. Naast
ons zitten twee oude Hollandse taarten taartjes te eten. Hier verschijnen ook
weer bedelende zigeuners, die door het personeel zonder pardon worden
weggejaagd.

Aan de Donau - oever informeren we naar de mogelijkheid om een rondvaart te
maken, maar daarvoor is het nog te vroeg in het seizoen. We wandelen daarom nog
maar wat rond door de oude binnenstad. Bij het hotel Intercontinental wisselt
Jos een Eurocheque voor Robbert; deze laatste telefoneert zonder veel moeite met
zijn vriendin M.. In Nederland schijnt alles naar wens te verlopen. In Budapest ook, totdat we een Italiaanse pizzeria ontdekken die we met een bezoek
vereren. Zonder dat we er erg in hebben smeert men ons de duurste pizza van het
huis aan. Bij het afrekenen protesteren we met klem. Na enig gekibbel snelt de
gerant toe. We komen tot een vergelijk dat bestaat uit de "gulden middenweg":
we betalen slechts de helft van het te veel in rekening gebrachte. In al die hectiek laat Jos zijn pas gekochte ansichtkaarten liggen. De door ons
gekapittelde kelner komt hem de kaarten ondanks alles op straat nabrengen. Over
"no hard feelings" gesproken....
Het weer betrekt. Er komt een fikse onweersbui opzetten. We schuilen in een
vorige-eeuwse winkelgalerij, waarna we terugkeren naar Ors Vezel Tér. Daar doen
we inkopen in de supermarkt, vooral etenswaar voor het ontbijt. Na lang zoeken
vindt Robbert met behulp van een lokale mevrouw de suiker. Op het plein trekken
Robbert en Clim lootjes van de Staatsloterij, maar tot hun teleurstelling lacht
het geluk hen niet toe. Robbert probeert dat te compenseren door dromerig tegen
een geëtaleerde bruidsjapon te gaan leunen. "After all" heeft hij vandaag met
zijn geliefde M. contact gehad, vandaar... Op de kamer schrijven we
ansichtkaarten naar huis.
's Avonds gaan we sjiek eten in het bekende restaurant Szeged dat naast hotel
Gellert (met een schitterend binnenbad) aan de rechter Donau - oever ligt. Er is een zigeunerstrijkje dat
professioneel de toeristen bespeelt. We eten goed en uitgebreid: goulash, biefstuk, groente en salades. Ook hier is de prijs tegen alle verwachting in
redelijk: nog geen veertien gulden per persoon. Robbert gaat terug voor een
kopie van de rekening. Ja, die wilde de gérant wel maken en met een veelbetekenende
grijns voegde hij er aan toe: "Steuer, nicht?”
Buiten lopen we wat heen en weer, tamelijk besluiteloos. Wat nu te doen? We
hakken de knoop door en gaan naar de binnenstad enkele niet bezochte cafeetjes
aandoen. We belanden bij café "Montmartre”, waar een pittige kelnerin de scepter
zwaait. Goed bier voor een goede prijs. In dit café houden zich ook wat meer
buitenlanders op. Deze zaak lijkt al
iets meer op de kroegen die we uit Nederland kennen, zowel qua inrichting als
qua sfeer.
Per taxi, bestuurd door een Slavisch type, keren we terug naar onze standplaats.
Robbert zit achterin in het Hongaars aanwijzingen te geven: links, rechts,
rechtdoor. Hij heeft wel het boekje "Hoe zeg ik het in het Hongaars?" bij de
hand. Zoals gebruikelijk gaan we tegen enen naar bed. Alleen Jos blijft nog wat
doorlezen.


|