|
DAG 6
Na uitgebreid te hebben ontbeten gaan we om half elf op pad. We willen de
markthallen bezoeken, maar abusievelijk belanden we bij de Elizabeth - brug in
plaats van de Szabadzag - brug. Te voet herstellen we onze fout. Onderweg
betreden we een kerk die in een uitbundige barokstijl is gebouwd, althans van
binnen.
Op de overdekte markt wordt vooral vlees, fruit en groente verkocht. Ook kun je
er levende vis (vooral karpers) kopen die vervolgens met een knuppel worden
doodgeslagen. Er sjokken veel ouden-van-dagen rond: de Hongaarse senioren hebben
het niet breed. Sommigen bieden er hun eigen armzalige producten aan: 12
paprika's, 2 kg uien, 5 bosjes anjers, etc. Aan een stalletje drinken we koffie.
 |
 |
We hebben deze dag geen concreet programma uitgestippeld, daarom staan we aan de
Donau - kade onze volgende stappen te overleggen. Na enig stroef heen en weer
gepraat besluiten we met de kabelbaan naar Janos Hegy, de hoogste heuvel rond
Budapest, te gaan. Onderweg mist Robbert een tram, maar op Déak Tér voegen we
ons weer bij elkaar. Met de metro gaan we naar Moskwa Tér. Daar maakt Jos een
foto van de roltrap die ons tientallen meters onder de grond voert. Op dat
ogenblik wordt er net een arrestant door twee politiebeambten opgebracht. De
foto mislukt overigens. Clim maakt vandaag ook druk gebruik van zijn kleine
Kodakje.
 |
 |
Robbert zoekt uit welke bus we nu nodig hebben. Zijn ingewonnen informatie
blijkt te kloppen en een kwartiertje later zitten we aan het beginpunt van de
stoeltjeslift. Ernaast ligt het Amerikaanse consulaat. We drinken een fles
ijskoud Tuborg bier. Clim voelt zich niet lekker en gaat even naar achteren om
over te geven.
Met de lift duurt het 10 minuten tot boven op de heuvel. Van daaruit beklimmen
we de resterende meters naar de echte top waar een uitzichttoren staat. We
verblijven er een kwartiertje. Op de top ligt een restaurantje met een blonde
cheffin. Hier eten we in totaal voor ongeveer f 14,- : 3 x kippenbout, 3 x
bonensoep, 3 x salade, 2 x bier en 1 liter mineraalwater. Met de kabelbaan dalen
we weer af. Per bus spoeden we ons richting Oorlogsmuseum in Buda, op speciaal
verzoek van Clim. We hebben precies een uur en een kwartier tijd om het te
bekijken. Stipt om 17.00 uur wordt er gesloten.
Midden in het spitsuur bereiken we Ors Vezer Tér. In de ondergrondse passage
staan de burgers weer in een rij om allerlei zaken te slijten; van afgedragen
kleding en sieraden, via speelgoed naar jonge hondjes. De politie knijpt een
oogje toe. Volgens ons treedt zij alleen met ferme hand op tegen de aan hun
uiterlijk duidelijk te herkennen zigeuners. We doen voor het laatst inkopen in
de supermarkt.
Op onze kamer puzzelen we terwijl we wachten op het tijdstip waarop het Duitse
paartje de badkamer wenst te verlaten. Na ons opgefrist te hebben gaan Robbert
en Clim een tukkie doen, terwijl Jos aantekeningen maakt voor het onderhavige
verslag. Als de twee slapers gewekt worden, staat er geurig dampende koffie met
gebak klaar.
Om half negen springen we in een willekeurige tram en koersen naar het oosten om
een restaurantje te zoeken; vergeefs echter. We besluiten dan maar weer een
etterem (restaurant) in de binnenstad op te zoeken. We komen uit op Baross Tér,
het plein waaraan het Centraal Station ligt. We eten feestelijk in de
monumentale stationsrestauratie, ook nog 1e klas. De ober spreekt er Engels en
is stemmig gekleed. De prijs? Nog geen f 20 met zijn drieën. Overigens, de soep
wordt er in een grote terrine geserveerd; dat zie je niet vaak meer. De biefstuk
smaakt ook voortreffelijk. In de stationsbuurt is verder niks te doen. Per taxi
laten we ons naar het bierlokaal Berlin voeren. Daar blijven we tot half twaalf.
Met opnieuw een taxi komen we thuis.


|