|
DAG 1
Zes uur 's avonds; M. (de toenmalige vriendin van Robbert) brengt ons met
de auto naar het station. In Venlo wachten op aansluiting. De douanier noteert
onze namen en speurt in een dik boek. Zijn we soms terroristen?
Om half negen komen we in Keulen aan. We bezichtigen de buitenkant, met name het
gevelwerk van de Dom. De interland West-Duitsland - Italië is zojuist in een
0-0 gelijkspel geëindigd. Veel Italianen, Duitse Schlachtenbummler en 'Bullen' in
de stad. Alles blijft gelukkig rustig. Het is Paaszaterdag, vandaar dat alles gesloten
is, ook de Futterkrippe die we nog van vroeger kennen. Op het station eten we
aan een stalletje Bockwurst, Brot mit Senf en bestellen Bier.
Als onze trein aankomt, kunnen we onze wagon niet vinden. Jos holt (beter is
volgens Clim: Jos veroorzaakt een serie aardschokjes) amechtig de trein langs,
vergeefs. Op het nippertje een willekeurige coupé ingedoken, Herr Schaffner
zorgt wel voor de juiste biljetten. In onze coupé zit ook een alleenreizende
vrouw uit Gummersbach. Zij doet een beetje vreemd. De conducteur neemt onze pas
en reisbescheiden in: de volgende morgen krijgen we die weer terug. We zoeken
een normale zitcoupé op waar we onder meer kunnen roken.
Jos raakt in gesprek met een oudere dame uit Budapest. Zij belooft ons daar te
zullen helpen met het vinden van onderdak. Als voorschot krijgt zij alvast een
blikje Chocomel. Het gesprek vindt plaats met behulp van niet meer dan 25
woorden gebrekkig Duits. Toch begrijpen ze elkaar. In de trein is alleen heel
duur bier (DM 4.80 per stuk) te krijgen bij de conducteur. We laten ons door de
prijs niet afschrikken, want het is warm die dag en we hebben dorst. Trouwens,
we hebben 's avonds altijd dorst....
Tegen enen kruipen we in onze couchettes. De dekens en lakens zijn er op een
allermerkwaardigste wijze gevouwen, dus het duurt even voordat we die hebben
ontward en ons hebben geïnstalleerd. Jos, die helemaal boven ligt, slaapt die
nacht slecht en doet vanwege de kou geen oog dicht. Tegen het ochtendgloren valt
hij uiteindelijk al snurkend in slaap. Inmiddels zijn we al Frankfurt, Würzburg,
Nürnberg, Passau en Linz in Oostenrijk gepasseerd.
DAG 2
Om zeven uur worden we gewekt. Clim heeft uitstekend geslapen, Robbert matig.
Jos blijft doorpitten tot negen uur. De atmosfeer in de coupé is ronduit bedompt
te noemen. Om half tien komen we in de moderne West - Bahnhof van Wien aan.
Robbert en Jos gaan in de grote aankomsthal op verkenning uit.
Ze kunnen er niet wisselen, dus kan er ook geen koffie worden gedronken. Een
aantal wagons wordt van onze trein afgekoppeld en aan een andere locomotief
aangehaakt.
Tegen half elf wordt de reis voortgezet. Door het licht glooiende en later bijna
geheel vlakke Burgenland bereiken we het IJzeren Gordijn, waarvan we overigens
weinig bemerken. Wel worden we in de trein driemaal gecontroleerd: 1 x paspoort,
1 x visum en 1 x bagage. Een kittige Hongaarse
met een buikkassa wisselt geld om. Om 14.20 uur komen we in het Centrale Station
van Budapest aan. Het station heet Keleti. Jos wacht vergeefs op de vrouw uit de
trein. Nabij de "tourist information" treft hij een man die particuliere appartementen
te huur aanbiedt. We gaan er op in. Spotgoedkoop: DM 90 voor 5 maal 3
overnachtingen.
 |


|