|
|
| Jos en Clé in 1973 na een verplichte "hair cut" aan de Bulgaars / Griekse grens |
|
|
De Bulgaren legden ons bij het verlaten van hun land nu eens geen strobreed in de weg, maar aan de Roemeense kant hadden ze meer spatjes. Een overijverige, wantrouwende douaneveteraan sommeerde ons alles uit de wagen te nemen en uit te pakken. Dat duurde wel een tijdje. De voorraad shag trok meteen zijn speciale aandacht. Hij wilde proeven of er misschien 'droga' in zat. Nou, hij heeft het geweten. Ik draai een extra dik sjekkie voor hem. Even zware Van Nelle roken, terwijl hij tientallen jaren lang zijn superlichte sigaretjes gewend was! Hij dacht (wij trouwens ook) dat hij stierf, want hij kwam bijna niet meer bij na zijn hoestbui waarbij hij min of meer zijn longen uitkotste. In ieder geval ging hij niet meer over tot nadere inspectie van onze spullen die we zo netjes voor hem geëtaleerd hadden. Enfin, na ons nog even geamuseerd te hebben met een erg lichtzinnige vrouwelijke loketbediende (zijn alle Roemeense vrouwtjes zo meegaand? Nou, dat belooft wat...) , begaven we ons op weg naar de vier hotelsteden die aan de kust liggen.
|
|
|
|
Regelmatig basketballen onderweg |
Clé verzorgde het eten, Jos de afwas |
Lange haren en baard kortwieken aan grens |
Deze vakantieoorden worden gekenmerkt door een erg vrij aandoende, experimentele architectuur die te vergelijken is met La Grande Motte in Frankrijk. De sfeer was er westers, toeristisch en mondain.
Hier werden we al onmiddellijk door zwartwisselaars en obscure handelaars belaagd. Constanta is de grootste havenstad aan de Zwarte Zee - kust. Uit toeristisch oogpunt is er niet zo veel te bezichtigen.
Een
badplaats die wat ouder is dan de vier planetensteden. Op een terras gegeten. Op
het strand kennis gemaakt met Marga ‑ een Roemeense studente in de medicijnen
die Frans sprak ‑ en haar familie. Hier de hele avond gezellig mee opgetrokken.
Op verzoek van hen tevergeefs geprobeerd in een hotel te overnachten. Om 12 uur
onder de blote hemel een slaapplaats gezocht langs de akkers en de fruitbomen.
Al wakker om 7 uur. De hele nacht last gehad van boeren, die voor dag en dauw
aan de slag gingen met hun luidruchtige machines, en door kwakende ganzen die
bij de bosjes voorbij waggelden. Wassen, ontbijten en naar het
toeristenradiostation Mammaia luisteren. Ja, want ook de (toeristen‑) industrie
is in Roemenië vaak op een westerse leest geschoeid! Om half tien naar het
strand om bruin te bakken. Erg breed strand, mooi zand en geen last van eb en
vloed. Vrij druk daar. Marga met familie weer ontmoet. Traktatie op bier en
koek: dit is pas echte Roemeense gastvrijheid. Dia’s genomen. Om 2 uur afscheid
genomen. Adressen uitgewisseld en uitnodiging ontvangen om op vakantie te komen
logeren in Ploiesti.
Op een terras afkoelen van een verhit strand. We gaan dan de stad zelf bekijken. Alles is er vrij duur naar Roemeense begrippen. In een park proberen we zaken te doen met enkele zwartwisselaars: voor 50 mark bieden zij ons 450 lei aan. De officiële koers is 50 : 300. Met behulp van enige companen kunnen de Roemeense handelaren ons echter verschalken en ontpoppen ze zich als banale, vingervlugge gauwdieven.
Wat gebeurt er namelijk? Net op het moment dat we elkaar de pakjes bankbiljetten
hebben laten natellen komt er vanachter de struiken een handlanger te
voorschijn. Hij heeft zogenaamd op de uitkijk gestaan en gevaar geroken. Hij
roept in paniek: "Policia! Policia!"
(Het kan ook "Militsia" zijn geweest, in de
consternatie onthoudt men dat niet zo precies). We worden door hem afgeleid en
stoppen zonder nog eens na te tellen het pas ontvangen bundeltje in onze zak en
lopen rustig verder, van de prins geen kwaad wetend. Ons kunnen ze toch niets
maken, denken we. De zwartwisselaars vluchten daarentegen alle kanten op. Als we
even later onze buit tellen blijkt het bundeltje voornamelijk uit oud
krantenpapier te bestaan! In plaats van 450 lei houdt Clé er maar 135
aan over. We zijn professioneel opgelicht, met erg veel theater en durf. (Er staat een
of twee jaar werkkamp op zwart wisselen. Dit geldt echter niet voor de
buitenlander die er op betrapt wordt.)
En nu het wrange van dit verhaal: 's Avonds zitten we op een terrasje een pintje
te drinken. En zie, wie komt daar onbevangen langs geslenterd? De
zwartwisselaar. Hij kijkt ons triomfantelijk aan en zwaait vriendelijk. Het
heeft geen zin om hem bij de politie aan te geven en dat weet hij verdraaid
goed. We zwaaien dus maar even vriendelijk terug. No hard feelings... Soms
is het gewoon het beste om je nederlaag toe te geven...
|
|
|
Constanta: casino |
Constanta: Museum voor Volkskunst |
Het eerste wat ik in Constantsa deed was eten en drinken: een aantal mititei (pikante gegrildE gehaktrolletjes ) en veel mineraalwater. Het was nog een hele tippel naar het centrum, o.a. langs de grootste haven van de Zwarte Zee, waar ik foto's maakte. In het oude centrum (hoge huizen, smalle straten, erg levendig, typisch méditerrannée) waren veel toeristen op de been en dus ook veel zwarthandelaars en geldwisselaars. Ik scheepte hen steeds in het Roemeens af: “Nu schimb, merg!” ofwel: “Niet wisselen, ga weg!” Later haalde ik enige zelf verzonnen grappen met hen uit.
|
|
Ga ook naar onze FOTOSITE !