Vrijdag 27 meiIn alle vroegte hebben we al de imposante burcht Königstein bezocht. Deze onneembare vesting ligt op een zandstenen tafelberg en is nooit veroverd. Van hieruit hebben we een spectaculair uitzicht over kronkelende Elbe en het Elbsandsteingebirge. We lopen aan de andere kant van de rivier ook nog het kasteel Hohenstein binnen, tegenwoordig is er een jeugdherberg in gehuisvest. We zoeken nog even naar de befaamde Bastei (een spectaculaire rotsformatie), maar we kunnen die zo gauw niet vinden. We verlaten het bergachtige Thüringen en rijden over glooiende velden via Bautzen naar de Poolse grens. Onderweg eten we in een Gasthof, hier zien we geen toeristen meer. Bij de grensstad Görlitz komen we probleemloos door de douane. POLENIn Polen gaan we direct de autobaan op, richting Liegnitz (Legnica in het Pools). (Kaart Polen) IJs en bier drinken in een zaakje langs de weg. Om 16.00 uur komen we aan bij Teresa, de vriendin van Martin, een neef van Wiet die haar als zijn bruid naar Nederland wil halen. Wiet laat uit gewoonte zijn paspoort en autopapieren in de wagen achter, maar Jos neemt die voor alle zekerheid mee, je weet maar nooit. We worden zeer gastvrij op een flatje ontvangen en we moeten eten, drinken en nog eens eten. Teresa is afkomstig uit een typisch middenklassegezin. Met de moeder communiceren we in het Russisch, met Teresa in het Engels (hoewel ze ook al een beetje Nederlands spreekt). De vader laat zich niet blikken. We laden cadeaus uit en bieden een mand met etenswaar aan. Om 20.00 uur gaan we de stad in. Na een korte wandeling belanden we in een café voor koffie en pils. De auto staat pal langs een drukke voetgangerspassage geparkeerd. Als we om half tien terugkomen is hij verdwenen. Teresa raakt een beetje in paniek, ze voelt zich verantwoordelijk voor het verdwijnen van de auto. Omstanders hebben twee jongelui met sleutels bezig gezien bij de auto , zij zijn uiteindelijk met de kar weggereden. In haar wanhoop wil Teresa taxichauffeurs charteren om achter de boeven aan te gaan, maar daar wordt toch maar van afgezien. Op naar het dichtstbijzijnde politiebureau waar ze net willen sluiten, zodat we niet echt hartelijk worden ontvangen door een rechercheur. Het is er een sjofele bedoening, waar hoognodig achterstallig onderhoud gepleegd dient te worden. Er wordt protocol opgemaakt op een typmachine die zo te zien uit de jaren ’50 stamt. Langs de wanden staan de dossiers hoog opgestapeld. Teresa, die zich nog steeds schuldig voelt, fungeert als tolk. We moeten de volgende dag terugkomen voor nadere plichtplegingen. De politie zal ondertussen een 'blokkade' in de wijde omgeving opwerpen, waarin we overigens weinig fiducie hebben. H et politierapportZaterdag 28 mei‘s Morgens moeten we ons melden bij een ander
politiebureau, het hoofdbureau blijkbaar, waar een officiële
Duitssprekende tolk ons terzijde staat. Alle drie worden we één uur lang
apart verhoord. Uiteraard hebben we van te voren al geoefend om elkaar
niet tegen te spreken. Al onze verklaringen worden in het Pools uitgetikt.
De Russische criminelen krijgen de schuld van de diefstal. (Of de
Oekraïense maffia, dat wordt ons niet helemaal duidelijk; de Polen zelf
hebben geen autodieven natuurlijk…). De tolk is een aardige oudere heer
die plechtstatig en een beetje ouderwets aandoend Duits spreekt.
De busticketsZondag 29 meiOp zondagmorgen om 07.00 uur komen we in Düsseldorf aan. Teresa heeft haar vriend Martin per telefoon van het gebeurde op de hoogte gesteld, dus hij staat ons al op te wachten om ons op te pikken. Om 09.00 uur sta ik weer thuis op de Herderstraat. Zelf mis ik door de diefstal: paraplu, jasje, draagtas, koeltas, boeken, ansichtkaarten, pet, drinkbekers en dergelijke. Wiet is echter veel zwaarder gedupeerd, dat spreekt. Hij heeft zijn auto dagelijks nodig voor zijn werk in Duitsland. Naar de fotopagina
|