|
|
IERLANDhet Groene Eiland |
|
WAT ER VOORAF GING

Uwe en ik zaten in een katholieke kroeg, vlak bij de Docks. Het was er best gezellig en de kastelein schonk veel aandacht aan ons. Hij gaf ons nuttige inlichtingen over Belfast en vertelde over de 'troubles' daar. Vooral de willekeurige bomaanslagen baarden hem zorgen. Erg slim vond hij ons niet, want anders waren wij wel ergens anders op vakantie gegaan. Maar goed, buitenlanders in zijn café waren een zeldzaamheid, vandaar die belangstelling. Ook voor de rest van de clientèle waren we vreemde eenden in de bijt.
Weer open na sluitingstijdOm 11 uur was het sluitingstijd en moest iedereen de zaak verlaten. De eigenaar gaf ons een knipoogje toen hij in de gaten had dat wij weinig zin hadden om te vertrekken; hij adviseerde ons om een kwartiertje buiten te wachten. Hetgeen geschiedde. We waren trouwens niet de enigen, want overal verspreid liep volk rond. Na een tijdje ging de cafédeur weer open. In een mum van tijd stroomde de gezellige gelagkamer weer vol, waarna de deuren door de portier werden gesloten. (Elke winkel of horecagelegenheid in Ulster heeft een portier die gerechtigd is om personen te visiteren en hun zonder opgaaf van redenen de toegang te ontzeggen.) Toen werd het pas echt gezellig. We kregen aansluiting bij een groep vrolijke dertigers, mannen en vrouwen. |
|
Vanwege een of andere reden werd er gratis bier geschonken en serveerde men er hartige hapjes. Opeens werd ik van achteren omarmd door een tweetal vrouwenarmen en vroeg een aangeschoten stem mij om een sjekkie voor haar te draaien. Het vrouwtje in kwestie bleek een ongeveer 25 jaar oude Ierse te zijn die in Ulster op vakantie was. Zij zag er ouder uit, verlepter zou ik zeggen als ik haar niet beter had leren kennen. Zij had mijn pakje Van Nelle op tafel zien liggen. Daaruit had zij geconcludeerd dat ik Nederlander was, een reden om met mij een gesprek aan te knopen. Ze begon over een verhouding die ze twee jaar lang met een zekere zeeman Jaap, dus een van Nelle - roker, gehad had. In haar dronkenschap werd ze erg vertrouwelijk , ikzelf ook trouwens. De alcohol was mij naar het hoofd gestegen. Geen wonder, want het kleppen van die levensgrote pinten voltrok zich in een afgrijselijk hoog tempo.
|
|
Een soort Bloody MaryZij dronk wodka en heette Mary. Tot 2 uur zaten wij te keuvelen, vervolgens te smoezen, daarna alleen maar aan elkaar te frunniken. Haar geschiedenis sprak me erg aan en ik liep over van medeleven en wilde dit ook tonen (hetgeen misschien haar bedoeling was). Haar life story kwam op het volgende neer: geboren en getogen in de fanatieke katholieke wijk Falls, zonder opleiding of wat ook had ze op haar zeventiende moeten trouwen met de buurjongen, ene Patrick. Inmiddels moeder van twee kinderen; een jongen en een meisje. Haar man is eervol gesneuveld in de katholieke strijd tegen de repressieve protestanten door een welgemikt schot van een sniper van de Ulster Volunteers Defense (UDA). Mary leverde daarna vervolgens haar twee kinderen af bij haar moeder. |
Haar vader zat toentertijd vast in de interneringsgevangenis van Long Kesh, voor onbepaalde tijd uiteraard. Zelf vertrok ze naar Engeland waar zij in Hull een baantje als kelnerin aannam. (Daar had zij ook haar minnaar Jaap leren kennen, die haar overigens als een stuk vuil behandelde en haar louter en alleen als minnepoes beschouwde.) Nu was ze in Ulster op vakantie en logeerde ze bij haar eigen moeder en kinderen.
Ondertussen was het al erg laat geworden. Het lag voor de hand dat ik met haar mee naar huis zou gaan om daar te overnachten. Uwe, die zich ondertussen aan een andere tafel best geamuseerd had, kon tot zijn grote spijt niet mee. Toen ik naar buiten ging, waarschuwde de kastelein me nog om goed uit te kijken, maar ik sloeg zijn raad in de wind en vergezelde Mary. Tien minuten later bevond ik me midden in Falls, de armoedige arbeiderswijk, die precies beantwoordde aan het idee dat wij Nederlanders van een èchte achterbuurt hebben. We gingen een klein huisje uit een rij ‑ van - tien binnen. Eenmaal binnen was haar eerste gang naar de fles.
Ikzelf dronk niets, want de volgende dag had ik geboekt voor de overtocht met de car ferry naar Glasgow. Ik luisterde alleen maar. Met dubbele tong vertelde ze me over internationale spionnen waarvan de UDA (de protestanten) gebruik maakte. Vooral Nederlanders schenen zich daarvoor te lenen, had ik enkele dagen eerder in een tijdschrift gelezen, fanatieke Nederlandse Calvinisten zouden dat zijn. Mary zelf werd min of meer geprest om in Hull voor de IRA te spioneren, maar dat ging haar niet zo goed af. Uit haar woorden kon ik opmaken wat in Ulster het lot van verdachte spionnen was: kidnapping, afranseling, marteling, knieschoten, brandmerken en in het ergste geval executie. Het angstzweet brak me uit, nu pas werd ik mij ervan bewust wat de kastelein bedoelde en welke afschuwelijke gevolgen mijn gedrag kon hebben. En ik had ook nog een legerjack aan dat door de aartsvijand UDA werd gedragen. In bed kwam er weinig meer van minnespel terecht, Mary viel als een blok in slaap. Ik kon niet slapen, want ik was op slag nuchter geworden.
Tegen zes uur, ik had geen oog dicht gedaan, kon ik het niet langer meer uithouden. Ik wist echt niet meer wat ik moest doen, hoe ik mij moest gedragen. De beste oplossing leek mij om er zo snel mogelijk tussen uit te knijpen om zo alle risico's te vermijden. Ik stond op, pakte mijn boeltje bij elkaar en sloop muisstil de huiskamer uit (we hadden op de divan geslapen). In de gang kwam ik toch nog haar moeder tegen, een wrak van een mens en door haar dialect bijna onverstaanbaar. Ik maakte haar met schaamrood op de kaken duidelijk dat ik bij Mary hoorde en nu helaas moest vertrekken zonder afscheid van haar te kunnen nemen, omdat zij niet wakker te krijgen was. Dit klopte, want ondanks herhaalde pogingen van moeder bleef zij doorpitten. Even overwoog ik om geld achter te laten, maar dat zou wel eens verkeerd opgevat kunnen worden. Daarom liet ik dat idee maar varen en vertrok ik. Zo snel mogelijk liet ik het wespennest waarin ik me gestoken had achter me. Met kloppend hart haastte ik mij door de in de ochtendgloren nog grauwer lijkende straatjes.
Naar het Schotse GlasgowIn het centrum nam ik een taxi naar mijn pension, waar ik tot 11 uur uit kon slapen. De boot van Sealink vertrok pas om 12.30 uur. Ik voelde me leeg van binnen, beschaamd en een rotzak, omdat ik het als een dief in de nacht geknepen had en Mary daardoor erg lomp in de steek gelaten had. Uwe was jaloers. Hij dacht dat ik een fijne erotische nacht had gehad. Ik heb hem maar in die waan gelaten. We zouden nog enkele dagen bij elkaar blijven om samen Glasgow te verkennen. Daar beleefden we een nieuw avontuur. Deze keer was uwe er wel direct bij betrokken. |
|
Wilt u meer weten over de gebeurtenissen in Glasgow? Klik dan hier.
De Zangeres van het Leed oftewel de Zangeres zonder Naam heeft aan haar repertoire vol kommer en kwel een brok engagement toegevoegd uit deze streek waar de ellende voor het oprapen ligt. Stof genoeg om een lp vol te jammeren. Aangezien het al te gortig zou zijn uitsluitend aan het Ierse drama te veel te verdienen, is een rijksdaalder van elke verkochte plaat bestemd voor Actie Hulp Noord - Ierland. (Via deze actie kunnen jaarlijks duizenden Noord-Ierse kinderen in Nederland hun vakantie doorbrengen. De Stichting wil ook een vrijhaven in Noord - Ierland in het leven roepen, waar de kinderen elkaar ongestoord kunnen blijven ontmoeten.) De tekst van de ballades zegt wat over de strijd in Ierland, nog meer over de 'goede inborst' van de Zangeres, maar nog véél meer over het commerciële inzicht van haar manager - boss, de producer van de plaat, Johnny Hoes....
OH, IRISH BOY
Oh, Irish boy, kom jij maar met je zusje, kom maar naar hier, je bedje staat gespreid! kom maar naar hier en speel naar harteluste, ver van geweld, van moord en godsdienststrijd! je hoeft dat hier niet langer meer te vrezen, je kunt hier vrij en blij zijn zoals het hoort. Oh, Irish boy, kom maar gerust met velen, we bieden jullie hier een fijn vakantieoord! 0h Irish boy, kom maar naar hier, hier vind je rust en veel plezier! Oh, Irish boy, kom maar gerust, in welke kerk je bent gedoopt of niet! Laat ons dat alles even nu vergeten, we zien zo graag, dat jij hier fijn geniet! geen bruut geweld behoef je hier te vrezen, je kunt hier vrij en blij zijn zoals het hoort. Oh, Irish boy, kom maar gerust met velen, eens komt een einde aan die wrede broedermoord! On. Irish boy, kom maar naar hier, hier vind je rust en veel plezier! |
Een ander staaltje van hartzeer treft men aan in:
PATRICK EN SHEILA
Hij was een roomse jongen en zij was protestant ze waren bei geboren in dat mooie Ierse land ze hielden van elkander en vormden een mooi paar ze wilden nooit een ander, ze hielden van elkaar Patrick en Sheila hoorden zo bij elkaar! Patrick en Sheila, zij gaf met liefde een paar! Hij plukte mooie bloemen zoals verliefden dat doen en keek hij in haar ogen, gaf zij hem een zoen het leven leek een sprookje en hij vroeg om haar hand die roomse Ierse jongen en zij was protestant Patrick en Sheila, zij gaf met liefde haar hand! Patrick en Sheila, zij hadden hun hart verpand! De zon stond aan de hemel toen men het stadhuis betrad hij kon nog niet vermoeden wat hem wachtte met zijn schat zij hadden het ja-woord gegeven en deden de ringen om en toen .... bij God! ... bij het altaar ontplofte daar die bom!Patrick en Sheila, zij komen nooit meer weerom! Patrick en Sheila, Ierland, ik vraag je waarom...
|