|
|
|
|
![]() |
We stonden om half negen op. De rugklachten van R. waren niet verdwenen, integendeel: Tijdens het ontbijt vond de eerste echte pijnkoliek plaats: R. werd lijkbleek, het zweet parelde op zijn voorhoofd en wat meer zei: hij keurde zijn pas gesmeerde broodje met geen blik meer waardig. Met van pijn vertrokken gezicht ging hij terug naar de kamer. Toen Jos, na het beëindigen van zijn ontbijt, daar ook aankwam lag R. in half ontklede staat krimpend van pijn op bed. Hoe hij zich ook draaide of keerde, de pijnscheuten hielden aan en werden na verloop van tijd nog heviger.
Om kwart over tien besloot Jos om in actie te komen. Aan de balie verzocht hij om een dokter te bellen. Die zou een uur later arriveren; het personeel vertelde er maar direct bij dat inschakeling van een arts minimaal 7.000 peseta's zou kosten, maar dat vonden wij maar van secundair belang. En inderdaad, om precies kwart over elf stond ene Dr. Kheiri voor onze deur. Hij leek ons van Joodse of Moorse afkomst. Hij maakte een gedistingeerde indruk en hij sprak gelukkig een woordje Engels, zij het slechts rudimentair. Na R. onderzocht te hebben en hem een spuit tegen de pijn gegeven te hebben, sprak hij enigszins aarzelend zijn diagnose uit: pijnkolieken veroorzaakt door nierstenen. Zijn therapeutisch advies: goed warm houden bijvoorbeeld met warme kruik, een drietal medicamenten slikken en vooral veel, veel drinken ‑ liefst water. Ook zou hij nog een "nurse" sturen voor verdere behandeling waaronder een hernieuwde injectie. Hij schreef tenslotte een rekening uit ter hoogte van 8.000 peseta's (om en nabij de 200 gulden); hij had wel eerst geïnformeerd of wij voor ziektekosten waren verzekerd. Vermoedelijk zou zijn rekening draaglijker zijn geweest als ons antwoord op die vraag "nee" had geluid.
Nadat
dr. Kheiri was verdwenen, verwijderden we de matras van R.'s bed, want liggen op
een harde, platte ondergrond verdiende in dit geval de voorkeur. Intussen werd
de pijn steeds ondraaglijker; de spuit leek hoegenaamd geen effect te hebben.
Een bijkomend probleem vormden onze financiën, want door die onverwachte
aderlating zaten we weer bijna op zwart zaad. Jos toog naar de overkant van de
straat om bij de Banco Sul - Americano 30.000 peseta's op te nemen. Dat
had heel wat voeten in aarde (lang wachten) en pas na enen kwam hij daarvan
terug. Direct daarna ging hij met het recept, want dat was hij aanvankelijk
vergeten mee te nemen, naar de apotheek. Het medicijnenpakket bestond uit
antibiotica, een pijnstiller en een middel tegen zenuw‑ en spierpijnen.
Geneesmiddelen zijn er gelukkig niet duur: we betaalden slechts f 16,‑.
Jos stelde een schema op van de tijden waarop de pillen moesten worden ingenomen. Even later opnieuw een klop op de deur: de "nurse" meldde zich. Nogal verbaasd waren wij door zijn mannelijke, zeg maar macho entree: spijkerbroek, openhangend shirt met welig behaarde borst, etc. Kortom, het tegendeel van de tedere verpleegster die we eigenlijk hadden verwacht. De man schokte al meteen ons vertrouwen door ernstig te vragen hoe het ging met de pijn in de maag… Maar goed, uiteindelijk zette ook hij een spuit. In de linkerarm lukte het hem niet; het bloedvat had zich daar te diep teruggetrokken in het stevige vlees van R.'s arm, hetgeen hem niet verbaasde omdat dit gewoonlijk een defensieve reactie van de adrenaline op stress‑ en pijnsituaties was. Dit laatste wist hij ons toch in gebrekkig Engels duidelijk te maken. Hij adviseerde de zieke om een warm bad te nemen. Zijn rekening bedroeg 3.000 peseta's. Het kamermeisje had zich onderwijl ook verdienstelijk gemaakt en kwam aanzetten met een fles heet water; goed bedoeld natuurlijk maar je kunt er wel moeilijk op gaan liggen.
Tegen twee uur begon de pijn langzaam maar zeker weg te ebben; helemaal verdwijnen deed ie niet, hij bleef zeurend aanwezig. Terwijl R. onder de dekens bleef, ging Jos eten in het Museo de Jamon. Hij maakte nog een rondje om het Sol ‑ plein heen om wat foto's te schieten van onder meer de 0 km ‑ tegel en van Madrid's mascotte, het standbeeld van de beer tegen de aardbeienboom. Ook informeerde hij nog naar kaartjes voor Toros en Futbol, maar het verkoopkantoor was gesloten. Tenslotte kocht hij enkele broodjes kaas voor zijn lijdende reisgenoot.
Carnevales in de stadOm 4 uur was Jos terug in de kamer. R. lag nog steeds in dezelfde houding en vertelde dat de dokter had opgebeld en bezorgd naar zijn gezondheidstoestand had gevraagd. Tot half negen bleef Jos bij de zieke die afwisselend dutte en dronk. Daarna ging hij de stad in; via Sol naar de Calle Montera (waar een Andalusisch flamencogroepje speelde met een éénbenige zanger die met zijn rauwe aangrijpende stem velen de beurs liet trekken, vooral voorbijgangers van het vrouwelijke geslacht). Gran Via, Plaza Callao, Plaza Mayor. Daar was het druk, er speelde een 12 - mansformatie lekker pittige, jazzyachtige muziek met salsa - invloeden. De menigte swingde gezellig mee. Hier en daar liep een geschminkte rond. De avond was erg kil, zeker voor Jos die zijn sjaal ergens had verloren, waarschijnlijk in een van de vele cafeetjes die hij had bezocht. Na 2 liter bier te hebben gedronken keerde hij naar de eenzaam achtergebleven R. terug, Om half twaalf was hij terug. R.'s toestand bleek stabiel gebleven te zijn. Om een uur ging het licht definitief uit. |
|
Om half zes in de ochtend begon de pijn R. opnieuw parten te spelen. Hij nam zijn dosis pillen in met als waarschijnlijk gevolg dat de opkomende aanval zich niet doorzette. Jos werd om 9 uur vanzelf wakker. Aan het ontbijt vertelde hij de ober Pepe over R.'s lotgevallen. Pepe luisterde vol medeleven toe en hij maakte duidelijk zelf ook ooit slachtoffer te zijn geweest van nierstenen. Hij gaf Jos een grote kan thee voor R. mee. R. had zich ondertussen op een stoel geparkeerd, omdat hij steeds meer last kreeg van het almaar liggen. Alleen wanneer hij op zijn zij lag was het enigszins vol te houden. Jos ging op zoek naar buitenlandse (zo mogelijk Nederlandse) kranten. Hij kwam terug met twee sensatiebladen, n.l. Bild ‑ Zeitung en het Belgische Laatste Nieuws, waarin criminaliteit een hoofdrol speelt, naast natuurlijk het Vlaamse sportgebeuren.
Om elven ging Jos in zijn eentje de stad in; R. had er geen probleem mee om alleen achter te blijven. Jos onderzocht in zijn eentje de omgeving van het Koninklijk paleis met het bekende Plaza de Espana met een enorm monument voor de schrijver Cervantes en zijn schepping Don Quichotte en Sancho Pancha, het Parque del Oueste, de Egyptische Tempel van Debod en het klooster Descalzas. In de namiddag bleek R. een stuk opgeknapt te zijn. 's Avonds zochten we dan ook een rustig restaurantje op en waren we getuigen van een audiovisueel artistiek spektakel, samengesteld met afgedankte technische gebruiksvoorwerpen en afvalmateriaal. Onze impressie: een schijnbaar zinloos pandemonium van lawaai, rook, beweging en licht. Hoewel het om 21.00 uur regende dat het goot, belette ons dat niet om uit te gaan. Ondanks het slechte weer nam R. toch zijn fototoestel mee, want hij had zijn zinnen gezet op wat nachtopnames van de Gran Via – neon lights en de geïllumineerde monumentale panden. Onze Knirps ‑ parapluutjes werden evenmin vergeten. Onze eerste pint pakten we om de hoek in het nette café "Nebraska". Onze volgende namen we in café "Texas", in de afgelopen zomer stamkroeg van Clim en Jos. Volgens R. scheen de kastelein Jos direct te herkennen. In deze en bijna alle volgende cafés kregen we "tapa's" voorgeschoteld. Jammer genoeg waren dat ook wel eens olijven, vruchten die R. verafschuwt.
|
|
R. waagt zich aan het SpaansJos moest die nacht overgeven; de avond van te voren had hij iets te uitbundig van al die tapa's geproefd en zijn maag kon daar in combinatie met die sloten bier niet tegen. R. voelde zich echter weer kiplekker; bij het ontbijt verorberde hij zelfs een extra portie "churros" . Hij bedankte de ober Pepe voor zijn getoonde medeleven met de onvergetelijke woorden: "Buonas dias por le thé": (Goedendag voor de thee), maar de ober had direct door dat hij eigenlijk bedoelde: "Gracias". Pepe begreep overigens niet goed hoe R. het had geflikt om zo ‘muy rapido’ beter te worden. |
Musea bezoeken: Guernica en meerJos at ondertussen alleen zijn eitje en las het A.D. (vorige dag gekocht), waarna R. kaarten naar Nederland schreef. Om 10.00 uur sloten we de deur van het hotel achter ons. We maakten een vergeefse gang naar het bijkantoor van Real; de kaartjesverkoop was nog niet gestart. Daarna liepen we naar het Paleis van de Communicatie oftewel het hoofdpostkantoor aan de Plaza de Cibeles waar R. moeiteloos 1 5.000 peseta's met een girobetaalkaart opnam. Het weer was erg somber en daar er constant een druilerige regen uit de hemel neerviel bewezen de parapluutjes ons weer goede diensten. R. postte zijn kaarten; Jos bewonderde het overdadig versierde interieur. Het eerste museum dat we bezochten was het Cason del Buen Retiro, waar we het wereldberoemde werk van Picasso, de Guernica uit 1937, en een stel galerieën met 19de eeuwse Spaanse schilderkunst bekeken. We hoefden er alleen de paraplu's af te geven. Jos vond er een briefje van 1 .000 peseta's, waarschijnlijk verloren door een van de talloze kunstminnende Japanse toeristen die uiterst gehoorzaam achter hun gidsen aandribbelden. |
Cibeles |
Om kwart voor zeven namen we de métro naar het stadion San Bernabeu. We wilden op tijd aanwezig zijn. De rit duurde 35 minuten en we moesten een keer overstappen voor station Lima. Het was uiteraard erg druk, maar alles verliep ordelijk onder het toeziend oog van politie te paard, herdershonden en zelfs een boven het stadion hangende helikopter. Verder stonden er tientallen kraampjes waar je supportersattributen kon kopen. Zonder enige moeite vonden we ons vak, maar daar was het al zo druk dat we maar naar boven liepen waar we meer plaats hadden. De echte "socios" hadden plaats genomen achter de beide doelen. Wij stonden in een gezelschap gemêleerde supporters. We konden over het hele stadion heenkijken en de verlichte skyline van Madrid zo zo voor ons. Op reusachtige beeldschermen werd reclame gemaakt en informatie verstrekt. Tegen half negen was het gigantische stadion bijna volgelopen; er bleken 90.000 bezoekers te zijn .
Real Madrid krijgt thuis klop: 0 - 4 !De match begon stipt om 20.30 uur. Real startte sterk, miste enkele opgelegde kansen, liet de touwtjes wat vieren en werd toen hoe langer hoe meer overvleugeld door de kien spelende Basken van Sociedad. R. maakte enkele foto's. Bij het rustsignaal van de Catalaanse scheidsrechter werden er tientallen dik belegde stokbroden te voorschijn getrokken en begonnen bier en wijn te vloeien. Alleen de twee Hollandse kijkers hadden natuurlijk weer niks bij zich. In de tweede helft sloeg Real Sociedad genadeloos toe. Binnen 20 minuten tijd werd het 0 – 4! In de rijen van Madrid ‑ aanhangers ging gemor op, maar na afloop hadden ze toch een warm applaus over voor de terechte overwinnaar. Het stadion liep binnen tien minuten helemaal leeg. We bleven nog wat treuzelen en maakten een actie van de eerste hulp mee die onhandig met een 150 kilo zware man rondzeulde. |
|
In het metrostation was het razend druk. In het gedrang om de wagon binnen te komen werd R. in de tang genomen door een vijftal onguur uitziende kerels, waarschijnlijk zigeuners. Die duwden en drongen alsof hun leven ervan af hing. Voor hij het in de gaten had was R. zijn beurs kwijt. Die had hij opvallend genoeg in zijn kontzak zitten, een slechte plek waar ik hem al eens opmerkzaam had gemaakt. De eendrachtig samenwerkende zakkenrollersbende was helemaal niet ingestapt en bleef op het perron achter om het volgende slachtoffer van hun vingervlugheid te zoeken. Ze zwaaiden vrolijk naar R. die woedend op het raam van de metrodeur stond te bonzen. R. vervloekte zichzelf om zijn onoplettendheid en de rest van de avond bleef een loodzwaar gevoel van schuld boven hem hangen. De beurs bevatte overigens naast 3.500 peseta's tevens de girobetaalpas, een donorcodicil en het toegangsbewijs voor Real, bewaard als souvenir. We besloten om de volgende dag bij de politie aangifte te gaan doen, niet vanwege het geld (want daarvoor waren we toch niet verzekerd), maar vooral vanwege de girobetaalkaart die zo snel mogelijk geblokkeerd diende te worden.
Bij de halte Callao stapten we uit. We deden er een aantal cafés aan waar we al eens eerder waren geweest. In een van die gezellige gelegenheden zag de kelner ons binnenkomen, waarop hij ongevraagd al halve liters begon te tappen. Een echte vakman, die vent. R. had honger en bestelde een grote portie aardappelstukjes in heerlijke knoflooksaus. We dronken ook nog wat in een sjiek café met een strakke, stijlvolle inrichting in heldere pasteltinten, iets wat Jos wél en R. niét kon waarderen. In weer een andere kroeg kregen we als tapa tot onze grote teleurstelling steeds weer olijven voorgeschoteld. Jos at er wel wat van en zelfs R. probeerde ze uit, maar hij bleef ze afschuwelijk vinden. De obers wierpen er hun fooi van grote afstand in een houten bakje, hetgeen een opvallende, droge tik veroorzaakte. In elk Madrileens café hebben de kelners zo hun eigen foefje en handigheidje.
|
Ga ook naar onze FOTOSITE !