We volgen in 1995 de Ruta Maya die ons door Mexico, Guatemala en Belize
voert. Inmiddels zijn we in het interessante Guatemala aangekomen. Na een paar
dagen aan het rustige Lago de Atitlan verbleven te hebben gaan we opnieuw op weg
naar Antigua, een authentiek koloniaal stadje dat tussen drie vulkanen
gesitueerd is. In het marktstadje Solola houden we een korte stop om de lokale
markt met zijn volbloed Indiaanse handelaren te bezoeken. Maar lees verder....
Markt
Solola: uitbarsting van kleuren
Om 9 uur vertrekken we uit Panajachel. Eerst hebben we een fotostop op
een weg vol haarspeldbochten omhoog. Ook krijgen we de kans om een foto van
een legerkamp met wachthuisje in de vorm van legerschoen te maken. We bezoeken
vervolgens de markt in Solola, de meest kleurige tot nu toe. Het is er enorm druk, het is één
grote, deinende mensenzee. Heel kleurig, want de meeste kopers en
belangstellenden zijn van Indiaansen bloede.
In de kiosk midden op een plein
zien we een
invalidenorkestje spelen (met blinden, manken, kreupelen en zo), wij erheen door het gewoel
van langzaam voortschuifelende indigena vrouwtjes van nog geen één meter
vijftig lang. Als we na veel geduw en getrek uit de mêlee te
voorschijn komen grijpt Jos plotseling naar zijn broekzak en trekt
krijtwit weg.
Hij mist zijn beurs,
ongetwijfeld gerold door een van de vele, o zo onschuldig lijkende Indiaanse
marktvrouwtjes (kerels zie je hier nauwelijks). Gelukkig zit er nog geen
honderd gulden aan plaatselijk geld in. Erger is de VISA-card die nu weg is,
daarmee kan men zijn rekening plunderen. We besluiten om in dit dorp
geen aangifte te doen, maar in Antigua bij het politiebureau, zodat
de groep niet op ons hoeft te wachten. Antigua ligt vlakbij; we zijn er al om
twaalf uur.
Jos is onderweg heel stil; hij kan nog steeds niet geloven wat hem overkomen
is. Hij, de globetrotter, de wereldreiziger die door alle wateren gewassen is, gerold door de eerste de beste analfabete
Indiaanse...! De goedbedoelde waarschuwingen van de reisbegeleidster hadden we
ietwat hautain weggewuifd.
Bedrijvigheid in Solola
Panoramische blik op het Atitlan-meer
Onderdak bij koffiefinca
In Antigua vinden we alweer een prachtig
hotelletje, zeker onze kamer die volledig opgebouwd is uit tropisch hardhout.
Het complex is vroeger een koffiefinca (haciënda met omliggende
koffieplantage) geweest en is volledig
ommuurd. Er loopt een nachtwaker rond. We gaan meteen de stad in om aangifte
van de diefstal te doen. Dat heeft veel voeten in aarde. Na enig zoeken vinden
we het politiebureau dat net wil
gaan sluiten voor de siësta. We worden er door de bruut uitziende
agenten bars behandeld. Een medewerkster met een beperkte Engelse
woordenschat is de klos: zij krijgt de opdracht ons te helpen. Zij tikt moeizaam een verklaring uit die Jos zowat zelf moet dicteren
in het Spaans. In een belendend café belt Jos met de VISA-organisatie in de
Guatemalteekse hoofdstad om de
vermissing van zijn creditcard te melden, dat duurt een kwartier en 17
seconden. De kroegbaas
staat er ongeduldig met een stopwatch naast, want elke seconde bellen zal de gringo in rekening worden gebracht!
Toen we enkele weken later
thuiskwamen bleek dat alles door VISA netjes geregeld was. Er was niets van
onze rekening afgehaald en een gloednieuwe kaart lag op ons te wachten. Ook de
verzekering deed niet moeilijk, zodat we uiteindelijk zonder kleerscheuren uit
dit avontuurtje te voorschijn kwamen.