|
|
Eind 1975 trok het Oostblok me weer eens aan. Ik was toen nog leraar aan een LTS en een lange kerstvakantie lag in het verschiet. Samen met een vriend die nog studeerde reden we in een aftandse Renault 4 Duitsland in. 's Avonds waren we tot Nürnberg gevorderd, waar we in een pension goedkoop onderdak vonden. Daar verzeilden we in een duistere kroeg vol Fellini - achtige figuren; wij waren er met ons hippie - uiterlijk vreemde eenden in de bijt.De volgende dag passeerden we de Tsjechische grens zonder noemenswaardig oponthoud. Van daaruit reden we regelrecht naar Hotel Krivan in Praag. Dat hotel kende ik nog uit mijn eigen studententijd, toen ik er in 1968 van nabij de Praagse Lente meemaakte. We hadden Praag als bestemming gekozen, omdat er in die periode een sterk bezet internationaal basketbaltoernooi gehouden zou worden. Dat bleek echter vervroegd te zijn en de finale had al plaatsgevonden. Teleurstelling dus. In een typisch Boheemse bierkelder (een halve liter kostte er een kwartje) maakten we kennis met Alexander, een architect die ons de koude en onvriendelijk ogende stad liet zien. Bij hem thuis in een afgrijselijke flat in een nieuwbouwwijk werden we verwend met de traditionele kerstkarper. (Jaren later toen ik weer eens Praag bezocht ging ik Alexander in zijn flatje opzoeken. Een tragische vergissing, want de goede man bleek net een week tevoren begraven te zijn...) Praag viel ons toen tegen, zodat we besloten naar Boedapest te verkassen. Gelukkig hadden we een vooruitziende blik gehad om ook visa voor Hongarije aan te vragen.We kozen voor de route Brno en Bratislava. De wegen waren spekglad. Achter Brno zagen we voor ons hoe een streekbus van de weg raakte en in een greppel schoof. We remden werktuiglijk, waardoor ook wij drie keer om onze as draaiden. Gelukkig bleven we op de weg en waren er geen tegenliggers. Na dit incident besloten toch maar om onze sneeuwkettingen te gaan gebruiken.In Boedapest vonden we een kamer in het centraal gelegen Park - hotel. Overdag bekeken we de stad en genoten we van het lekker goedkope, maar erg vette eten in de gaarkeukens. 's Avonds trokken we de kroegen en de dancings langs. We leerden daar een interessant stel Afrikaanse studenten kennen. Ze kwamen uit Tanzania en studeerden hier economie op kosten van de communistische staat. Clevere jongens die perfect Engels spraken. Na vier dagen stappen werden we echter uit ons mooie hotel geweerd. We moesten vertrekken, want de kamer was voor iemand anders gereserveerd. We hadden ons niet misdragen of zo, maar ik denk dat een stelletje vip's voorrang boven ons kregen. Een van de donkere studenten regelde daarop onderdak bij een particuliere familie. |
|
We werden uiterst hartelijk door de familie Nemeth ontvangen. Ze woonden in een negentiende-eeuws appartementenblok, dat wel enkele renovaties achter de rug had. Je moest er door een poort naar binnen, waarna je op een binnenhof met galerijen uitkwam. We betaalden er twee tientjes voor overnachting met ontbijt. De vader was een bedeesd man waar je zijn beroep als boekhouder kon afzien. Moeder was ernstig astma - patiënte. Ze spraken echter alleen Hongaars. Gelukkig bracht de enige dochter uitkomst, zij babbelde genoeg school - Engels om met ons te communiceren. Die Tünde, zo heette ze, was niet alleen bloedjong, maar ook nog eens beeldschoon en bepaald niet preuts uitgevallen. Ze belde meteen Eva op, haar hartsvriendin en een even onbevangen typetje, en nog geen half uur later zaten we in een jongerenbar met elkaar te smoezen. Vielen wij even met de neus in de boter. Er was wel een tamelijk groot leeftijdsverschil (zij zestien, wij midden twintig) wat zich onder meer uitte in muzikale voorkeur (zij de Osmonds, wij Pink Floyd), maar dat mocht de pret niet drukken. Natuurlijk beloofden we hun Levi's jeans op te sturen.
Na een genoeglijk uurtje in de bar gingen we uit eten, waarna we met de meiden mee mochten naar het nieuwjaarsbal van de school. Daar werden we als buitenstaanders niet toegelaten, ook al omdat de meisjes ons niet van te voren als introducé hadden opgegeven. Oud op Nieuw vierden we vervolgens in de straten van de stad, waar een uitzinnige menigte met veel kabaal feest vierde. Het waren vooral zigeuners die nergens binnen mochten, net zoals ons. Overal moest je een uitnodiging kunnen tonen om er toegelaten te worden. Toen de zigeuners dronken begonnen te worden en etalageruiten begonnen in te slaan, hielden we het voor gezien en zochten we de echtelijke sponde van het echtpaar Nemeth weer op. (Zij zelf sliepen op de bank in de woonkamer, erg ruim behuisd waren ze niet.) We dronken nog even pa onder de tafel die ons Stierblut wijn aanbood (Egri Bikaver).Tünde was inmiddels ook al weer thuis en deed dapper mee. Enigszins tipsy bleef ze op onze slaapkamer rondhangen en kneep ze ons veelbelovend in onze grote teen. Dat vonden we behoorlijk Freudiaans. Tot verdere schermutselingen kwam het niet; stel je voor met pappa en mamma ongerust in de belendende kamer.
De volgende ochtend zouden we vertrekken. We stonden fijn op tijd op, maar ik had toch een stevige kater van al dat gehijs. Omdat moeder Nemeth astma had ging ik mijn zware van Nelle steeds buiten op de galerij roken. Tijdens mijn eerste sigaretje hoorde ik boven me op de zesde etage iemand op en neer drentelen en in zichzelf mompelen. Ik schonk daar toen niet veel aandacht aan, want het had die nacht gesneeuwd en het was bitter koud, zodat ik na enkele halen aan de sigaret weer snel de warmte opzocht. Na het ontbijt volgde het tweede sjekkie buiten op de galerij. Opnieuw hoorde ik boven me gestommel en een kort gekreun. Even later zag ik een donker, fladderend voorwerp naar beneden vallen. Met een plof kwam het in een hoop sneeuw terecht. Ik boog me voorover om te zien wat het was en kreeg toen het bloed in de gaten. Het was een oud vrouwtje dat zich in de diepte had gestort. Daar wilde ik niets mee te maken hebben; ik zag mezelf al als getuige in een bedompt politiebureau zitten. Ik besloot er het zwijgen toe te doen en niemand iets van de gebeurtenis te vertellen. Snel ging ik weer naar binnen en gedroeg me alsof er niets gebeurd was.
Enkele minuten later hoorden we gejammer op de binnenplaats. Ik wist direct dat men het lichaam gevonden had, maar hield dat voor mezelf. Pa Nemeth ging poolshoogte nemen en kwam overstuur terug. Hij sprak van zelfmoord, dat schijnt in Hongarije een van de meest voorkomende doodsoorzaken te zijn. Hij ondersteunde zijn mening door te wijzen op de eenzaamheid van de vrouw. Niemand, ook haar kinderen niet, hadden haar tijdens de feestdagen een bezoek gebracht. Bovendien bleek zij ook nog aan een ongeneeslijke ziekte te lijden. Door van de balustrade te springen had ze getoond geen uitweg meer in dit leven te zien . Enigszins met bezwaard gemoed namen we afscheid van de gastvrije familie. We beloofden uiteraard om te schrijven en pakjes op te sturen. (Dat hebben we dan ook trouw een half jaar gedaan.) Pas toen we onderweg naar huis waren durfde ik mijn reisgenoot te vertellen wat ik gezien had. Hij kon mijn reactie goed begrijpen en zou waarschijnlijk hetzelfde gereageerd hebben.
|
|
|
Terug naar Spannende Reiservaringen
Terug naar Reissite Jos en Clim