![]() OLIFANTEN OP HOL
Stampede in Thailand
Enerverende rit op olifantenrugClim en ik zitten op een van de grootste olifanten, de leidster die dan ook voorop gaat. Na 10 meter pad verlaat zij dit en sjokt schijnbaar ondoordringbaar struikgewas in, op een helling van naar schatting 40, 50%, ongelogen. We schrikken ons rot, we worden naar achteren geworpen en slechts met de grootste moeite kunnen we voorkomen dat we er niet afdonderen. We moeten niet alleen onszelf, maar ook onze bagage de gehele tocht met beide handen vastklampen. Ons stuitje wordt geplet door de lage leuning van de houten zitting, tropisch hardhout ... We denken dat de olifant dit nooit haalt, maar vergissen ons deerlijk. Als het ware op handen en voeten beklimt hij de helling zonder problemen. Even later wordt het nog erger, we dringen door tot dichte bamboebossen. De mahout zit op zijn gemak met gekruiste benen op de kop van het dier en slaat af en toe met zijn kapmes de lage voorhangende takken weg. Wij zitten echter hoger, meer dan drie meter boven de grond, en moeten zelf ook met onze armen zwiepende takken en twijgen met doornen afweren. We kunnen ons dus nog maar met één hand vasthouden, met vijf vingers moeten 85 kilolichaamsgewicht in bedwang zien te houden. En dat tweeëneenhalf uur lang, dat gaat niet in je koude kleren zitten. Berg op, berg af Als we de top van de heuvel bereikt hebben slaken we een
zucht van verlichting, maar die is misplaatst. We moeten weer naar beneden en
het spel begint opnieuw. Alleen moeten we er nu voor zorgen dat we niet
voorover duikelen. De schitterende vergezichten waar we onderwijl van kunnen
genieten vergoeden echter veel.
Trouwens, alles went. Na een uurtje hebben we in het balanceren enige
handigheid gekregen en kunnen we zelfs een sigaretje opsteken. De mahout rookt
vergenoegd mee. Hij bestuurt het dier bekwaam, roept om de haverklap
commando's als “lmieu" en "hëu”. Opeens houdt de olifant met
een schok stil en schuift de mahout vloekend langs een harig olifantenoor een
bosje met puntige bamboestokken in. Gelukkig voor ons, en voor hem natuurlijk,
komt hij er heelhuids vanaf. Stel je voor dat een dergelijke spitse roede zijn
onderlijf was binnengedrongen, we moeten er niet aan denken. Een ongevraagde doucheDaarna sjokt het dier onverstoorbaar voort, alles op zijn weg vertrappend, forse bomen omver duwend en alle jonge bamboescheuten die in zijn buurt komen verslindend. Af en toe laat hij zijn gigantische uitwerpselen vallen of laat hij een knetterende scheet. We zijn al geruime tijd onderweg en hebben drie heuvelkammen gerond als het dier plotseling verkouden wordt. Hij moet niezen, gooit netjes zijn slurf naar achteren en blaast het snot zijn neus uit. Toevallig zitten wij daar net in de weg en we krijgen dan ook de volle laag. Besmeurd met glibberig slijmvocht leggen we het laatste stuk van het traject af. De olifant blijft niezen, gelukkig spoelt hij in een bergbeek zijn neus, zeg maar zijn slurf, waarna we een meer dan welkome plens koel water over ons heen krijgen. Met angst en bevenWe
komen bij een diepe afgrond. De mahout
wijst veelbetekenend naar
een dorpje, diep in het dal gelegen. Moeten we daar naar toe? Hoe dat dan? We
hebben geen tijd om daar lang over na te denken. De olifant loopt naar de rand
en stapt er af; vol afgrijzen staren we in de diepte. We zijn niet bang uitgevallen, maar nu staat ons werkelijk
het angstzweet in de handen. Maar ons enorme rijdier heeft een weinig gebruikt
voetpaadje gevonden en daalt dat voetje voor voetje af. Hij toont zich een
weergaloze evenwichtskunstenaar, die met slurf en knieën eventuele
oneffenheden aftast en zijn logge lichaam op de vierkante meter kan draaien en
keren. In al die zelf bedachte haarspeldbochten weet hij perfect zijn balans
te houden. Hoewel het ons duizelt, raken we zeer opgewonden: dit is pas
avontuur! De prijs die we hiervoor moeten betalen voelen we pas echt als we
een dorpje van de Lahu
-stam hebben bereikt. We staan te trillen op onze benen, hebben een
pijnlijke rug en een beurs stuitje en onze armen, vol schrammen, voelen dood
en gewichtloos aan na die langdurige inspanning. Clim bedenkt zich niet lang
en strompelt de eerste de beste hut binnen. Hij slaapt al voordat hij de
lattenbodem heeft geraakt. Hij heeft niet eens in de gaten dat er mensen
binnenzitten die hem bevreemd aanstaren. De bewoners zwijgen echter en gaan
verder met nietsdoen: een bleekgezicht meer of minder, ze komen toch alleen
maar om van hun gastvrijheid te profiteren. Ik vraag me af hoeveel Mark de
expeditieleider
het dorpshoofd daarvoor
betaalt. Ikzelf ga het dorp met omgeving verkennen en laat Clim aan zijn
droomloze lot over. Het plaatsje is kaal en stoffig, armoe troef hier. De
meeste bewoners zijn naar het veld of op jacht. Ik zie er ook geen speciale
klederdrachten, men is er gewoon sjofel gekleed. Het volk gedraagt zich
afstandelijk: op hun platte Mongoloïde gezichten is geen blijk van
vriendschap, noch vijandigheid te bespeuren. Ik voel me een beetje een
indringer in hun beschermde leefwereld.
Op naar de watervalBuiten het dorp is een bamboewaterleiding gesprongen, poedelnaakt staan enkele medereizigers zich daaronder te douchen. In de bosjes kijken nieuwsgierige kinderogen toe. De veldjes die ik zie, liggen er verwaarloosd bij en dragen nauwelijks vruchten. De lunch bestaat uit makreel in tomatensaus (de blikjes hebben we meegenomen), kaas, brood en thee. De middagetappe begint met een korte wandeling naar een waterval . “Only five minutes,” zegt Mark. Na 20 inspannende minuten komen ook wij bij de waterval aan. Ongehoorzame dikhuidWe hebben het alweer niet getroffen met deze andere olifant; het zadel is niet goed bevestigd, waardoor we bij iedere stap van links naar rechts worden geslingerd, en andersom natuurlijk. Je wordt er bij wijze van spreken zeeziek van. Gelukkig is deze minder verkouden. De rit duurt niet zo lang als die van vanmorgen, ze is ook minder spectaculair. We dringen wel steeds hoger en dieper de bergen in. Na nog geen twee uur zien we ons doel, een tamelijk nieuw Akha - dorp, voor ons opdoemen. Nog maar 500 meter over een breed pad, dat valt mee, denken we. Plotseling verschijnt er op het pad voor ons een blatende geit. De voorste olifant schrikt zich kapot, raakt in paniek en stormt de helling af. Andere olifanten volgen, ook zij kiezen voor de diepte, maar doen het rustiger aan. De mahout probeert de onze in bedwang te houden: hij rukt aan de oren en slaat met het heft van de machete op zijn hoofd. Als het dier dan nog niet wil luisteren draait hij zijn machete om en beukt hij het dier met het scherp van de snede op zijn voorhoofd. Nou, hij schuwt het geweld niet en met harde hand weet hij het dier in de richting van het dorp te dwingen.
Stampede: de olifanten maken amokDe
Jumbo slaat echter op hol en nu zijn wij aan de beurt om ons met alle macht
vast te klampen. Dwars door velden en laag struikgewas bereikt hij het dorp
van de zijkant. Daar komt hij snuivend en trillend tot bedaren. We zijn er
heelhuids van af gekomen. De dorpelingen, die opgeschrikt zijn door het
getrompetter en de kreten van de mahouts, zijn aan de rand van het dorp
samengestroomd. Als we plotseling uit de bosschages opdoemen, deinzen ze
angstig achteruit, de kinderen verstoppen zich achter moeders rokken, honden
en varkens kruipen snel onder de hutten. Ze zijn bang dat ze met een dolle,
amokmakende olifant te maken hebben; uit ervaring weten ze hoe vernietigend
die in een dorp kan huishouden. We glijden van de hoge rug af en zien dan pas
goed wat de mahout met zijn kapmes met
de olifant heeft aangericht: uit het toegetakelde voorhoofd stroomt bloed in
de ogen en het schuim staat op zijn lippen. De vrees van de dorpelingen is
terecht. Eén voor één komen de andere olifanten ook binnen. Ze zijn
inmiddels tot rust gekomen. Gelukkig is niemand ervan af gevallen of gewond
geraakt. Wel worden er brillen, hoeden en petten, armbanden en horloges
vermist. Dat is de eer van de mahouts te na en zij zoeken wel een uur totdat
ze alle verloren gegane spullen teruggevonden hebben. Dit lijken wel JappenbarakkenWe hebben het avontuur overleefd, maar zowel Clim als ik zijn bekaf. Ons lichaam voelt aan als een zak met losse botten. Snel leggen we ons in de slaapbarak te ruste, na nog even onder de geïmproviseerde bamboedouche te hebben gestaan. (Hierna volgt ons gedenkwaardige verblijf in het dorp van de Akha's, waar we vanwege ziekte van Clim achterblijven. Het duurt vier dagen voor we er worden opgepikt; men heeft ons gewoon gladweg vergeten. Klik hier en lees....)
|