All  Alone bij de  Akha

"Vast bij de Akha's in Thailand" ALL ALONE BIJ DE AKHA'S

Wat ging vooraf?

 We maken in 1993 een rondreis door Thailand. In het noorden besluiten we vanuit Chiang Mai met een groep een zogenaamde 'hill trek' te gaan maken. Daar hoort een boottocht op de rivier de Mae Kok bij, waarna we met olifanten door de jungle naar een dorpje van het bergvolk de Akha trekken. (Voor een beschrijving van die tocht op de olifanten, klik hier) Het verhaal begint in een bergnederzetting van de Akha's, waar we de nacht zullen doorbrengen. Aan het woord is Jos.

(Onze Nederlandse gids heet Gilbert; de Thaise expeditieleider is een gewezen priesterstudent, Mark genaamd.)

Primitieve bamboe hutten

Hoewel het dorp betrekkelijk jong is, ziet alles er primitief uit. Van rotzooi of viezigheid kunnen we eigenlijk niet spreken. Onze slaaphut, voor 20 personen trouwens, ziet er schoon en netjes opgeruimd uit. Op een verhoging van een meter boven de grond liggen matten waarop we moeten slapen. Door de kieren van de wanden stroomt frisse lucht. Het lijkt wel een beetje op de Jappenbarakken  uit de oude oorlogsfilms over Indië en de Dodenspoorweg naar Birma. Omdat Clim blijft doorslapen ga ik alleen op een eerste verkenning uit. Letterlijk geen meter van het dorp is vlak te noemen. In het dorp eindigt een moeilijk begaanbare lemen weg. Ik tel tweeënvijftig hutten. Het inwoneraantal wordt geschat op 400 á 500 personen, niemand weet het precies. De vrouwen lopen er in een doordeweekse versie van folkloristische klederdracht, het is hun werkplunje. De foto's in de toeristische folders moeten wel gemaakt zijn op feestdagen, want daar zien de vrouwen er fier en kleurrijk uit. De bewoners gedragen zich gereserveerd ten opzichte van mij.

Eerst boottocht over de rivier ...

... dan op olifanten naar het dorp toe.

Kappen met die trek

‘s Avonds wordt er op het platform van de hut van de hoofdman  (de chieftain wordt hij door de Thaise gids  genoemd) rijst met soep gegeten. Daar vernemen we dat we in dit dorp alleen overnachten. Volgens het oorspronkelijke programma zouden we hier een dag verblijven en is morgen een soort rustdag. We zien op tegen nog een dag extra fysieke ontberingen, we zijn uitgeput, Clim is bovendien weer behoorlijk ziek. Ook psychologisch krijgen we een dreun, want we hadden ons net verheugd op een dagje nietsnutten en herstellen. We besluiten de trek niet te vervolgen. De volgende dag zal er rond het middaguur een auto met houthakkers komen, die zal ons dan naar Chiang Rai kunnen brengen. Van daaruit moeten we zelf vervoer regelen naar Chiang Mai, 200 km meer naar het zuiden. Over vier dagen zullen we de groep dan weer ontmoeten in het guesthouse. We voelen ons tevreden, we zijn bijna van deze beproeving verlost. Met opgelucht gemoed kruipt Clim onder zijn muskietennet.

‘Pow wow’  bij het opperhoofd

Ikzelf bezoek ondertussen de informele bijeenkomst  die Gilbert heeft belegd. De briefing vindt plaats in het mannengedeelte van de chieftain -hut. In de ruimte is het rokerig en hangt een dikke walm: er wordt gerookt, gestookt en gekookt. Met al dat hout om ons heen moet dit wel een nachtmerrie voor een brandweerman zijn, of een natte droom voor een pyromaan. Ik zoek de frisse lucht op. Na de vergadering ligt een gedeelte melig te doen op het platform, allen wel goed ingesmeerd met muggenolie. Sommigen laten zich door de Akha - vrouwen masseren, tegen betaling uiteraard. Er is tot mijn verrassing bier verkrijgbaar, de flessen staan in een teiltje met lauw water en moeten direct afgerekend worden: 60 baht per stuk. Zo'n absurde prijs betalen we zelfs in Bangkok niet eens. Na anderhalf uur stommelt iedereen de slaaphut binnen. Allemaal tegelijk natuurlijk, je bent niet voor niets met een groep op reis! Ze zijn behoorlijk onder invloed en nogal luidruchtig: grappen en grollen over en weer, hardop want iedereen moet ze kunnen horen. Ook de slapenden zoals Clim en ik. We geven geen sjoege en doen alsof we niets horen.

Klagen over snurkers

De volgende ochtend wordt er over ons gemompeld. Ik hoor Ronald iets zeggen over een "cursus snurken van Teleac" en weet meteen wat er gaande is. Clim en ik hebben ons schandelijk gedragen: we hebben gesnurkt en hen uit hun slaap gehouden. Ach ja, al die herrie die zij hebben gemaakt telt natuurlijk niet mee. Er volgt een woordenwisseling, maar we drijven de zaak maar niet op de spits.

Nieuwsgierig zoontje neemt poolshoogte
Clim brengt de dagen door onder de klamboe

Alleen in dorp achterblijven

Om negen uur staat iedereen bepakt en gezakt klaar. Geen olifanten vandaag, nu moeten ze alles te voet doen, op eigen kracht. De karavaan trekt voort, terwijl Clim en ik achterblijven. We liggen ons letterlijk te vervelen. In het dorp is verder niets loos en niemand spreekt er Engels. Maar och, dat maakt niets uit, over enkele uren kunnen we de Akha's immers vaarwel zeggen. Voor het we het weten zitten we achter een koel pilsje in het aangename Chiang Mai ; tenminste, daar gaan we van uit. Het wordt twaalf uur, één uur, twee uur en nog steeds geen auto die ons weg kan brengen. Ondertussen heb ik kennis gemaakt met een zestienjarige jongen, hij noemt zich Tjai, die een woordje Engels spreekt. Tjai heeft enkele jaren op een missieschool gezeten, daar heeft hij wat Engels opgepikt. Hij haalt zijn beduimelde leerboekje uit zijn hut aan de andere kant van het dorp. Ik overhoor hem en doe uitspraakoefeningen met hem. Weet hij veel dat mijn uitspraak van het Engels allerbelabberdst is. Na een tijdje moet hij terug naar zijn vijf koeien en twee paardjes die hij even verderop op een helling aan het hoeden is. Hij geeft nog op mijn verzoek een demonstratie van zijn kunde met de katapult. Ik wijs op een vrucht aan een boompje tien meter verderop. Zijn eerste schot is naast, maar met zijn tweede poging heeft hij succes en schiet hij de vrucht feilloos van de boom.

T-shirt van Gucci, baseballcap van Dodgers

Via hem raak ik in contact met twee jonge mannen van voor in de twintig. Ze zijn niet getrouwd. Volgens Tjai, die moeizaam vertaalt, hebben ze iedere nacht een ander meisje. Ze kunnen het wel 5 keer per nacht. Ik heb daar helemaal niet naar gevraagd, maar goed. Ze blijken het inmiddels wel internationaal ingeburgerde woord "fuck" te kennen en herhalen dit vele malen. De een heeft een Italiaans T-shirt van "Gucci" aan, de ander draagt een baseballpet van de "Dodgers" op zijn kaalgeschoren hoofd. Een tanige man komt uit de jungle het pad opgelopen. Om zijn schouder heeft hij een karabijn hangen. Hij geeft geen antwoord als ik via Tjai vraag waarop hij heeft gejaagd. Zonder op of om te kijken loopt hij stoïcijns door naar zijn hut, trekkend met een been. Maar Tjai weet toch al dat hij op everzwijnen heeft gejaagd. Het vleesrantsoen heeft hij deze keer niet weten aan te vullen.

Op jacht naar smokkelaars en illegale houtkappers

Later op de dag lig ik wat te soezen in de hut, als ik plotseling motorgeronk hoor. Een Isuzu met 6 mannen erin worstelt zich door de modder en stopt bij een stapel pas gezaagd tropisch hardhout. Vier mannen kruipen uit de laadbak, gorden een patroongordel met een dolk om en trekken vervolgens met een geweer het woud in. Dit zijn beslist geen houthakkers, dat is me wel duidelijk. De twee achtergebleven mannen roken een sigaartje en zijn netjes gekleed. Op mijn in het Engels gestelde vraag of zij mij en een zieke kameraad mee terug willen nemen krijg ik geen antwoord. Ze blijken geen woord Engels te verstaan. Gelukkig weet ik waar Tjai zich met zijn vee ophoudt en snel roep ik zijn hulp in. Dankzij hem kom ik aan de weet dat ik met politiemannen te maken heb. Ze zijn bezig met een opsporingsactie; op zoek naar "slechte mannen”,  zo vertaalt Tjai. Waarschijnlijk kan dit wel dagen duren, dus ons meenemen, nee, dat zit er niet in. Hun verhaal klinkt plausibel, mij is al opgevallen dat zij voorraden bij zich hebben, 4 jerrycans met water en kisten met waarschijnlijk nog meer mondvoorraad.

Elke dag een bord kleefrijst

Teleurgesteld druip ik af. Weer terug in de hut realiseer ik me dat we hier voorlopig nog niet weg zijn. Bovendien verveel ik me nu al en ik heb niet eens iets te lezen bij me! Maar dan komt Lee Ping  binnen. Ping is de vrouw van het dorpshoofd. Ze zit een beetje met ons in de maag, maar gastvrijheid is een belangrijke deugd hier. Twee-, driemaal daags komt zij ons eten brengen, meestal een bord kleefrijst en een zwartgeblakerde ketel tot aan de rand gevuld met donkere thee. We krijgen er nu een klein stukje vis bij geserveerd, dat geeft aan dat het noch ontbijt, noch lunch is, maar het diner. Clim heeft weer eens pech, hij krijgt de vissenkop. Ook heeft zij voor de afwisseling eens een verse ananas bij zich. Die gaat helemaal op. Af en toe zit Ping met haar vieze handen in ons eten te graaien, ze wil proeven of het ook naar behoren smaakt.

Lee Ping , een sterk vrouwmens

Lee Ping is een sterke vrouw van rond de veertig. Ze heeft 8 kinderen gebaard, waarvan er nog 6 leven. De oudste is het huis uit, de hut uit zogezegd, haar andere kinderen zijn nog klein en spelen in en rondom "onze" hut. Een keer per dag duwen we haar wat bankbiljetten ter waarde van 20, 30 baht in de handen, dat is ruimschoots voldoende voor kost en inwoning. Het is net of ze met het geld geen raad weet, ze staart er peinzend naar, speelt er wat mee. Ze kan echter wel de waarde van de briefjes schatten, dat heb ik de vorige avond gezien toen zij op het platform aan onze groep bier stond te verkopen. Ze blijft zitten kijken hoe we eten. Af en toe grijnst ze ons bemoedigend toe, hetgeen ons een beetje de eetlust beneemt. Haar mond staat namelijk vol zwarte stompjes, resultaat van het jarenlange gekauw op de sirihpruim. Op een keer komt ook haar echtgenoot de hoofdman en zijn broer ons bleekgezichten bekijken. Ze zijn klein, maar gespierd en hun borstkas is getatoeëerd. Ze dragen allebei een mes. Hij heeft twee zakjes instant miesoep bij zich, die smaken best. Later krijgen we die soep vaker.
‘s Avonds hoor ik geweerschoten. Zullen de boeven dan toch gepakt zijn of zijn ze afkomstig van een late jager? Ik besluit een avondwandeling te gaan maken. Aan de rand van het dorp klauter ik op een rotsblok en rook vredig een sigaretje in het heldere schijnsel van de halve maan. In de verte hoor ik geluiden van honden die een onderlinge oorlog uitvoeren, achter een schutting hinnikt een veulentje, vijf roze biggetjes glippen behendig onder een hek door. Ik geniet. Ik ben zo tevreden dat ik zelfs geen heimelijk verlangen naar een biertje heb.

Onverbloemde uitnodiging

In het vage schijnsel van kerosinelampen en oliepitjes zie ik iemand op me toelopen. Het is een jonge vrouw met een jerrycan bij zich, ze gaat waarschijnlijk water halen. Breed glimlachend, het valt me direct op dat zij niet pruimt, blijft ze voor me staan en begint geanimeerd in het Akha tegen me aan te kletsen. Ik spreek heel eenvoudig Engels terug, maar als duidelijk is dat zij dat niet beheerst ga ik gewoon op Limburgs dialect over. Ach ja, uiteindelijk is het de toon die de muziek maakt, dus ik lach en gesticuleer veel. Dat doet zij ook en ik heb het gevoel dat die non-verbale communicatie uitstekend werkt. Ze ziet er prachtig uit, in tegenstelling tot de andere vrouwen is ze fris en schoon, maar misschien heb ik het mis en is mijn indruk verkeerd wegens de duisternis. Haar donkere muts is overdadig versierd met zilveren ornamenten, aan de randen is ze afgezet met munten en penningen. Ze draagt zware oorbellen, eigenlijk zijn het meer oorhangers, en op haar borst bungelen verzilverde metalen platen met vreemdsoortige inscripties. Uiteraard heeft zij een soort minirok aan, haar benen zijn stevig en gespierd. Ondanks de taalbarrière kom ik er achter dat ze getrouwd is, drie hutten verderop woont, pas één kind heeft. Als ik naar de platen op haar borst wijs en vraag waar die voor dienen, schuift ze de platen opzij, knoopt haar tuniek los en haalt trots een borst te voorschijn. Nou, nee, dat was natuurlijk niet mijn bedoeling, maar weet zij veel. Ze ruikt een kans op een verzetje of op een extra stapeltje bahts. Dan gebruikt ze het enige woordje Engels dat ik uit haar mond hoor: “massage"? In Thailand is die vraag vaak een eufemistische uitdrukking voor betaalde seks, ik verbaas me erover dat ze niet openlijk "fuck" zegt, zoals die knapen vanmiddag. Haastig gebaar ik dat dit niet de bedoeling is. Ik stap van mijn rots af en neem afscheid, even goeie vrienden. Stel je voor, ik ga met haar van bil en krijg vervolgens een mes van een jaloerse echtgenoot tussen mijn ribben! Nee, ik sta niet te wachten op extra complicaties. In de hut ligt Clim zwaar te ronken, nietsvermoedend van wat er zich buiten allemaal afspeelt.

Oorverdovend hanengekraai

Midden in de nacht word ik wakker. Als Clim ook wakker blijkt roken we een sigaretje bij het schemer van de olielamp.  We bespreken onze penibele toestand. We zijn het erover eens dat we actie moeten ondernemen, maar wat en hoe? In dit dorp kunnen we met niemand overleggen.  Er komen hier ooit wel eens auto's aan, maar je weet van te voren nooit wanneer, zeker niet hoe laat. Soms gaat hier een week voorbij zonder enig contact met de buitenwereld. We komen tot de slotsom dat we afhankelijk zijn van de hulp van anderen of van stom toeval. Enigszins bezorgd slapen we weer in, om al gauw ruw gewekt te worden door de haan onder onze hut die een nieuwe dag aankondigt. Het is nog geen vier uur geweest, je bent te vroeg, beest! Maar hij heeft de toon gezet en even later wordt hij gevolgd door zijn soortgenoten, 52 in getal want iedere hut heeft er één. Er breekt een kraaiend koor los. In deze kakofonie van kukeleku's zal van slapen voorlopig niets komen. Maar wat maakt het ook uit; we kunnen immers uitslapen, de hele dag zelfs.

Drukkende eenzaamheid; zijn we vergeten?

De volgende dag gebeurt er niets dat ons hoop kan geven, geen enkel vooruitzicht om hier vandaan te geraken. Voortdurend houden we onze oren gespitst, lettend op bevrijdend autolawaai. Niets van dat alles. Overigens is er genoeg te horen in en rondom deze dorpsgemeenschap. Blèrende kinderen, kakelende kippen, knorrende varkens, zoemende insecten, klaterend water, joelende kleuters, roepende mannen, rochelende vrouwen, hinnikende paarden, kabbelende beekjes, loeiende koeien, ruftende en snurkende Roermondenaren. In de verte hoor ik het geluid van jankende motorzagen. De politiepatrouille is nauwelijks weg of het zoveelste stukje oerwoud wordt om zeep geholpen. En 's nachts is het evenmin stil, als je in de buurt van de jungle komt loop je tegen een massieve muur van geluid aan, miljarden insecten, kevers, muskieten, vogels nemen deel aan het eeuwigdurend oerwoudconcert. Als je voor het eerst aankomt in zo'n dorpje lijkt alles peis en vree, maar die rust is slechts uiterlijke schijn.

De hemel zij dank: Nescafé!

Lee Ping komt binnen. Triomfantelijk steekt zij haar arm omhoog, ze heeft iets in haar hand. Het is een halfvol potje Nescafé, dat zij aan de andere kant van het dorp op de kop heeft weten te tikken. Westerse trekkers hebben dat daar na hun verblijf achtergelaten. Bij andere dorpelingen heeft ze zakjes suiker en creamer versierd. Slurpend, knipogend en onze duimen opstekend geven we van onze dankbaarheid blijk. Ze glundert, dat heeft ze 'm toch maar gefikst! Door het schemerduister in de hut valt het ons nu pas op dat ze slechts half gekleed gaat. Ze heeft de bovenkleding uit en met blote borsten bungelend voor onze ogen komen we ons koffie-uurtje door. We vragen ons af of zelfs zij zich met vooropgezette bedoelingen half naakt aan ons vertoond heeft. Die mogelijkheid lijkt ons toch te bizar om waar te zijn en we verwerpen hem al gauw.

Spiedende kinderoogjes op toilet

Tijdens al die dagen hier komt Clim slechts enkele malen de hut uit. Meestal bezoekt hij dan de hurk -wc. die langs onze hut ligt;  gezien de aard van zijn klachten hoeft dit geen bevreemding te wekken. In dat optrekje staat ook een grote ton met water die je kunt gebruiken om te mandiën. Als er kindertjes in de buurt zijn kun je er gif op innemen dat je door de naden en kieren wordt gadegeslagen. Het maakt ons niet uit, we kunnen ons goed voorstellen dat die giechelende kinderen nieuwsgierig zijn naar de manier waarop wij westerlingen poepen en hoe we er bloot uitzien. Soms, als we weer eens glinsterende kinderoogjes door de spleten zien gluren, jagen we ze pro forma weg. Het is een soort ritueel waarin zij groot genoegen scheppen. Dagenlang zijn we de enige dikken, de enige blanken, de enige rijken, de enige brildragers van het dorp. In hun ogen zijn we waarschijnlijk bleke, kolossale vleesklompen die gek praten en op de vreemdste plekken haren hebben en op andere, voor de hand liggende plekken, zoals op een schedel,  juist niet.

Een wereld vol taboes

Dat herinnert ons aan het taboe van de Akha 's: tweelingen. Zowel Clim en ik zijn kalend, hebben dezelfde leeftijd min of meer, zijn gezet (jawel, ook Clim een beetje), hebben een bril en noem maar op. Zullen de Akha's niet denken dat we tweelingen zijn? Per slot van rekening zien wij Europeanen ook weinig verschil tussen twee Chinezen. Dat hoor je toch vaker, alle Chinezen zijn hetzelfde? Ze weten dat we broers zijn, maar gezien hun reacties op ons lijkt me dat er niets aan de hand is. Ja, ik heb immers met twee vingers aangegeven hoeveel jaar ouder dan Clim ik was? En wat de kindertjes betreft: ik verveel me op een gegeven moment zo erg dat ik met een rol toiletpapier (hebben we altijd bij ons) het dorp ben rondgegaan en alle kindertjes hun snotneus heb afgeveegd. Een keer stonden ze zelfs in de rij om een beurt te krijgen.

Verschrompeld oudje onder douche

Niet alleen ikzelf, maar ook Clim maakt iets mee dat een boekje open doet over de seksuele moraal van de Akha 's. Hij wordt geconfronteerd met een stel jonge, pas ontluikende meisjes die poedelnaakt onder de waterleiding staan. Als ze hem zien zwaaien ze enthousiast. Lachend geven ze een pets op hun blote billen en ze roepen iets van "baht". Hij vindt dit hoogst opmerkelijk. Als hij me dit vertelt snel ik naar buiten, maar ik tref alleen een oude verschrompelde bes onder de douche aan, met een gerimpeld gezicht als een oude aardappel, haar uitgezakte, gelooide lichaam vol vouwen en bedekt met wijnvlekken, ze schrobt het vuil uit al haar plooien.

Moeder met kinderen
Samen naar het veld

Korte wandelingen

Regelmatig maak ik een wandeling, maar meestal kom ik niet ver. Na 5 minuten stroomt het zweet me tappelings van mijn ontblote bovenlijf, er is geen zuchtje wind en weinig schaduw te bekennen. In de jungle waag ik me niet, die biedt trouwens geen soelaas, want daar is het klam en broeierig. Bovendien kan ik me niet te ver van het dorp verwijderen. Stel er komt plotseling een auto aan en die mocht ik eens missen! Ik loop er rond enkel gekleed in korte broek, per slot van rekening gaat bijna iedereen hier halfnaakt door het leven.

De redding is nabij

‘s Avonds horen we gestommel bij de ingang. Er komt een jonge Akha- vrouw binnen, gekleed in jeans en duidelijk verwesterd. Ze spreekt ons in goed Engels aan. Lee Ping heeft haar gewaarschuwd toen zij met een groepje trekkers elders in het dorp onderdak zocht. Net als Mark is ze een gids voor ‘hill tribe trekking’. We vertellen haar wat er aan de hand is. Hierop heeft ze een typische "no problem"-reactie. Ze is van dezelfde organisatie als Mark en weet waar hij met zijn groep uithangt. De volgende dag zal zij hem aan de andere kant van de berg waarschuwen; zij gaat toevallig toch dezelfde kant op. Voor alle zekerheid zal ze Lee Ping vragen om morgenvroeg ook naar Mark op pad te gaan, ze zal haar uitleggen waar ze hem kan vinden. Gloort er dan toch nog hoop aan de horizon? Is de redding nabij en het leed geleden?

Nachtelijke wolkbreuk

Die nacht schrikken we wakker van een knetterende explosie. Recht boven ons dorp woedt een onweer met de hardste donderslagen  die we ooit gehoord hebben. De regen geselt onophoudelijk het rieten dak van de hut. Als het natuurgeweld geweken is,  blijkt dat het nergens ook maar een druppel doorgeregend heeft. De hut heeft niet alleen een goede luchtverversing, ze is nog waterdicht ook! Het duurt deze ochtend lang voor we thee krijgen. Kindertjes komen naar ons kijken, we maken er een foto van. Pas tegen tien uur verschijnt Lee Ping, we realiseren ons dan pas dat zij voor ons op pad is geweest, in alle vroegte de berg op en af. Ze steekt een duim omhoog, we concluderen daaruit dat het resultaat o.k. is. Missie geslaagd, vanavond zijn we hier weg.

Ha, een leeg schoolschriftje!

Ondertussen moeten we wel nog deze dag doorkomen. Voor Clim vormt dit geen probleem, die hoeft zijn ogen maar dicht te doen en hij verkeert al in dromenland. Ik heb er wel moeite mee om de dag zinvol door te brengen. De kinderen zijn een afleiding, dat wel, maar na een uurtje spelen en zo is de lol eraf. Ze tonen zich erg geïnteresseerd in mijn lichaamsbeharing. Hun vaders en broers zijn nauwelijks behaard. Ze kroelen met hun vingertjes door mijn baard, borst- en armharen. Een van Lee Ping's zoontjes, Poga of Phagha of zoiets heet hij, wordt almaar vrijer. Als hij mijn beenharen aan het verkennen is grijpt hij me ineens bij mijn testikels. Ik reageer als door een wesp gestoken, het deed echt pijn, maar hij rent al gillend van plezier weg. Een ty­pische Akha - kwajongensstreek. Door toeval ontdek ik een andere manier van afleiding. In een van de spleten van de hut steekt papier. Als ik het eruit haal blijkt het een bijna leeg schoolschrift te zijn. Een boek heb ik niet bij me, maar gelukkig wel een pen. Dus ben ik enkele uren zoet met het maken van aantekeningen over onze wedervaringen; vandaar dat dit verslag zo uitgebreid is. Het is in feite een product geboren uit pure verveling. Terwijl ik schrijf slurp ik thee, want daaraan is nog steeds geen gebrek.

Uitbuiting van de ongerepte natuur

Tijdens mijn omzwervingen ontmoet ik een drietal sjofel geklede mannen, die machine­onderdelen moeizaam de berg opsjouwen. Het zijn houtkappers die hun motorzagen in stukken op hun schouder dragen. Een van hen spreekt een woordje Engels, zodat ik er achter kom dat zij gemiddeld 1.000 baht ( fl 70 ) voor een gevelde teak- of mahonieboom kunnen beuren, illegaal natuurlijk. Dat is bijna een maandloon, dus ik begrijp nu pas goed dat illegale houtkap in Thailand, en andere tropische landen, nog lang niet uitgeroeid is. 0 ja, om de bomen de helling af te slepen huren ze een olifant voor 50 baht per boom. Ik vraag me af wat zo’n boom, eenmaal verwerkt tot bouw- en timmerhout, moet opbrengen in Nederland. Misschien wel het tienvoudige, uiteindelijk moeten de tussenhandelaren, de corrupte politie en ambtenarij, het transport­wezen en zo verder allemaal hun deel hebben van de buit. Want dat is het, buit...

We worden teruggevonden, evacuatie volgt

Om een uur of vier als we net liggen te balen van het feit dat we geen cryptogrammen bij ons hebben, komt er volk de hut binnengevallen. Gilbert! En even later Mark! We zijn verrast omdat we geen auto hebben horen aankomen. Dat kan ook niet, horen we, want ze zijn onder aan de berg in de modder blijven steken. Het heeft niet veel gescheeld of ze waren een ravijn in gegleden. Ze zien er moe en bezweet uit en hijgen als postpaarden. Jawel, ze hebben echt hun best gedaan. Ik begrijp terdege waarom; de grootste blunder die je in de reisleiderwereld kunt maken is het kwijtraken van iemand die onder je hoede is geplaatst! Alles mag en kan, maar iemand onderweg verliezen is volstrekt onvergeeflijk. Onze dankbaarheid wordt een beetje getemperd door het besef dat hun reddingsoperatie ook in hun eigen belang is. Als zij weer ietwat op adem zijn gekomen en wij onze bullen gepakt hebben, vertrekken we. We nemen afscheid van Lee Ping, ik geef haar een aantal pennen cadeau, voor de kindertjes.... Die pennen heb ik al weken meegesjouwd, steeds vergeet ik die uit te delen. Nu krijgen ze een goede bestemming. Hoewel, hoe zit het met een school in dit dorp? Niks dus. 

Vastgelopen in de leem

Met vereende krachten, enkele dorpsbewoners helpen een handje, krijgen we de FWD, de four wheel drive, weer in omgekeerde richting op het pad. We rijden door een mooie omgeving, af en toe zien we tussen de bergen door de Mae Kok - rivier door de valleien stromen, maar meestal hebben we oog voor het schier onbegaanbare pad, zeker na de stortbui van de laatste nacht. Het is niet zo maar modder op de weg, nee, het is zuigende klei, hardnekkige, plakkerige leem die het rijden zo moeilijk maakt. Onderweg komen we twee politieagenten tegen. Even verderop houthakkers. Je maakt me niet wijs dat die elkaar niet gezien hebben. Er zijn hier ongetwijfeld steekpenningen in het spel.

 

Vader en zoon

Na anderhalf uur bereiken we de vlakke rijstvelden in het dal en is de bewoonde wereld niet ver meer.  We zijn te laat voor de bus naar Chiang Mai, dus de chauffeur moet ons helemaal naar die stad brengen; hij pikt ook nog eens zijn zoon op om terug te rijden.  Clim en ik moeten alles betalen, omgerekend ongeveer honderd gulden voor een auto met twee chauffeurs die 12 uur moeten rijden, pakweg 700 kilometer. Mooie zonsondergang onderweg, gevolgd door een hels noodweer. De zoon achterop raakt tot op het bot doorweekt. Aankomst bij het guesthouse om negen uur. De smaak van een lekker pilsje brengt ons definitief terug naar de bewoonde wereld. Hoewel Clim zich toch al voorzichtig aan het bier waagt, is hij  verre van opgeknapt: de rest van de vakantie zal hij blijven sukkelen met zijn gezondheid.

   

Start Volgende


Alle verhalen in deze serie  
[Start] [All  Alone bij de  Akha] [Brand in de tent] [Brug opgeblazen] [Egypte avonturen] [Inferno in China] [Ongeluk Ardennen] [Diefstal in trein] [Zelfmoord in Budapest] [Vast in Bulgarije] [Zakkenrolsters in Guatemala] [Aanranding Turkse hamam] [Agressieve Schotse homo] [Alles kwijt in Joegoslavie] [Kopje onder in Zuid Afrika] [Kolieken in Madrid] [Mary, 't IRA-liefje] [Olifanten op hol] [Onder schot] [Autodieven Polen] [Waanzinnige poortwachter] [Bang voor Securitate] [Stappen in Soho] [Steniging in Koerdistan] [Alles loopt fout] [Gewapende overval Peru] [Zondvloed in Turkije] [Zwartwisselen Roemenie] [Rijstterrassen]

ONZE  ANDERE  REISVERSLAGEN

ALASKA   /  ARGENTINIË   /   AUSTRALIË   /  AVONTUREN  /  BALKANREIS  /  BELGIË  /  BELIZE   /  BULGARIJE  /  CANADA   /   CALIFORNIË   /   CHILI   /   CHINA   /   CUBA   /   CURAÇAO   /   CYPRUS   /   DENEMARKEN   /   DUITSLAND   /  ECUADOR   /   EGYPTE   /   ENGELAND   /  ESTLAND  /  FILIPPIJNEN  /  FINLAND   /  FOTOSITE  /  FRANKRIJK  / GRIEKENLAND  /  GUATEMALA   / HONGARIJE   /  INDIA  /  INDONESIË  /    IRAN  /   ISRAËL  /   ITALIË   /  JORDANIË   /   KRETA   /   KROATIË   /  LETLAND   /   LITOUWEN   /   MADEIRA   /   MALEISIË   /   MALLORCA   /  MALTA  /   MAROKKO   /   MEXICO YUCATAN   /   MEXICO  /  NEPAL   /   NEW YORK   /   NOORWEGEN   / OEKRAÏNE /   OEZBEKISTAN   /  OOSTENRIJK  /   PARAGUAY   /   PERU   /   POLEN   /  PORTUGAL  /   REISFOTO'S   / ROEMENIË   / RUSLAND   /   SCANDINAVIË   /   SICILIË   /   SINGAPORE   /   SLOVENIË   /  SLOWAKIJE SPANJE   /   SRI  LANKA   /   SYRIË   /   THAILAND   /  TSJECHIË   /   TUNESIË   /   TURKIJE   /   UNESCO - SITE   /   URUGUAY   /   USA    /  WERELDERFGOED  / ZUID-AFRIKA  /   ZWEDEN