Sevilla
Start Sevilla Cadiz Cordoba Ithalica Andalusie 1998


Meer weten over Sevilla? Ga naar CitySpotters Sevilla

ROERMOND  -  SCHIPHOL

MEER INFO SEVILLA

Broer Corné brengt me om kwart over acht naar het NS - station. Om 11 uur op Schiphol. Ik vlieg met IBERIAN AIRLlNES die redelijke service biedt. Vertrek met een DC 9 (120 inzittenden max.) om 13.00 uur. Om 15.30 uur landing op luchthaven Barajas van Madrid. Aansluitende vlucht met Boeing 727 naar Sevilla ,een uurtje vertraging. Om 18.00 uur landde ik op San Pablo, de luchthaven van Sevilla.

De taxi naar het centrum deelde ik met een sympathieke Duitser uit Frankfurt, die naar Cádiz verder reisde. In de oude, sfeervolle binnenstad vond ik vrij snel een onderkomen in een 'habitación' van een dikbuikige Andalusiër, Pedro genaamd. Ik noemde hem meteen "Don Pedro", een benaming die hij op prijs stelde. Mijn kamer lag op de begane grond aan een met planten volgestouwde patio (zie foto hiernaast). Prijs: 1400 peseta's (f 23) met inbegrip van gebruik van gemeenschappelijke badkamer.

Van 20.00 tot 24.00 uur verken ik het centrum. Ik eet bij een Chinees en betaal de rekening met mijn VISA - creditcard. Ik probeer nachtopnamen te maken van de Giralda, de imposante klokkentoren van de kathedraal. Ik heb geen jas nodig, want het is nog 20° C buiten. Overdag was het 27 graden hier!

Zaterdag 24 februari            

Pas om tien uur stond ik op; ik had de wekker verkeerd afgesteld. Ik bezoek vandaag de meest bekende bezienswaardigheden van de stad, waaronder de kathedraal van verpletterende afmetingen, de op twee na grootste kerk van de wereld. Ernaast staat de Giralda, een klokkentoren die oorspronkelijk de minaret van een Moorse moskee was in de 14de eeuw. Je kunt de toren beklimmen via een hellend pad, dus niet via trappen. Uitzicht is mooi, alleen het weer is tamelijk heiig vanwege het warme weer (vanwege de warmte dus...). Het was 28 graden, waarlijk zomerse temperatuur. Ik koop kaarten, schrijf en post ze direct.

·        Plaza de España, imposant halfrond gebouw, ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling in 1928 gebouwd. Mooie torens op de hoeken, fraaie bruggetjes over kanaaltje vol roeibootjes. Alle Spaanse provincies zijn er vertegenwoordigd door kleurige mozaïeken aan de voet van de zuilengalerijen.

·        Parco Maria Luisa. Een groot stadspark, aangelegd in de vorige eeuw, waarin tal van prieeltjes, kiosken en enkele musea die ik later zal bezoeken.

·        Plaza de Cuba, gelegen in de volkswijk Triana aan de overkant van de Guadalquivir waaraan Sevilla is gelegen. Zelfs zeeschepen kunnen bij vloed Sevilla bereiken, 90 kilometer van de kust verwijderd.

·        Torre de Oro. Oude vestingtoren aan de rivier gesitueerd. Maritiem Museum en tevens aanlegsteiger van de rondvaartboten.

·        Palacio San Telmo (nu een seminarie) en de Universiteit (vroeger de theefabriek, het een na grootste gebouw van Spanje).

·        Het Alcazar. Dit is het voormalige paleis van de Moorse koningen, vol schemerige patio's,  zalen en vertrekken met kunstig bewerkte bogen en ramen. Ook azuren tegeltjes. De tuinen zijn uitgestrekt en lommerrijk, reden om er iets langer dan normaal te vertoeven. 

·        De Plaza Nueva en het Stadhuis uit de vorige eeuw. Onderweg nog een aantal kleinere monumenten, kerken en kapellen, standbeelden en fonteinen, pleintjes en parkjes, en natuurlijk zat smalle steegjes met gewitte huizen en straatlantaarns van smeedijzer. Het is niet echt druk en ik kan ongestoord rondkuieren.

's Avonds loop ik enkele kroegjes in de buurt af. Het diner betaal ik opnieuw met een creditcard, nu die van AMEX. Het bier (meestal het plaatselijk gebrouwen Cruzcampo, redelijk van smaak) kostte er tussen f 1 en f 1,75. Om half elf ben ik terug in mijn onderkomen; ik word begroet door het hondje van de baas.


Maandag 26 februari  

Ik word om 09.00 uur gewekt door Pedro. Vandaag voert mijn weg langs kloosters en kapellen, kerken en conventen. Veel kerken dateren uit de middeleeuwen en zijn gebouwd op de overblijfselen van moskeeën. Hun torens dienden destijds als minaretten om de Moorse gelovigen tot het gebed op te roepen. Tot half een doe ik de volgende kerken / kloosters en  paleizen / pleinen aan:

 KERKEN / KLOOSTERS

·        Convento de Domenicas Iglesia de San Marcos Iglesia de San Leandro

·        Convento San Salesas Iglesia de San Pedro

·        Convento de Cogeneto CapelIa Santa Ines

·        Convento de San Luis Iglesia San Julian Monasterio Santa Isabel Convento de Capuchinos Basilica de Sant a Clara Iglesia de San Pablo Iglesia de San Lorenzo

PALEIZEN / PLEINEN

  •   Plaza de Pescaderia

  •   Plaza de Alfafa

  •   Plaza Salvador

  •   Plaza Jeronima Cordoba

  •   Plaza Ponce de Léon

  •   Plaza de Terceros

  •   Plaza de Arguëlles

  •   Plaza de la Encarnación

  •   Plaza Zurburan

  •   Plaza de Hospital

  •   Plaza Clausorado

  •   Plaza San Gil

  •   Plaza de Mata

  •   Plaza la Concordia

  •   Alomeda de Hercules (eten op terras)

  •   Plaza de Duque de la Victoria

  •   Plaza de la Legion (station Cordoba)

  •   Plaza del Musea (de Bellas Artes; dicht)

  •   Casa de Pilatos (bezocht, 1 uur)

  •   Palacio de las Duenas (niet open)

Mijn middagpauze houd ik bij de oude Moorse stadswallen en de Triomfboog van Macarena. Er ligt ook een oud ziekenhuis dat wordt gerestaureerd. Onderweg valt me op dat de Spaanse vrouw toch wel bevrijd is uit haar kluisters van het gezin en haar despotische echtgenoot. Ze gaan swingend door het leven en zien er patent uit in hun minirokje of spijkerbroek. In Andalusië worden nauwelijks nog jurken gedragen! Vooral die jonge, dartele meiden met hun gave huid en hun waaiers van goudblonde of gitzwarte haren weten, naar ik dacht lang vervlogen gevoelens in mij ouwe snoeper op te wekken.

's Middags doe ik het rustiger aan. Het is naar schatting 24° C. De musea die ik op mijn gemak wil bekijken zijn allen vanwege de siësta dicht. Langdurig lig ik on­gegeneerd op het gras langs de oever van de Guadalquivir te zonnen.

Tegen een uur of vijf dwaal ik verder naar de wijk Triana na de Puente de Isabel de Tweede te zijn overgestoken. De schaduwen zijn er op dit uur van de dag diep en maken het ongeschikt voor foto's. Via de Calle Betis kom ik op de Plaza de Cuba terecht, waar ik opnieuw de rivier oversteek, nu de Puente de San Telmo.

Ik kom langs de gigantische Universiteit (vroeger theefabriek) waar ik binnenwandel en enkele binnenhoven bezichtig temidden van de studenten. Niemand legt mij een strobreed in de weg. Bij het nabijgelegen Monument van Colon (is Spaans voor Columbus) maak ik een tegenlichtfoto, voor ik oversteek naar het busstation. Na enkele inlichtingen ingewonnen te hebben, schaf ik een enkeltje naar Cordoba voor de volgende dag aan. Daarna zet ik me op een terras achter een groot bord paella met bier. Als de zon ondergaat wordt het ineens aanmerkelijk killer en ik vlucht dan ook naar binnen. De rest van de avond besteed ik aan het aflopen van een vijftal kroegjes in de oude wijk Barrio de Santa Cruz.

PACO KLAAGT ALTIJD

Paco, mijn vaste kastelein, klaagt altijd, wellicht met reden. Opvallend veel caféhouders in Andalusië zijn op de een of andere manier gehandicapt. Paco doet voor die collega’s niet onder, hij sleept met een been, vandaar. Een bijzonder doelwit voor Paco's eindeloze klachtenlitanie vormen de televisieprogramma's. Ik moet toegeven dat hij terzake kundig geacht mag worden. Of ik nu ’s morgens bij wijze van ontbijt voor een 'café con leche' zijn taveerne bezoek, of ik kom in de late avonduren voor een laatste afzakkertje binnenvallen, Paco hangt steevast met zijn gemaltraiteerde lijf voor de tv.

Videoclips? Paco kent ze allemaal, stuk voor stuk waardeloos zijn ze, vooral die van die negrito Prince, die is helemaal pet. Series? Kom nou, dat is allemaal voorgeprogrammeerd Amerikaans amusement. Nee, geef hem dan maar spel- en praatprogramma's (jawel, die zijn ook hier op de buis schering en inslag; in Spanje heeft de verloedering, verdwazing en beeldbuisvervuiling ook al toegeslagen), daar wordt pas het echte leven op het scherm gebracht en ze zijn altijd spannend en er gebeuren onverwachte dingen. Alleen die presentatoren, die bevallen hem van geen kanten. Geen enkele ervan deugt.

MARIA KLAAGT NOOIT

Maria is zijn echtgenote. Zij sleept niet met haar been zoals haar man, zij hobbelt als een gans achter de bar heen en weer. Als Maria in de zaak komt, schiet Paco naar zijn favoriete barkruk en blijft op zijn dikke reet zitten om de bewegende beelden te kritiseren. Maria hobbelt zich dan het vuur uit haar sloffen. Geen klacht komt over haar lippen. Om haar te vleien en niet al te opstandig te laten worden, noemt Paco haar op gezette tijden "mijn liefste", of prijst hij haar schoonheid. De schoonheid van Maria doet mij denken aan die van een reeds lang verwelkt bloem

Woensdag 28 februari           

Vandaag wordt het voor mij een rustdag. Pas tegen tienen ga ik op pad. De zon is nog niet doorgebroken en het is mistig. Ook is het tamelijk kil, merk ik, net nu ik mijn jas thuisgelaten heb! Geen koffie bij Paco, want zijn zaak is op slot. Ik ben toch niet te vroeg? Het is opmerkelijk stil in de straten die doorgaans rond dit uur toch al druk zijn. In 20 minuten tijd marcheer ik via het Park van Maria Luisa (waar het ook al zo vredig is) naar het Archeologisch Museum. Dat blijkt te zijn gesloten, evenals het daar tegenover liggende Museum voor Folkloristische Kunsten.

Het begint me te dagen; het is vandaag Aswoensdag, in het vanouds oerkatholieke Spanje is dit een Christelijke feestdag gebleven. Ik besluit langs de haven te lopen die in de verte in mistflarden is gehuld. Onderweg passeer ik een permanente kermis (die weer wél open is, ra, ra...) In de haven ligt ook alles plat, er is nauwelijks bedrijvigheid. Het enige alternatief dat me overblijft is rondslenteren in parken, luieren en lezen op bankjes. Gelukkig breekt om 12 uur het zonnetje door de wolken en wordt het toch nog achttien graden.

 

Om 13.00 uur maak ik een "cruzero", een prijzig ( f 15) boottocht je over de rivier. We worden door flamencozangers begeleid die echter niet zingen, maar enkel bier hijsen bovendeks. Het is een korte vaart. De boot zit vol Spaanse toeristen, dagjesmensen, die in tegenstelling tot mij zeer tevreden lijken.

Na dit uitstapje eet ik ergens een grote pizza, bekijk de stierenvechterarena en leg me vervolgens op de grazige oevers van de hier afgedamde rivier neer om te zonnebaden. Af en toe word ik door een loslopende hond besnuffeld. Ik voel me bijzonder op mijn gemak. Niet gekweld door zorgen of enig lichamelijk ongemak ziet het leven en de wereld er rozig en veilig uit.

Om half zeven ga ik het moderne centrum in. Ik bestel koffie met gebak in de Calle de Sierpes, de hoofdwinkelstraat van Sevilla. Het is druk op straat. Ik loop per ongeluk over de uitgestalde handelswaar van Afrikaan; gelukkig verniel ik niets. Op de pleintjes waar de zijstraatjes op uitmonden houden zich tal van bloemenkinderen op, honderden waarschijnlijk aan drugs verslaafde jeugdigen hangen er doelloos rond en kopen om beurten literflessen bier en wijn in de omliggende cafés. De meeste zijn punkachtig gekleed. Ze worden door het Spaanse publiek met moeite getolereerd. De kinderen hebben zich van het ouderlijke gezag bevrijd. Het is nu eenmaal de prijs van de modernisering en een gevolg van de eens zo knellende banden van religie en sociale conventies: de slinger slaat naar de andere kant door.

Via een mij onbekende route wandel ik hotelwaarts. Op de televisie heeft ieder­een Indiana Jones en de Tempel of Doom op; ik volg in de cafés de spannende scènes in de Sjanghaise nachtclub en de ontsnapping met een rubbervlot uit het stuurloze vliegtuig boven de Himalaya. Lekker ongeloofwaardig, maar spannend... Zo span­nend dat het voor Clim en mij bijvoorbeeld lachwekkend werd. In elke café waar ik aanleg zie ik een volgend fragment van de film.

Om half elf zit ik weer op mijn kamertje. Het boek van O'Hanlon heb ik inmiddels uit. Op mijn transistorradiootje ontdek ik een Spaans station dat een uur lang muziek van de Stones uitzendt. Het uur daarna zwijmel ik weg op oude favorieten als Nights of White Satin, Nathalie, It's a Man's Man's World, House of the Rising Sun, A Whiter Shade of Pale, When a Man Loves a Woman. Het kon wel een verzoekpro­gramma zijn dat ik zelf mocht samenstellen!

PEDRO EL PATRON

 

Buiten scharrelt Pedro rond. Ik maak een moeizaam praatje met hem en kom er achter dat hij het huis heeft geërfd. Als oudste zoon. Hij doet er alleen "technische" karweitjes, zoals zekeringen vervangen. Zijn vrouw runt echter de zaak en werkt zich de blubber. Pedro ziet er zeer weldoorvoed uit (ware hij een Duitser dan zou je hem "volgevreten" hebben genoemd), hij sleept een overgewicht van pakweg 30 kg mee. Hij heeft geen embonpoint of een buikje, nee, hij heeft een echte vette pens die over zijn broekriem kwabbelt. In een duister hoekje van de patio, tussen de geraniums, staat een hometrainer weggemoffeld, grotendeels verroest. Als ik ernaar wijs en mijn wenkbrauwen vragend optrek, maakt Pedro een berustend gebaar met zijn arm.

Donderdag 1 maart

SEVILLA

's Morgens mag ik gebruik maken van de grote badkamer! Hiep Hoi! Ik bezoek de rommelmarkt, voornamelijk om te kijken of ik muntjes voor Clim kan vinden, vergeefs echter. Onderweg wip ik El Corte Inglés binnen, waar een expositie over India (beeldhouwwerk, souvenirs, koperwerk en stoffen) wordt gehouden. Mooi uitzicht op het dak en dus wil ik foto's maken. Al gauw word ik er met zachte hand door twee veiligheidsfunctionarissen verwijderd. Op de markt is het druk. Inderdaad wordt er veel rommel  te koop aangeboden. Men rekent er niet in peseta's, maar in douro's (vijf pesetastuk), hetgeen me in verwarring brengt. Ik tref er een stalletje aan waar ze bijzonder harde porno (bestialiteiten, urolagnie e.d.) in de aanbieding hebben; ik wist niet dat dit hier in het openbaar mogelijk was. Hele gedeeltes van de markt worden beheerst door zigeuners.

Ik liep naar het Palacio de Duenas (enkele dagen geleden gesloten) dat opnieuw dicht was. Op mijn vraag waarom antwoordde een door jicht kromgetrokken bes vriendelijk voor "siempre", voor altijd, voorgoed dus. Gelukkig lag aan het plein Almohade de Hercules een grote bioscoop met 5 zalen. Ik koos voor de film "Born on the Fourth of July" (met Tom Berenger, Tom Cruise, Daniel Dafoe) over het waar gebeurde verhaal van Ron Kovic, een "Nam-vet" (invalide Vietnam-veteraan). Na afloop van de indrukwekkende film (mooi camerawerk van Oliver Stone) stapte ik op de bus naar de andere kant van de stad om een aquaduct te bezichtigen. Viel dat even tegen. Er stonden nog maar 3 kleine boogjes overeind.

Het weer bleef slecht, hoewel het gelukkig niet begon te regenen. De rest van de dag klooide ik maar wat aan. 's Avonds verdwaalde ik in het uitgaanscentrum. Voor de afwisseling at ik onder het bier drinken regelmatig een tapa (waaronder lekkere inktvis); ik had deze dag onregelmatig gegeten, daarom had ik tijdens mijn kroegentocht nog honger. Overigens dronk ik op geen enkele avond te veel bier. Ik paste ervoor om de volgende morgen met een kater te moeten rondstappen.


MEER INFO SEVILLA


Aan de oever van de Guadalquivir

Door zijn ligging aan de benedenloop van de Guadalquivir en op het kruispunt van belangrijke wegen heeft de stad zich al vroeg in de geschiedenis kunnen ontwikkelen.


S
evilla, in grootte de vierde stad van Spanje, is een oude, aantrekkelijke en dynamische stad in het midden van een welvarend landbouwgebied. De stad strekt zich uit over de linkeroever van de Guadalquivir, die een scheiding vormt met de modernere wijken Triana en Los Remedios. Het centrum wordt aan de oostzijde begrensd door boulevards die aangelegd zijn op de plaats van de middeleeuwse vestingmuren, waarvan nog enkele resten zijn overgebleven. De imposante kathedraal staat op de plek waar vroeger de Grote Moskee (12e eeuw) stond. Hiervan zijn alleen de beroemde Giralda en de Oranjerie overgebleven. lets verderop bevindt zich een ander schitterend monument, de Alcazar van Sevilla, die wordt omgeven door uitgestrekte tuinen met dezelfde naam. Hiernaast kronkelen de schilderachtige straatjes van de oude joodse wijk Santa Cruz. Dit stadsgedeelte, waar sinds de 17e eeuw de adel woont, wordt tegenwoordig door de toeristen het meest bezocht. Iets zuidelijker, rondom het Plaza de España, ligt het Maria Luisapark, dat in de 19e eeuw werd aangelegd. Hier zijn veel tropische planten te zien, evenals enkele gebouwtjes uit de tijd van de Spaans -Amerikaanse tentoonstelling van 1929. Triana, de beroemde volkswijk van Sevilla, het rijk van de flamenco, ligt op de andere oever van de Guadalquivir. Verder naar het zuiden ligt de buitenwijk Los Remedios, waar men een moderne architectuur aantreft, alsmede een kaarsrecht stratenplan.

CIJFERS
Bevolking: 680.000 inwoners   /  Bevolking van de provincie: 1,6 miljoen inwoners
Oppervlakte van de provincie: 14.000 km²

BEZIENSWAARDIGHEDEN
De kathedraal, de Giralda en de Oranjerie (resten van de Grote Moskee), de Alcazar, de wijk El Arenal, de wijk Santa Cruz (oude joodse wijk), de Casa de Pilatos, het Maria Luisapark, Triana, het Museum voor Schone Kunsten.

KLIMAAT
Middellandse Zee - klimaat Gemiddelde temperaturen: 10,5° C in januari, 28° C in juni.


De harmonieuze architectuur van het Plaza de España is
van adembenemende schoonheid.


SEVILLA

Een betoverende, kosmopolitische stad met een bewogen geschiedenis en met een prachtige architectuur uit verschillende tijdperken.
 

BRONNEN VAN INKOMSTEN
Omvangrijke dienstensector, handels- en bestuurscentrum. Voedingsmiddelenindustrie, textiel, chemie, werktuigbouw, vliegtuig¬bouw, metaalindustrie, Aardewerk. Bouw. Stierenfokkerij. Landbouw: graan, bieten. zonnebloemen, rijst. Toerisme.

Hispalis, het latere Sevilla, dot gesticht werd door Julius Caesar, was in de loop van de 5e eeuw de hoofdstad van het rijk van de Visigoten. Na de verovering door de Moran in 712 kwam Sevilla onder bestuur van Córdoba, maar behield zijn politieke invloed. De stad, inmiddels Ixbilya geheten, viel na de val van het kalifaat in de 11e eeuw in handen van de Abbadieden. Vanaf 1147 maakte Sevilla een periode van enorme welvaart door toen het bestuurd werd door de Almohaden. De meeste monumenten (Alcazar, moskee) en de stadsmuren warden in deze periode gebouwd. Nadat Sevilla in 1248 in handen van de christenen was gevallen, woonde er een zeer gemengde bevolking van moslims, christenen en joden. De stad bleef zich uitbreiden en ontwikkelde zich tot een machtig handelscentrum. In de tijd van de grote ontdekkingen beleefde Sevilla zijn Gouden Eeuw doordat het, evenals Cádiz, vanaf het begin van de 16e eeuw de verbindingshaven was tussen de Oude en Nieuwe Wereld. Sevilla onderging nogmaals een gedaantewisseling en werd nog mooier. De pestepidemie van 1649, die aan meer don een derde van de bevolking het Leven kostte, betekende het begin van het verval. Tegelijkertijd kreeg Cádiz het monopolie over de overzeese handel. De politieke onlusten, die Spanje in de loop van de 19e eeuw in hun greep hadden, brachten de stad opnieuw een slag toe. In een poging de stad in zijn oude glorie te herstellen, organiseerde de Spaanse regering aan het begin van de 20e eeuw de Spaans - Amerikaanse expositie (1929), die de stad met enkele mooie bouwwerken verrijkte. Ondanks de zware beschadigingen uit de Spaanse burgeroorlog kreeg de Andalusische hoofdstad zijn vitaliteit terug. In 1992 was Sevilla de gaststad voor de Wereldtentoonstelling.



NOG MEER INFO SEVILLA

Sevilla:  625.000 inwoners.

 

Sevllla, de hoofdstad van Andalusië en de gelijknamige provincie, universiteit stad en zetel van een aartsbisschop, is de op vier na grootste stad van Spanle (na Madrld, Barcelona en Valencla). Zij ligt In een vruchtbare vlakte aan de linkeroever van de Rio Guadalqulvlr.

 

De rivier stroomt hier door het Andalusische laagland en is bij vloed, die 100 km stroomopwaarts nog merkbaar is, bevaarbaar voor grotere zeeschepen, die zo de haven van Sevilla kunnen bereiken (87 km van de kust), het laatste stuk door een kanaal. In de jaren 1948/49 werd de grootste arm van de Guadalquivir om de stad heen geleid, waarbij de haven echter in het oude rivierbed bleef liggen. De Huerta de Sevilla begint in het noorden, aan de andere kant van de voorstad die om de oude stad is heengebouwd.

 

Het klimaat van Sevilla is het heetste van het Europese vasteland (tot 48° C). Zoals in antieke en Oriëntaalse huizen gebruikelijk is, dient de patio (binnenhof), die meestal met fonteinen en planten is versierd, als koele verblijfplaats. - De talloze kunstmonumenten uit alle periodes van de rijke geschiedenis van deze stad, evenals het zeer uitgesproken zuidelijke volksleven, verbonden met het karakter van een havenstad, rechtvaardigen het oude gezegde 'Quien no ha visto Sevilla,   no ha vista maravilla' ('Wie Sevilla niet  heeft gezien, heeft nooit een wonder gezien'). De stad kent grote tegenstellingen: er is de grote volkswijk Triana én er   is de wijk Santa Cruz met paleizen van   huizen van de bezittende klasse. Vooral  door de laatste groep wordt gekocht in de  bonte winkelstraten van het centrum:  Calle de las Sierpes, San Pablo en andere.

 

GESCHIEDENIS. - Toen de Romeinen ca. 205 v. Chr. kwamen, bestond 'Hispalis' al, dat misschien een  Iberische of Fenicische nederzetting is geweest. Onder Caesar werd Sevilla een belangrijke havenstad, die de naam 'Colonia lulia Romula' kreeg.  Daarna werd zij de hoofdstad van resp. de Vandalen  (411) en de West3Oten (441); toen kwamen de Moren W  (712), die de stad 'Ichbiltja' noemden; vanaf 913 heer sten daar de Omajjaden, na 1091 de Almoravieden en   sinds 1147 de Almohaden. Onder Josuf Abu Ja'kub  (1163-84) en Ja'kub Ibn Jfisuf (1184-98) was Sevilla  het toneel van schitterende bouwactiviteiten. - Ferdi nand lll van Castilië veroverde de stad in 1248 en maakte haar tot zijn residentie. De meest legendarische koning in Sevilla was Peter I de Wrede (1350-69), die in talrijke verhalen nu eens als rechtvaardig   rechter, dan weer als wrede beul wordt afgeschilderd. - Door de ontdekking van Amerika beleefde Sevilla een nieuwe bloeitijd. Op 31 maart 1493 kwam  Columbus hier bij de terugkeer van zijn eerste reis de haven binnen. Sindsdien ontwikkelde de stad zich tot de belangrijkste haven van Spanje, met het monopolie van de overzeese handel; daar werd ook de Tribunal de las Indias gevestigd. Pas ten tijde van de Bourbons kwam hier verandering in: zij verkozen Cadiz, waarheen in 1720 de Raad van de beide Indiës  verhuisde. De zeehandel kreeg een nieuwe impuls  door de regulering van het verzande rivierbed van de  Rio Guadalquivir. Sevilla is de geboorteplaats van de Romeinse filosoof en toneelschrijver Lucius Annaeus Seneca (4 v. Chr.- 65 n. Chr.), evenals van de beroemde schilders Diego Velazquez (1599-1660) en Barto/omé Esteban Murillo (1617-82). Er zijn talrijke gedenkplaten in de stad, die herinneren aan scènes uit de verhalen van Cervantes. Sevilla wordt vaak gebruikt als decor van beroemde opera's: Mozarts 'Don Juan' en 'De Bruiloft van Fiyaro', Rossini's 'Barbier van Sevilla', en 'Carmen' van Bizet spelen zich hier af.

 

 

BEZIENSWAARDIGHEDEN. - De Plaza de la Falange Espanola is het centrum van de stad; vroeger vonden daar stieregevechten en toernooien plaats. Aan de westkant van het plein staat het Ayuntamlento (stadhuis), een renaissancegebouw (1527-64), waarvan de rijkversierde oostzijde als een van de mooiste creaties van de platereske stijl geldt. Voor dewestzijde van het stadhuis de brede Plaza Nueva, met palmen en bank- en kantoorgebouwen. Niet te ver ten zuiden van het stadhuis staat de kathedraal (1402- 1506) op de plaats van een voormalig Moorse moskee; het is een van de grootste en rijkste gotische kerken, met een onovetroffen ruimtewerking en een ongekend  aantal kunstschatten. De portalen zijn rijk versierd met beelden en reliëfs, zoals de Puerta Mayor (middenportaal van de west façade), de Puerta de San Cristobal,  ook wel 'Puerta de la Lonja' genoemd  tzuidelijke dwarsbreuk) de Puerta de las  Campanillas en de Puerta de los Palos  (oostzijde). - Tussen de Puerta de los Palos en de Puerta de Oriente die op de Sinaasappelhof uitkomt, staat aan de noordzijde van de kathedraal de Giralda, het beroemde symbool van Sevilla, 93 m hoog en 15 m in het vierkant, gebouwd als minaret van de Moorse moskee van 1184 tot 1196, met een klokkenkamer uit 1568, waarvan de spits een 4 m hoog windwijzer torst, (de Giraldillo), een vrouwelijke figuur met het vaandel van Constantijn die het geloof voorstelt. Opdracht tot de bouw gaf sultan Jusuf II, uit de Almohaden-dynastie. De decoratie bestaat uit boven elkaar geplaatste kleine balkons, geflankeerd door zuiltjes, nissen en bakstenen panelen met ruitpatronen. Vanaf de eerste galerij, met 24 klokken, weids uitzicht over de stad en omgeving, in het bijzonder 's avonds. Boven de galerij de 'Matraca' (niet toegankelijk), een 70 m hoge houten kast waarin de ratels zitten, die in de stille week in plaats van de klokken worden gebruikt.

 

Het INTERIEUR van de vijfbeukige kathedraal (117 m lang, 76 m breed, 40 m hoog) behoort tot de indrukwekkendste gotische kerkruimten van Spanje, het is bijzonder mooi van lijn en proportie en bezit een grote hoeveelheid kunstwerken, waarvan maar een selectie genoemd kan worden. Van 75 glasschilderingen (16de tot 19de eeuw) zijn de oudste van Cristobal Aleman (1504) en Arnao de Flandes (152S57). Talrijke altaarstukken, bijzonder interessant is het schilderij van de beschermengel van Murillo, bij de Puerta Mayor rechts, en van dezelfde schilder, in de tweede kapel van de linker zijbeuk de 'Doop van Christus' en Het Christuskind verschijnt aan de Heilige Antonius van Padua'. Meteen in het begin van het middenschip de grafsteen van Fernando Colon, de zoon van Columbus (t 1539). - Bij het koor een mooi hek (reja) uit 1519 en een gotisch koorgestoelte (Silleria) uit 1475-79. - In de aangrenzende Capllla Mayor, eveneens met een mooi, groot reja (16de eeuw), het impossante retabel (rond 1550), een meesterwerk van gotisch houtsnijwerk in Spanje; in het midden het zilveren beeld van de Virgen de la Sede, omgeven van 45 uit hout gesneden voorstellingen uit het leven van Christus en Maria.

 

In de zuidelijke dwarsbeuk bij de Puerta de San Cristobal het grafmonument van Columbus van Art. Melida, dat in 1892 in de kathedraal van Havana gebouwd werd, en na de onafhankelijkheidsverklaring van Cuba in 1898 hier naartoe werd gebracht. In de Sacristia de /OS Calices een beroemd *crucifix van Montanes; verder talrijke schilderijen, o.a. van Goya en Zurbaran.—De Sacrlstia Mayor, toegankelijk via een Antesala, is een prachtig bouwwerk uit 1532 met mooi koepelplafond en bevat naast verscheidene interessante schilderijen de rijke kerkschat (Relicario y Tresoro), waaronder de sleutel van $evilla (1248). In de zuidoosthoek van de kathedraal de Sala Capitu/ar (1530-92) in platereske stijl.

 

Aan de oostwand van de kathedraal de Capllla Real, een 38 m lang renaissance-gebouw op de plaats van de oude koninklijke grafkapel (1551-75); achter het hek van 1773 de graven van koning Alfonso de WiJze (t 1284) en zijn moeder Beatrijs van Zwaben. Voorin de apsis een altaar, met de zilveren reliekschrijn van de H. Ferdinand uit 1729; achterin nog een altaar met de Virgen de los Reyes (13de eeuw), de beschermheilige van de stad. Naast het voorste altaar over trappen omhoog naar het Panteon met de graven van Peter de Wrede, en zijn gemalin Maria de Padilla en verscheidene infanten. Links van de Capilla Real de Puerta de los Palos.

 

Aan de noordkant van de kathedraal links het als parochiekerk dienst doende Sagrarlo (1618—62), een mooi barokgebouw, te bereiken via de Puerta del Sagrario; retabel met de 'kruisafneming' van Pedro Roldan. - Naast het Sagrario komt men door de mooie Puerta de los Naranjos in de Patlo de los Naranjos ('Sinaasappelhof'), de voorm. hof van de moskee. De achthoekige Westgotische fontein in het midden is een overblijfsel van de islamitische Midha, de fontein voor religieuze wassingen. Aan de noordkant de nog in de Morentijd gebouwde imposante Puerta del Perdon, die de hoofdingang van buiten vormt. In de zuidoosthoek van de hof ligt als overblijfsel van de oude moskee de Capilla de la Granada, met hoefijzerboog. - Aan de oostzijde van de Patio de in de 13de eeuw gestichte en door Fernando Col6n uitgebreide Blblloteca Colombina, met waardevolle V werken over de ontdekking van Amerika en kostbare handschriften.

 

Ten zuiden van de kathedraal de Plaza del Triunfo, met een monument voor de Onbevlekte ontvangenis (1917). Aan de zuidwestkant van het plein het Casa Lonja (voorm. beurs), van 1583—98 in hoogrenaissance-stijl gebouwd, volgens de plannen van Juan de Herrera. Op de eerste verdieping het in 1781 gestichte Archivo General de Indias (Algemeen archief van Indië), dat in ca. 46000 0 schriften ('legajos') de Spaanse oorkonden bevat, die betrekking hebben op de [ ontdekking, verovering en het bestuur van Amerika en de Filippijnen (autografieën van Magelhaes, Pizarro, Cortéz,   Columbus). De aan de zuidoostzijde van de Plaza del  Triunfo gelegen Alcazar was oorspronkelijk het paleis van de Moorse en later van de christelijke koningen en werd in   zijn tegenwoordige gedaante in de tweede helft van de 14de eeuw onder Peter de Wrede door Moorse architecten opgericht. Uit de periode daarvoor stammen: Sala de Justicia, Salon de los Embajadores, Patio de las Munecas. Door branden. aardbevingen en 'restauraties' in de 19de eeuw is er nog maar weinig origineels in het complex. Van de zuidoostkant van het plein komt men in de Patio de las Banderas met sinaasappelbomen, verder door de Jardin del Crucero in de Patio de la Monteria, de hof van de koninklijke lijfwacht. Aan de zuidkant de rijkversierde hoofd façade aan de binnenkant van de Alcazar.

 

Men komt de Alcazar binnen via de Puerta Principal; dan door een gang naar de Patio de las Doncellas (meisjeshof) van 1369-79, met prachtige kantelenboog en opengewerkte bovenmuren, gedragen door 52 marmeren zuilen. Verder naar de Salon de Carlos V, de kamer van Maria de Padilla en de Salon de Embajadores (zaal van de afgezanten), met drie mooie ingangen en prachtige koepel uit 1420. Achter de langgestrekte Comedor (eetzaal) volgt de Patio de las Mutlecas ('poppenhof'), in de bovenste gedeelten modern. Aangrenzend het Dormitorio de Isabel la Catolica (slaapkamer van de koningin), het Cuarto de los Principes en het Dormitorio de los Reyes moros. - Op de bovenste verdieping o.a. interessante gobelins. - De door Karel V aangelegde tuinen van de Alczar zijn door een grotwand in twee helften verdeeld en bevatten o.a. ondergrondse Banos (baden) en tevens de Pabellon de Carlos V, in 1540 door Juan Hernández gebouwd.

 

Aan de noordkant van de Plaza de la Falange Espanola begint de smalle Calle de las Sierpes ('slangenstraat'), de belangrijkste winkelstraat (voetgangerszone), met winkels en cafés. Niet ver ten oosten hiervan de kerk San Salvador uit de 16de eeuw, eind 18de eeuw grondig gerenoveerd en in de stijl van Churriguerra gedecoreerd. Noordelijk van de Plaza San Salvador loopt de Calle de la Cuna met het Palacio Lebrija, met een klein privé-museum met Romeinse sculpturen. Verder rechts de in 1502 gestichte universiteit, met de universiteitskerk (16de eeuw), waarin een groot retabel en schilderijen van Roelas, Alonso Cano, Pacheco e.a. - 500 m ten oosten van San Salvador, over de Calle de Aguilas te bereiken, op de Plaza del Pilatos het Casa del Pilatos, in de 16de eeuw door christelijk-Moorse bouwmeesters gebouwd, in de volksmond bekend als een imitatie van het huis van Pilatus in Jeruzalem, met een fraaie variatie van de Mudéjar-stijl door elementen uit de gotiek en renaissance. - Van de Plaza del Pilatos in noordwestelijke richting door de Cal le de los Cabal lerizas naar de barrok-kerk San lldefonso, dan door de smalle Calle de los Descalzos naar de Plaza del Cristo de Burgos; aan de noordwestkant de gotische kerk San Pedro (14de eeuw), met mooie klokketoren in de Mudéjar-stijl en interessant interieur, o.a. met de 'Bevrijding van de H. Petrus uit de gevangenis' van Roelas. Niet ver ten oosten van San Pedro de kerk Santa Catalina, waarvan de klokketoren een oude minaret is. Noordwestelijk het Palacio de las Duexlas, met mooie *Patio in de Mudéjar-stijl.

 

In noordelijke richting gaat de Calle de las Sierpes langs de Plaza del Duque naar de Alameda de Hércules, een imposante promenade, waar aan de zuidkant sinds 1574 twee hoge granietzuilen uit een Romeinse tempel staan, met de beelden van Hercules en Julius Cesar. Westeiijk hiervan de kerk San Lorenzo, met mooi hoogaltaar en het zeer aanbeden Christusbeeld 'Nuestro Senor de Gran Poder' in een zijkapel. - Aan de noordkant van de oude stad is tussen de Puerta de Cordoba en de Puerta Macarena nog een aanzienlijk stuk van de oude Romeinse stadsmuur bewaard gebleven; bij de Puerta Macarena in een nieuw gedeelte van de kerk San Gil het populaire madonnabeeld 'Virgen de la Macarena'.

 

 

In het westelijke gedeelte van de oude stad, te bereiken, van de Plaza del Duque over de Calle Alfonso Xll, het voormalig Convento de la Merced (17de eeuw), met het Museo de Bellas Artes, waar in meer dan 20 vertrekken een voortreffelijke collectie van Spaanse schilderijen uit de 17de eeuw te zien is.

 

In zaal IV van het Museo de Bellas Artes van El Greco het 'Portret van zijn zoon Jorge Manuel'. In de drie kerkzalen Vl, Vll en Vlll werken van Juan de Roelas, Zurbar4n (o.a. 'Apotheose van de H. Thomas van Aquin6', 1631) en Murillo, die met de drie 'Inmaculadas' en het 'Visioen van de H. Franciscus' goed vertegenwoordigd i9. In de kruisgang werken van Andalusische barokmeesters; op de bovenste verdieping verscheidene werken van Valdes Leal, tevens een galerij van Spaanse meesters uit de 19de eeuw.

 

In het zuidwesten van de oude stad strekt zich langs de Iinkeroever van de Rio Guadalquivir de Paseo de Cristobal Colon uit, die bij de Puente de Isabel 11 begint en langs de haven loopt tot aan de Paseo de la Delicias. Links de Plaza de Toros (arena); verder links dX met plantsoenen versierde Plaza de Jurado. Aan de oostkant van het plein het Hospltal de la Carldad (1661-64), een stichting van Miguel de Manara, die de 'Don Juan' van de legende zou zijn. Van de zuilenhof komt men in de kerk, waarvan de façade met vijf azulejos-schilderijen is versierd; in het interieur bij de ingang schilderijen van Valdés Leal, in het schip zes schilderijen van Murillo. - Niet ver ten zuiden van de Plaza Jurado aan de rivier de Torre del Oro (1220, ged. 1760), oorspronkelijk een met goudazulejos versierde Moorse vestingtoren, later onder Peter de Wrede als schathuis en gevangenis gebruikt, tegenwoordig Marinemuseum, met aquarium en uitzicht. Oorspronkelijk stond er aan de andere kant van de rivier een zelfde toren. Een ketting tussen de twee torens verhinderde ongewenste intocht van schepen. De to-

ren is van buiten twaalfhoekig, van binnen achthoekig.

 

Niet ver van de Puente de San Telmo, staat in het zuiden van de stad op de langgerekte Paseo de las Delicias het Palacio de San Telmo, in 1734 als zeevaartschool gebouwd, nu priesterseminarie (Universidad Pontifica), met hoog barokportaal. Ten oosten daarvan in de Calle de San Fernando de voorm. tabakfabriek (Fabrica de Tabacos), een barokgebouw uit 1757 met talrijke hoven. - De Calle de San Fernando komt uit op de rukke Plaza de Juan de Austria; ten kehorende kerk Nuestra Seniora de las Cuevas een interessante kruisgang.

 

OMGEVING. - Als hoofdstad van Andalusië is Sevilla natuurlijk het centrum van een streek met een rijke geschiedenis en historische plaatsen in de directe omgeving. Naar de ruines van Italica. - Van Sevilla eerst in westelijke richting over het oude Guadalquivir-bekken; dan in noordelijke richting over de N-630 naar het 8 km verderop gelegen Santlponce (18 m), een plaats met het vervallen klooster San Isidoro del Campo, in 1298 door Guzman el Bueno gesticht, met een mooi uit hout gesneden gotisch altaar in de kerk, tevens grafmonumenten van de stichter en zijn gemalin. Links van de weg (ca. 1 km verder) Italica, de ruïnes van een rond 205 v.Chr. door Scipio Africanus de Oude gestichte Romeinse stad, met interessante overblijfselen van een amfitheater en resten van huizen en fonteinen; de hier gevonden waardevolle mozaïeken bevinden zich in het museum van Sevilla. Keizer Trajanus (53 n.Chr.) en Hadrianus (76 n.Chr.) komen uit Italica.

 


FOTOCOLLAGE  SEVILLA

Start Volgende